Swip Stolk

De carrière van Swip Stolk (1944-2019) nam een aanvang toen hij op zijn vijftiende als leerling ging werken bij een reclamestudio. De grafische school en de avondopleiding van de Gerrit Rietveld Academie verliet hij allebei voortijdig. Hij botste met de conventies die daar heersten en met het schoolse karakter van de opleidingen. Hij heeft dus geen formele opleiding gehad. Iets waar een ander zich voor zou generen maar waar Swip Stolk juist trots op is. Hij kijkt er met voldoening op terug dat hij het zichzelf allemaal eigen heeft gemaakt. Het zegt ook iets anders over hem en zijn manier van werken: voor een autodidact houdt het proces van jezelf ontwikkelen nooit op. Tot op de dag van vandaag is hij hiermee bezig.

1969 – Swip en Rob Stolk

In verbluffend korte tijd werkte Swip Stolk zich vanuit dat niets op tot een toonaangevend en vernieuwend ontwerper. Hij neemt een bijzondere positie in binnen het grafisch ontwerpen in Nederland. Zijn werk is al op meters afstand herkenbaar als het zijne door zijn unieke handschrift. Trends volgt hij nooit. Hij zoekt consequent naar zijn eigen antwoord op ontwikkelingen die gaande zijn. Duidelijk is dat hij al vijftig jaar een onvervangbare bijdrage levert aan zijn vakgebied. Zijn werk is vele malen bekroond en opgenomen in museumcollecties. Het onderwijs dat hem in zijn jeugd uitstootte, stond later op de stoep om een beroep te doen op zijn kennis, ervaring en inzicht. De verloren leerling werd een bezielend leraar: hij heeft jarenlang lesgegeven aan de AKI in Enschede en de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. 

1968 – Upperground-manifestatie Bijenkorf

Wat maakt hem zo bijzonder? 
Wat maakt Swip Stolk zo bijzonder? Er is sprake van een uitzonderlijk talent, van een karakter van nooit willen opgeven, van een onstuitbare drang om te overtuigen en van een passie om niet in een beproefd model te blijven hangen maar steeds nieuwe uitdagingen te zoeken en grenzen te verleggen. Hij is niet gebonden aan een stijl, norm of leerschool. Hij is vrij en neemt die vrijheid, dat is zijn kracht. In zijn eigen woorden: ‘Ik hoor nergens bij en pas nergens in.’

1968 – Studium generale Rijksuniversiteit Utrecht
1968 – Electro doos

Wat hem bijzonder maakt blijkt ook uit wat anderen over hem hebben gezegd. De volgende citaten zijn ontleend aan Master Forever, de catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Groninger Museum in het jaar 2000. Het was de eerste overzichtstentoonstelling van zijn werk, een verantwoording vaneen leven als vormgever en beeldend kunstenaar. 

Han Steenbruggen, conservator van het Groninger Museum: ‘Swip Stolk beschikt over het vermogen in onderwerpen door te dringen. Juist daarom voelt hij exact aan hoever hij kan gaan en weet hij optimale spanning te creëren tussen een persoonlijke visie en een directe – in veel gevallen gepassioneerde – betrokkenheid met het onderwerp. Swip Stolk is in staat onderwerpen in breder perspectief te plaatsen en er nieuwe betekenissen aan te verlenen. Hij reikt mogelijkheden aan om de wereld met andere ogen te bekijken en behoort met Piet Zwart, Willem Sandberg, Wim Crouwel en Anthon Beeke tot de grafische ontwerpers die in Nederland richting hebben gegeven aan de twintigste-eeuwse beeldcultuur.’ 

1971 – Anthon en Anna Beeke en Swip Stolk
1967 – Provo / 1968 – Jan Jansen / 1971 – advertentie NS

Alessandro Mendini, de architect van de nieuwbouw van het Groninger Museum: ‘Ik zag onmiddellijk het bijzondere van zijn werk als grafisch kunstenaar en van zijn gesloten, solitaire persoonlijkheid. Hij gaf een fundamentele interpretatie van het museum. Op aristocratische wijze verzorgde hij de publiciteit voor de research van Frans Haks, voor de multidisciplinaire formule van het museum en ook voor de subtiele kenmerken van de architectuur ervan. Ten opzichte van al die verschillende theorieën en grafische richtingen kwam zijn stijl op mij altijd autonoom en origineel over en daarom beschouw ik hem als een op zichzelf staand genie met een weergaloze aanpak. Zijn bladzijden, de boeken, de objecten komen als schitterende juwelen, technisch perfect, tevoorschijnuit de middeleeuwen van de toekomst: een beetje sadistisch, een beetje symbolisch, en altijd heraldisch en buitengewoon elegant.’

Wim Crouwel, de nestor van de grafische vormgeving in Nederland: ‘Juist omdat het werk van Swip Stolk zich zo diametraal tegenover mijn opvattingen opstelt, blijf ik het volgen. Zelfs al kan ik een flinke dosis scepsis nooit onder-drukken, toch wint de bewondering voor zijn werk het altijd weer royaal. Het is uniek en onmiddellijk herkenbaar. Het rijke oeuvre van Swip Stolk vond zijn voedingsbodem in de pop art en heeft zich sindsdien barok in het kwadraat ontwikkeld. Met veel elan hielp het in 1968 de toon te zetten voor een revolutionaire periode waarin de uitzinnige verbeelding aan de macht zou komen. Wat waren we toch verschillend van elkaar!’

Paul Hefting, kunsthitoricus, gespecialiseerd in grafische vormgeving: ‘In de jaren zestig ontstond – als reactie op het bestaande – een explosie aan echt nieuwe ideeën en vormen. In de grafische vormgeving was Swip Stolk een van de voor-roepers, een provocateur die iets maakte wat daarvoor niet bestond.’

1971 – affiches Citroën

Ze speelden met emotie in hun werk
Swip Stolk was betrokken bij Provo en bij Fluxus, de radicaal vernieuwende kunststroming waartoe ook Willem de Ridder en Wim T. Schippers behoorden. Zijn roots liggen in de jaren zestig. In het protest op straat, in de maatschappelijke en culturele revolutie die toen plaats vond, in de jeugdcultuur met zijn eigen mode, muziek, taal en mores en zijn eigen bladen, zoals Provo en Hitweek

Swip Stolk was er vanaf het begin bij. Op straat, waar het toen allemaal gebeurde, heeft hij geleerd dat het in grafische vormgeving niet alleen om esthetiek gaat maar ook ‘om het effect van visuele confrontatie’. ‘Een ontwerp moet fascineren, in het netvlies haken,’ zegt hij. ‘Mensen moeten de neiging hebben zich om te draaien om nog eens te kijken wat er precies aan de hand is.’ Het hoeft niet mooi te zijn. Het moet intrigeren, uitdagen, provoceren,desnoods irriteren. Wat niet wegneemt dat zijn werk ook ‘gewoon mooi’ kan zijn.

1970 – kalender / 1969 – kalender
1971 / 1974 – kalenders

Opdrachtgevers in de jaren zestig en zeventig die contact zochten met de nieuwe jeugd-cultuur kwamen als vanzelf bij hem terecht en bij net zo’n rebelse natuur als hij, Anthon Beeke. In hem vond hij meer dan alleen een lotgenoot: een kameraad, een wapenbroeder, een sparring partner. Een aantal jaren werkten ze samen – twee jonge wolven die zich van niemand iets aantrokken. Ze maakten een paar spraakmakende campagnes die de tijdgeest van toen prachtig weerspiegelen. Ze speelden met emotie in hun werk, een aspect dat tot hun afgrijzen in de heldere en zakelijke vormgeving van Wim Crouwel ontbrak. 

Stolk maakte de campagne Upperground voor De Bijenkorf en een dagblad-campagne voor karnemelk in opdracht van het Nederlands Zuivelbureau. Hij werkte graag met fluoriserende kleuren. Binnenkort, in 2017, zal hij daar in een tentoonstelling, Neo Neon in Leeuwarden, op terugkijken met oud en nieuw werk. Samen met Anthon Beeke ontwierp hij een campagne voor de Intercity van de NS en voor het automerk Citroën. De NS opende een snelle lijndienst tussen de grote steden en zag in de jeugd een nieuwe doelgroep. Citroën vond zichzelf een hip automerk en wilde dat uitstralen naar een jong publiek. Swip Stolk en Anthon Beeke ontwikkelden voor Citroën een concept waarin animatiefilmpjes een rol speelden. De scènes werden eerst gefilmd en daarna beeld voor beeld overgetekend, waardoor de getekende silhouetten zich verbluffend natuurgetrouw bewogen. Na een paar jaar hield de samenwerking tussen Beeke en Stolk op en gingen ze elk hun eigen weg.

Op reis langs de hoogtepunten
Laten we even, net als de Intercity met zijn rappe verbindingen tussen de grote steden, langs de hoogtepunten in het werk van Swip Stolk gaan. In de eerste jaren maakte hij elk jaar een kalender voor De Boer & Vink Grafische Industrie in Zaandijk. Hij kreeg daarbij alle vrijheid om te experimenteren, met alle mogelijke grafische vormen en middelen. Zijn ontwerpen braken met alle conventies, ontstegen het begrip kalender en waren symbolen van vernieuwing en grensverlegging in de grafische vormgeving en druktechniek. Hij ontwikkeldehet begrip visuele irritatie, wat tot een bepalend element in zijn werk zou uitgroeien. 

1969 – kalender

In de jaren zeventig werd hij op voorspraak van regisseur René Coelho huisontwerper van de VARA. Als team pakten ze de nieuwe vormgeving aan. De karakteristieke rode haan met lellen als kloten werd het beeldmerk van de omroep, waarmee ook alle programma’s werden aangekondigd. De scènes werden eerst gefilmd en dan beeld voor beeld nagetekend, volgens het procédé dat eerder bij Citroën was toegepast. Hij ontwikkelde rond de haan een complete huisstijl, inclusief een eigen drukletter, de VARA-bold.[48-63]Voor de presentatie van de programma’s ontwierp hij een studio als een arena, waarin de camera zich vrij kon bewegen. De opnames van alle VARA-programma’s, zoals Achter het Nieuws en Koning Klant, vonden plaats in deze ruimte. De VARA had met de haan een duidelijk gezicht gekregen, een smoel, maar deze wekte op den duur zoveel weerzin bij het personeel – de traditionele omroepers waren door de haan van het scherm verdreven – dat er een opstand kwam en verdere samenwerking met de VARA voor Swip Stolk onmogelijk werd. Hij nam ontslag en brak met de omroep.

1978 – VARA

Hij werkte voor de Rijksdienst Beeldende Kunst en werd de vaste vormgever van het Groninger Museum en het Rembrandthuis in Amsterdam. Twee totaal verschillende opdrachtgevers en culturen: de een was onder directeur Frans Haks het snelle museum dat de polsslag van de tijd wilde laten zien in beeldende kunst, fotografie, mode, architectuur en de grensgebieden ertussen. De ander was de hoeder van het erfgoed van de grootmeester uit de Gouden Eeuw. Swip Stolk had er geen enkele moeite mee. Hij kan zich als geen ander in het wezen van een opdracht verdiepen. ‘Hij gaat altijd op de bagagedrager van de opdrachtgever zitten,’ zei Frans Haks ooit over hem.

Zijn oeuvre is rijk en gevarieerd. Voor schoenontwerper Jan Jansen richtte hij winkels in en maakte hij een boek en een tentoonstelling over diens werk: Jan Jansen. Master of shoe design. (2002). Hij ontwierp het logo van het bladDutchen van de opvolger ervan, Zoo, en werkte als vormgever en adviseur voor het bedrijf ID Lite/ID Laser in Westzaan. Hij ontwierp postzegels en affiches, museale tentoonstellingen en reizende tentoonstellingen. Hij maakte sieraden en objecten in glas en roestvrij staal en dessins voor stoffen. 

Stolks werk voor het Groninger Museum neemt in zijn oeuvre een belangrijke plaats in. Zijn huisstijl voor het museum weerspiegelde in de uitbundigheid van vorm en stijl de uitstraling van het nieuwe museumgebouw van Mendini. Hij werkte niet alleen vele jaren voor het museum, het bracht hem ook in contact met de voorhoede in de wereld van de beeldende kunst, architectuur, mode en fotografie. Hij werkte er samen met kunstenaars als Francois Morellet, Marina Abramovic, Anton Corbijn, Micha Klein, Erwin Olaf, Andres Serrano, Joost van den Toorn, Viktor en Rolf en de Amerikaanse cineast en fotograaf Larry Clark. In die Groninger tijd ontwikkelde hij het motto ‘first line, second use’. Hij zou dit gegeven – het hergebruiken van eerdere ontwerpen in nieuw werk – nog talloze malen toepassen. Het is een manier van werken geworden als een vorm van recycling. Het ergert hem alleen dat anderen dit – ongevraagd – ook met zijn werk zijn gaan doen. 

1989 / 1991 – Groninger Museum

Een van zijn meest recente ontwerpen is een dessin voor de bekleding van een klassieke stoel uit de geschiedenis van het meubelontwerpen, de Pinguïn van Theo Ruth voor Artifort uit 1953. Dit was zijn bijdrage aan een project van Job Smeets voor de New Yorkse galerie Chamber, die drie Nederlandse top-ontwerpers benaderde voor het maken van een meubelstofontwerp in zwart-wit. Naast Swip Stolk waren dat Wim Crouwel en Julius Vermeulen. Het ontwerp van Swip Stolk, met iconen uit zijn eigen werk, noemde hij Hotstuff.

1993 – Art Business Groninger Museum
1995 – Groninger Museum

Inspirerende vriendschappen
Je kunt ook nog op een andere manier naar het werk van Swip Stolk kijken: langs de lijnen van de inspirerende vriendschappen die hij onderhouden heeft en vaak een periode van tientallen jaren beslaan. Daar is hij op dit moment zelf mee bezig. Hij wil een serie kleine ‘tandemtentoonstellingen’ opzetten (hij noemt ze zo naar de eerder aangehaalde opmerking van Frans Haks) in zijn woonhuis annex studio in Zaandam. In Galerie De Atlas van Zwerus Adrianus (zijn voornamen) zal werk te zien zijn dat uit die vriendschappen is voortgekomen.

De eerste in de rij van vriendschapsbanden is die met zijn jongere broer Rob Stolk (1946-2001), oprichter van Provo en later drukker. Swip Stolk: ‘Hij was mijn broer, mijn vriend en mijn drukker.’ In het boek Master Forever zei Rob over zijn broer: ‘Swip is eigenlijk een vrij kunstenaar in dienst van de toegepaste vorm. Juist daarom is hij in staat iets toe te voegen aan een ontwerp.’ Met Rob werkte Swip samen aan het blad Barst, de voorloper van het blad Provo, waarvoor hij enkele omslagen ontwierp.

1984 / 1986 – postzegels

Dan is er Anthon Beeke. Na hun samenwerking in de jaren zestig en zeventig is hun vriendschap blijven bestaan en ze pakten die vroegere samenwerking in 2006 nog eens op voor het maken van het jaarboek Grafisch Nederland, Geluk/Happiness. Een hoogtepunt in de samenwerking met Anthon Beeke is voor Swip Stolk hun werk voor het architectuurtijdschrift Forum, dat ze een totaal ander aanzien gaven. Belangrijker nog was voor hem dat ze als volwaardig lid werden opgenomen in de redactie van het blad. Tussen 1971 en 1975 maakten ze er deel van uit. Onder hun invloed kwam in het blad niet alleen de architectuur in beeld maar ook de straat en het straatleven, recente maatschappelijke ontwikkelingen en de jongste bewegingen in de beeldende kunst.

De relatie van Swip Stolk met De Boer & Vink begon in 1961 en duurde tientallen jaren, net als zijn vriendschap met directeur Klaas Vink. Hij maakte voor het bedrijf de eerder genoemde reeks opzienbarende kalenders. Het was heel bijzonder dat het bedrijf een jonge en toen nog onbekende grafisch ontwerper zo veel ruimte gaf. Hij zocht voortdurend de grenzen op, in de druktechniek en in zijn vakgebied, en overschreed ze even vaak. ‘Eigenlijk liggen al mijn ideeën over vormgeving besloten in die kalenders,’ zei hij later. ‘Ze hebben de basis gelegd voor al mijn latere werk.’ Hij vond er het gedroomde laboratorium voor zijn ontwerpersgeest en, even belangrijk, een podium. De oplage van de kalenders was tamelijk klein, maar het vakgebied had belangstelling. Hij kwam erdoor in contact met lotgenoten als Anthon Beeke en Jan van Toorn. Hij ontdekte dat hij geen eenzame roepende in de woestijn was.

2009 – dubbeltentoonstelling Jan Jansen en Swip Stolk

In schoenontwerper Jan Jansen vond hij ‘net zo’n bloedgabber als Anthon’. Ze leerden elkaar in 1968 kennen. Wim Crouwel had een beeldmerk voor Jansen ontworpen, maar die kon zich helemaal niet in het ontwerp vinden. Via Pieter Brattinga kwam hij bij Swip Stolk terecht. Het klikte meteen. Ze lieten op hun eerste ontmoeting aan elkaar zien wat ze maakten en zagen dat ze, ieder op hun terrein, met hetzelfde bezig waren. Het was voor beiden een schok van herkenning. Ook tussen hen ontwikkelde zich een vriendschap van tientallen jaren. Deze vond in 2009 een bekroning in de dubbeltentoonstelling Jan Jansen/Swip Stolk, twee meesterontwerpers in Museum het Valkhof in Nijmegen. De tentoonstelling was door Swip Stolk ingericht, hij ontwierp het affiche, bestaande uit dubbelportretten van Jan Jansen en hemzelf (als de Rembrandt uit zijn tentoonstelling Master Forever) digitaal bijeengeregen met een schoenmakerssteek, ontleend aan een ontwerp voor een herenschoen van Jan Jansen.

Paul Mertz, begeesterd reclameman en communicatie-adviseur in de wereld van kunst en cultuur, was een van de eerste opdrachtgevers van Swip Stolk met de Upperground-manifestatie in De Bijenkorf en de karnemelkcampagne voor het Nederlands Zuivelbureau. De vriendschapsband die er toen ontstond, is altijd blijven bestaan. Paul Mertz is voor Swip Stolk een leven lang ‘een grote inspirator’ geweest, ‘van onschatbare waarde’.

1968 en 1970 – karnemelkcampagne

Het jaar 1968 werd een magisch jaar voor Swip Stolk door een ontmoeting die later van grote betekenis zou blijken. Frans Haks (1938-2006) werkte in het kader van een Studium Generale-programma van de Universiteit van Utrecht aan een tentoonstelling in het Catharijneconvent, Environmentsgetiteld, over democratie en vernieuwende tendenzen in de kunst. Haks wilde ruimtes creëren waarin de bezoeker iets actiefs moest doen om de kunst tot leven te laten komen. Hij had aanvankelijk Jan van Toorn op het oog voor de vormgeving, maar die kon niet en verwees hem door naar Swip Stolk. Ook met Haks klikte het meteen.

Toen hij kennis had genomen van de inhoud van de tentoonstelling besloot Swip Stolk om er een elektronische catalogus voor te maken. Deze was gebaseerd op het op batterijen werkende spel Electro van spellen fabrikant Jumbo. Het was een doos gevuld met kaarten waarop vragen en mogelijke antwoorden afgedrukt waren. Met een stekker kon een vraag worden aangetikt en met een andere stekker een antwoord. Als het antwoord goed was, ging er een lampje branden. Swip Stolk ontwierp ook de inrichting van de tentoonstelling, waar net zo’n sfeer van uitging als uit de catalogus. Je kwam een donkere ruimte binnen via een cabine met patrijspoorten waardoorheen je de tentoonstelling kon overzien en met drukknoppen kon je de geëxposeerde objecten aanlichten. Hij was gevraagd als vormgever, maar werd met die elektronische catalogus en het inrichtingsontwerp volwaardig deelnemer van Environments, kunstenaar onder kunstenaars.Hij vond met zijn bijdrage aan de tentoonstelling een nieuw, museaal, podium en een nieuw publiek. Voor Frans Haks gold hetzelfde als tentoonstellingsmaker. Het was een doorbraak. Ze beseften het toen nog niet, maar dit eerste contact was het begin van een levenslange samenwerking.

1989 – Mendini Groninger Museum

Tien jaar later werd Haks directeur van het Groninger Museum. Een van de eerste tentoonstellingen die hij organiseerde, was gewijd aan Swip Stolk. Hij liet zien hoe veelomvattend diens restyling voor de VARA was geweest. Swip Stolk en Frans Haks lieten elkaar daarna niet meer los. Stolk werd aangesteld als vaste vormgever van het museum. Hij schat dat ze samen zo’n veertig projecten hebben gedaan. Ook na het ontslag van Haks in 1996 bleef hij nog voor het museum werken. Hij maakte de affiches voor het museum in een kenmerkende smalle vorm: vier liggende A-viertjes boven elkaar. Toen hij ontdekte dat ze in het museum opgevouwen werden en in een enveloppe gestopt ter verzending, waardoor bij het vouwen de laklaag van de drukinkt barstte, ontplofte hij bijkans van ontzetting. Sinds die uitbarsting worden de affiches in kokers verstuurd.

1998 / 1999 – Groninger Museum
2000 – Swip Stolk, Master forever Groninger Museum

Hoogtepunten waren de tentoonstellingen over Allessandro Mendini (1988) de Memphis-tentoonstelling (1989-1990) en Bussiness Art/Art Bussiness en natuurlijk Swip Stolk. Master Forever in 2000, toen Haks al weg was als directeur. In 2008, zes jaar na diens overlijden, ontwierp Swip Stolk een boekje als een prachtig kleinood, Frans Haks. Een portret. Het was een herinneringsbundel met bijdragen van vrienden, bekenden en collega’s. Frans Haks en Swip Stolk noemen elkaar daarin ‘tweelingbroers in museumland’. Het geeft de betekenis en intensiteit van hun band aan. Over Swip Stolk heeft Frans Haks eens gezegd dat die hem veertig jaar lang heeft weten te verbazen. Swip Stolk ziet die uitspraak als een wapenfeit. ‘Als iemand als Frans, die steeds iets nieuws wil, dit zegt, dan is dat het mooiste compliment dat je kunt krijgen.’

Al heel lang heeft Swip Stolk een nauwe band met Victor Spits van ID Lite/ID Laser in Westzaan, gespecialiseerd in lasertechnieken voor de grafische markt. Swip Stolk ontwierp in 1993 een huisstijl voor ID Lite/ID Laser en later de website van het bedrijf. Net als bij De Boer & Vink mocht hij ook van Victor Spits naar hartelust experimenteren met de allernieuwste technieken. In een presentatie voor ID Lite introduceerde Swip Stolk in 2003 zijn geheime alfabet Secret Signs. Het was een fantasie-alfabet om in code met elkaar te kunnen communiceren. En zoals zo vaak in het werk van Swip Stolk was er een dubbele bodem. Elk teken staat voor een letter in het gewone alfabet maar heeft ook een diepere symbolische betekenis. Zo staat A voor Angry, B voor Born, C voor Cool, enz. Met de bijbehorende dubbele decoderingskaarten kun je een code ontcijferen en iemands karakter ontrafelen. 

1991 / 2000 – magazine Dutch
2009 – Secret Signs

Met Sandor Lubbe, de man achter de avantgarde bladen Dutch en Zoo,[heeft Swip Stolk een band die meer dan twintig jaar beslaat. Hij ontwierp het karakteristieke titelbeeld van Dutch en toen dat ophield te bestaan, de titel van opvolger Zoo. Swip Stolk vond in zijn werk voor Zoo het contact weer terug met de avant-garde in de wereld van de beeldende kunst en mode waarmee hij in het Groninger Museum in aanraking was gekomen. Zoowerd een belangrijk podium, hij kon er altijd zijn nieuwste werk laten zien.

In 2004 was in het Palais de Tokyo in Parijs de tentoonstelling Curious Wishes te zien. In opdracht van BMW kozen zes avantgarde tijdschriften een kunstenaar om een BMW uit de luxe klasse naar eigen inzicht te bewerken. Zookoos voor Swip Stolk. Hij bekleedde de wagen met een tweede huid van zwart rubber en daaronder bezweringssymbolen en tekens uit zijn geheime alfabet. Die elementen werden aangebracht op de carrosserie. De rubberen huid werd voorzien van een lijmlaag en vacuüm over de carrosserie met tekens en symbolen heengetrokken, die als reliëfs in de rubberhuid opbolden. De auto werd later opgenomen in de collectie van het BMW Museum in München. In 2005 liet hij in een pop-special van Zoozijn sieraadontwerpen zien in een bijzondere setting. Ze werden op foto’s gedragen door grote sterren uit de popwereld als Pharrell, Naomi en Tommy Lee.

2013 / 2014 / 2015 / 2017 – magazine Zoo

Iconografisch symbolist
Het blad laat nu – begin 2017 – Swip Stolks laatste verrassende werk zien: Groceries. The Other Face of Food, een surrealistische wereld die hij ontdekte toen hij zijn boodschappen had uitgepakt en met een keukenmes aan de slag ging. Het leverde een bizar visueel universum op van wonderbaarlijke verschijningen. Onmiddellijk pakte hij zijn smartphone om zijn nieuwe ontdekking vast te leggen. ‘Het is wat je erin ziet’, zegt hij, ‘als gezichten zien in het behang.’ Deze manier van observeren heeft hij zijn hele leven lang al gevolgd, zegt hij, en is in veel van zijn werk terug te vinden. ‘Iconografisch symbolist’ noemt hij zich in deze steeds weerkerende rol.

2005 – Collection DSGN by Swip Stolk
2001

Auteur: Willem Ellenbroek, maart 2017
Eindredactie: Sybrand Zijlstra
Portretfoto: Aatjan Renders