Warren Lee

De roots van Warren (1944-2017) liggen in New York State, zo’n 100 kilometer boven New York City. Geboren in het oorlogsjaar 1944. Zijn vader sleet zijn dagen onder de zeespiegel, op oefening of in actie bij de US Navy. Warrens oudere broer en zus werkten later ook onder de banieren van het Pentagon. Zelfs in Warrens voornaam klinkt een martiaal thema door. Die blijkt inderdaad afgeleid te zijn van het begrip ‘war’, beweert althans Wikipedia. Maar gelukkig: de naam betekent ook konijnenburcht en dat is wel veel ‘dierbaarder’.

Frank Nijhof en Warren Lee openen hun boekwinkel in de Amsterdamse Staalstraat, 25 februari 1989

Zelf koos Warren voor een ander levenspad. Indachtig Tolstojs Oorlog en Vrede misschien? Hij studeerde aan de universiteit van New Hampshire voor het vreedzame leraarschap maar stapte er voortijdig op. Zwierf vervolgens met een kameraad door vele States en belandde ten slotte in San Francisco, waar zich een hechte (levenslang gebleken) vriendenkring vormde. Terwijl de VS nog steeds in Vietnam vochten, staken enkele van de vrienden in 1970 over naar het ‘liberale’ Nederland en kochten met elkaar een huis aan de Reguliersgracht in Amsterdam. Het leven is speels, want ook Wim en Emy Crouwel woonden ooit enige tijd in dat pand, dat tot op de huidige dag eigendom is gebleven van een van de vrienden-landverhuizers.

Aan de overkant van die gracht voerden Nik en Maggie Schors een uitgeverij en antiquariaat. Een boekenbedrijf dus. Daar stapte Warren Lee het vak binnen. Hij zou bijna 25 jaar als vertegenwoordiger van de Schorsen het hele land rondrijdend met ‘het boek’. Hij kent de wegen van Terneuzen tot Delfzijl en van Den Helder tot Vaals.

Hoe speels het leven wel kan zijn bleek nogmaals omstreeks 1980, toen het opgeheven (boeken)veilinghuis van G. Theodorus Bom, aan de overkant van de gracht – begin Kerkstraat – zelf onder de hamer kwam en Warren daar voor 180 guldens een giga-tafel kocht waaraan mijn moeder, ooit secretaresse van ‘oom Theo’, jaren had gewerkt. Mijn vader, boekbinder in de Kerkstraat, restaureerde kostbare boeken voor de veilingbaas. Vandaar dus, zal ik maar zeggen.

Renée Nijhof fotografeerde haar broer Frank in het huwelijksbootje, 15 juni 2005

…en Frank Nijhof
Het bezoek aan de Buchmesse Frankfurt 1985 was een keerpunt. Bij een lunchbroodje frankfurter ontmoetten Warren Lee en Frank Nijhof elkaar voor het eerst. Korte tijd later kocht Warren twee kaartjes voor een Sjostakovitsj-concert. Dat bleken uiteindelijk ‘tickets voor het leven’ te zijn.  

Frank was een derde-generatie boekverkoper. Grootvader en vader hadden hun zaak in Zutphen, maar Frank koos ervoor elders te starten. Hij begon bij Klompé in Arnhem, stapte over naar Nijmegen, waar vader Yocarini (!) zijn boekwinkel voerde, en zette zijn verkenning voort bij de Bijenkorf in Den Haag. Ten tijde van ‘Frankfurt’ was Frank bedrijfsleider bij boekhandel Premsela, in de schaduw van de Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum. (Het speelse leven slaat weer toe: Sander Smit, de jongste zoon van mijn zus, stapte als opvolger in Franks voetsporen bij Premsela).

Boekwinkel Nijhof & Lee in de Amsterdamse Staalstraat

In 1988 maakten Frank en Warren een droom waar: zij openden hun eigen winkel, genaamd Nijhof & Lee. Daarover bestaat een legendarische uitspraak, ooit opgetekend uit de mond van vriend en collega Hans Bockting: “The best London design bookshop is in Amsterdam.” Woorden die exact de bijzondere rol samenvatten van het duo: het runnen van een internationaal vermaarde designboekwinkel. Gedreven op basis van hun in decennia opgebouwde gespecialiseerde expertise en ongebreidelde vakliefde. 

In de historische Amsterdamse Staalstraat, vol verfijnde smaak voor oog en tong, waren Frank en Warren de gastvrije gérants van een delicatessenzaak op het gebied van grafische en productvormgeving, fotografie, actuele beeldende kunst en aanverwante zaken. Hun kennis van zaken werd gul en zonder onderscheid gedeeld met iedere serieuze bezoeker, expert of zo-maar-binnenlopende student (die overigens best de nodige studiepunten kon verdienen met zo’n ‘excursie’ bij Nijhof & Lee). Regelmatig was hun winkel het toneel van boekpresentaties – kleine, vaak drukbezochte feestjes rond de lancering van een nieuwe uitgave. Een enkele keer moest zelfs een deel van de genodigden buiten blijven: full house!

Iedere vierkante decimeter van de winkel, inclusief een minieme kelderruimte, was benut voor het op tafels etaleren van de nieuwe oogst en het onderbrengen van het overige aanbod van evergreens en ‘hebbedingen’ op de kastplanken. Dat maakte het onmogelijk om wandruimte vrij te houden voor wat in toprestaurants gebruikelijk is: het showen van gesigneerde portretten van beroemde bezoekers. Want die wisten allemaal de weg te vinden naar dit ‘vakcentrum’ in die delicate Staalstraat, waar ooit de staalmeesters poseerden voor Rembrandt. Om maar enkele illustere ontwerpers te noemen: Pierre Bernard, Alain LeQuernec, Uwe Loesch, Kenya Hara, Lars Müller, Steven Heller, Aoi Huber, Kari Pippo, Tony Brook en binnenlandse grootmeesters als Anthon Beeke, Wim Crouwel, Willem Diepraam en Irma Boom. Zo gaat dat bij een viersterren-etablissement.

Boekwinkel Nijhof & Lee in de Amsterdamse Staalstraat. De grotere etalage in de zijstraat kreeg een thematische aanpak, zoals Dandyism en In Memoriam Benno Premsela.

De winkel was zeer strategisch gelegen aan de motorvrije doorgangsstraat tussen het Muntplein en het Waterlooplein met Opera en Stadhuis. Het hoekpand waarin Nijhof & Lee hun nering voerden was rijk voorzien van etalageruimte. Voor de etalage in de zijstraat maakte Frank (ook gediplomeerd etaleur) altijd bijzondere, thematische opstellingen, vooral inhakend op de actualiteit. Op de eerste etage bevond zich hun antiquariaat boordevol zeldzame boeken, catalogi en affiches. Een absoluut walhalla. Toegang alleen op afspraak en onder begeleiding. De kooplustige liefhebbers konden er niet rustig neerstrijken in gerieflijke fauteuils, want die zouden te veel kostbare ruimte hebben verspeeld. Nee, het werd een fysieke beproeving op een krukje of op de hurken, maar wel altijd in liefde ondergaan.

Frits Deys was van 1988 tot 2011 de vaste huisstijlontwerper van Nijhof & Lee in de Staalstraat. / Bij wijze van uitzondering ontwierp de Israëliër Yanek Iontef een serie notitieboekjes, een gewild relatiegeschenk van Nijhof & Lee voor de web-klanten.

In de geest van de tijd kwam er in 1996 een Nijhof & Lee website, waardoor ook hun talrijke connecties ‘overzee’ op de hoogte konden blijven van het unieke aanbod van grote en kleine gespecialiseerde uitgevers. Zoekopdrachten uit alle hoeken van de wereld waren dagelijkse kost. De klanten zaten ook in Japan, Australië, Zuid-Amerika en elders in Europa. In wat wij later zijn ‘cockpit’ doopten – een nisje in hun winkel – bespeelde Frank hoogst bekwaam zijn toetsenborden, verkennend rondvliegend over de hele boekenwereld.

Een boekhandelaar verkoopt niet alleen maar, de inkoop is vooral de factor waar het voor hem om draait. Warren en Frank schroomden niet om ook werken in huis te halen waarvan helemaal niet bij voorbaat vaststond dat ze er een koper voor zouden vinden. Dat waren uitgaven die ze nu eenmaal zélf begeerlijk vonden. En ook hier gold onverbiddelijk de mantra van andersoortige investeerders: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

De Staalstraat maakte ooit deel uit van de Amsterdamse Jodenbuurt. Bij de 50-jarige herdenking van de Bevrijding, in de week van 1 tot 7 mei 1995, was de winkel van Nijhof & Lee om die reden eventjes de plaats van een installatie van Ronald klein Tank. Nummer 13a was oorspronkelijk een stuk kleiner; een aanpalende garage was er namelijk later aan toegevoegd. Frank Nijhof heeft zich met vurige inzet verdiept in het hartverscheurende lot van alle joodse bewoners van de vier verdiepingen van 13a. Op de begane grond was een sigarenwinkeltje gevestigd; er bleef daar dus nóg minder woonruimte over voor het gezin van de sigarenman met zijn twee kinderen. Ook op de hogere etages was de leefruimte nog altijd heel beperkt. Frank slaagde er met zijn gedreven speurwerk in alle namen van de bewoners te achterhalen. Een ambtenaar van de burgerlijke stand ging zijn boekje geheel te buiten door te bevestigen dat alle namen klopten. Medio 1942 werden alle bewoners van het pand in één nacht opgepakt. In Auschwitz werden zij allen omgebracht. De installatie Ronald klein Tank toonde de plattegrond van de benedenetage. Daar doorheen werd een eindeloze reeks schimmen geprojecteerd van stand-ins van de omgekomen bewoners. De herdenking werd in een mini-leporello vereeuwigd.

1995: 50 Jaar Bevrijding, de installatie van Ronald klein Tank n.a.v. Franks research naar de Joodse bewoners van de winkel. Enkele portretten van ‘schimmen’ van hen werden afgebeeld in een leporello met een oplage van 50 genummerde exemplaren.

De trouwe aanloop in hun winkel was beslist geen eenzijdige blijk van waardering. Warren en Frank besteedden veel tijd en inspanning aan het bezoeken van congressen, symposia, lezingen, veilingen en tentoonstellingen op grafisch gebied; in eigen land en soms ook ver over de grens. Ze onderhielden nauwe contacten met de beroepsorganisaties BNO, AGI en AtypI. Bij tal van gelegenheden in binnen- en buitenland zetten zij een pop-up winkel op: ze sleepten een bestelauto vol boeken en tijdschriften mee om de pauzes van de evenementen op te luisteren. Zo waren ze te vinden bij ATypI Rome, Praag, Kopenhagen, Helsinki en Lyon. Met Piet Gerards en Hans Bockting deed Warren in 2007 een studentenproject in Boekarest, waar hij 25 Nederlandse ontwerpers presenteerde. Inspannende operaties waren dat.

Nijhof & Lee boekenstand tijdens AtypI congres Lyon, 1998
Bill Viola op bezoek. De etalage was voor hem, 1998

De reputatie van Nijhof & Lee leidde er ook toe dat ze benaderd waren voor het voeren van de boekhandel in zowel het Stedelijk Museum Amsterdam als het Graphic Design Museum in Breda – dat laatste in de tijd dat Peter Rijntjes daar nog interim-directeur was. Nijhof & Lee’s reputatie heeft doorgeklonken in talrijke prestigieuze artikelen in vooraanstaande internationale vakbladen. De stapel krantenknipsels in Warrens boekenkast liegt er ook niet om.

Een unieke versie van dergelijk uithuizig vlagvertoon vormde de tentoonstelling in Galerie VIVID, die toen nog in het hart van Rotterdam was gevestigd, van oktober tot november 2008. Het initiatief kwam uit de Staalstraat. Onder de titel ‘80 20 100’ werd aandacht besteed aan het kroonjaar 80 van ontwerper Wim Crouwel en de oprichting van Nijhof & Lee 20 jaar eerder. Frank Nijhof was begin september overleden – nèt te vroeg om hun eigen jubileum mee te mogen maken. Het getal 100 in de titel van het evenement refereerde aan de 100 door Wim Crouwel ontworpen objecten die werden getoond. David Quay ontwierp een prachtige catalogus die het gebeuren begeleidde. Het was de bijzondere combinatie van een feest en een herdenking.

Boekwinkel Nijhof & Lee in de Amsterdamse Staalstraat. De grotere etalage in de zijstraat kreeg een thematische aanpak, zoals Wim Crouwel 80. Rechts de deur naar ‘het walhalla’, het antiquariaat.
Catalogus van het 80/20/100-evenement bij Galerie Vivid, Rotterdam, 2008. Ontwerp David Quay

Een klein hoekje direct achter de voordeur van de winkel in de Staalstraat werd geheel onbedoeld de oorzaak van een betreurde uitglijder in de bedrijfsvoering van Nijhof & Lee. Het was nauwelijks meer dan een vierkante meter, waarop een standaard met ansichtkaarten, stadsgidsen en plattegronden, plus wat verdere toeristische informatie te vinden was. Dat zorgde voor de kortstondige inloop van de passerende toerist – zich niet bewust van de speciale aard van dit ontwerpers lustoord. Aankoopjes van vaak maar enkele euro’s vroegen wel de nodige extra oplettendheid van de winkelbemanning. Een leeggekomen pand aan de overkant van de straat werd betrokken om te kunnen voorzien in die toeristische zaken en daarnaast was er voor anderen een verleidelijk aanbod van affiches en kunst. De inrichting en huur van het pand, maar ook de extra personeelskosten, bleken zwaarder te wegen dan de opbrengst rechtvaardigde. Het kortstondige avontuur van deze dependance pleegde een gevoelige aanslag op de jaarbalans. Medewerker John vertrok. Dat werd iets minder wrang omdat hij net 65 geworden was.

In 2008 werd Frank Nijhof ernstig ziek. Enkele zware chirurgische ingrepen vonden plaats in het OLVG in Amsterdam, waar hij maandenlang liefdevol werd verpleegd. Bij alles bleef Frank zijn blijmoedigheid behouden. In het laatste stadium van zijn ziekbed verhuisde hij naar het VU ziekenhuis, waar hij na enkele dagen op de intensive care insliep. Bij de crematieplechtigheid betoonde ‘het vak’ zijn droefenis en diepe respect. De zo aimabele man had veel vrienden en bewonderaars die het afscheid niet wilden missen.

Frank Nijhof in de boekwinkel.

Warren woonde al ruim veertig jaar in ons land toen hij plotseling besloot dat hij er maar eens blijk van moest geven er hier ook bij te willen horen. Hij vulde de paperassen in en op de zonnige dag van 3 juni 2014 zat hij, omringd door een stel getrouwen, temidden van een flinke stoet soms ietwat exotische landverhuizers en hun familie in een ontvangstzaal van het Amsterdamse stadhuis. Het bleek een veertiendaags ritueel te zijn, door de gemeente fraai in scène gezet. Met historische films, chauvinistische verhalen, een ‘ingeblikte burgemeester’ en een bij iedere nieuwe ingezetene herhaalde bezweringsspreuk. De een na de ander werd op het podium genodigd om de belofte of eed af te leggen – zich daarmee inzwerend als burger van de staat der Nederlanden. Sommigen van de aspirant-vaderlanders hadden nog moeite met de taal. Zo niet Warren: hij sprak al heel lang veel beter Nederlands dan de leden van de familie Van Saksen-Coburg, het Belgisch koningshuis en hun ministers (toegegeven, dat zegt nou ook weer niet zo veel). Aan het eind van de gebeurtenis konden wij proosten op het feit dat Warren Z.M. Willem-Alexander had erkend als zijn eigen koning. Als je snel was kreeg je ook nog een bitterbal of partje haring met driekleur. Zijn Amerikaanse paspoort verlengde Warren niet meer. Voor het nieuwe Nederlandse moest hij later nog eens terugkomen, wanneer de ambtelijke molen verder gedraaid had. Een vrolijk gezelschap van dierbaren kwam daarna bijeen op historische grond: het pand aan de Reguliersgracht waar Warrens bed ooit stond. Hij werd verrast met veel toepasselijke cadeautjes, waaronder oranje ondergoed en een kamerdeur-hoge vlag. Die laatste was toch al in de aanbieding in de supermarkt (bij twee pakken koek), vanwege het naderende WK voetbal.

3 juni 2014: WL erkent W-A officieel als zijn koning.

De gang naar de trouwambtenaar, op 15 juni 2005, had Frank en Warren vooralsnog niet aan een gezamenlijke postcode geholpen. Warren bleef gewoon in de Staalstraat wonen, hoog boven hun winkel. Frank resideerde in Amsterdam-Zuid, in de Pieter de Hooghstraat. ‘Living apart together’, heet zoiets. Pas toen Frank ongeneeslijk ziek was verklaard verhuisde Warren naar Zuid. Een familielid van Frank kwam daar voor het eerst op bezoek, voor Franks laatste verjaardag. De jarige was weer even uit het ziekenhuis ontslagen. De goede verre neef zag de lange en kamerhoge, overvolle boekenwand en sprak zijn verwondering uit met de legendarische woorden: “Gut, wat zonde van die ruimte!”

Het uitbundige, gênante feestje van de hypothecairs- en bankiersmaffia dat de naïeve buitenwereld in 2008 plots overviel, vond binnen korte tijd ook zijn weerslag in de grafische sector. De uitholling van activiteiten was van ongekende aard. Drukkerijen zagen hun orderportefeuilles flink teruglopen, zochten deels hun heil in vaak schaamteloze concurrentie, of moesten een aantal medewerkers de laan uit sturen. Verschuivingen van gedrukte media naar televisiereclame hadden de branche trouwens ook al geen goed gedaan. Bij de ontwerpers en hun bureaus speelde zich hetzelfde af: inkrimping en vervolgens voor veel ontslagen medewerkers de vlucht in het onzekere bestaan als zzp-er, nauwelijks ondersteund door diezelfde ontspoorde bankiers.

Broederlijke samenwerking tussen diverse beroepsvrienden resulteerde in een beeldschone, bekroonde brochure ter ondersteuning van Nijhof & Lee in gure economische tijden (2008). Bockting Ontwerpers deden de vormgeving.

Dat alles had natuurlijk ook directe repercussies in de nauw aanverwante boekensector. In de Staalstraat woei dezelfde gure wind, die zich vertaalde in schaarser bezoek en het terugschroeven van vaste aankoopbudgetten voor vakliteratuur bij grote ontwerpbureaus. Deze ontwikkelingen barstten natuurlijk niet ‘overnight’ los maar wel in een fiks tempo. Voor Warren Lee kwamen ze op het ongelukkigst mogelijke moment – zo kort na het verlies van zijn partner in het leven en in hun gedeelde passie voor het boekenvak. Gevoelsmatig kwam hij er alleen voor te staan, zij het met een kringetje van vrienden en in de winkel met enkele medewerkers: een deels nog in te werken verkoop-assistent (‘kleine Frank’) en Giny, het part-time boekhoudkundig geweten. Een groepje ervaren vaklieden uit de vriendenkring van Nijhof & Lee spande samen en produceerde een opmerkelijke brochure, als reddingsboei. Bockting Ontwerpers maakten er iets unieks van.

Werken in een boekwinkel is fysiek zwaar. Een ware alternatieve sportschool, met al dat slepen, tillen, bukken, in- en uitpakken en boeken plaatsen. Dagelijks met een vrachtje naar het postkantoor in de Stopera; te voet, omdat het met de auto domweg niet mogelijk was. Het merendeel van al deze exercities stond zes dagen per week op het programma. Als je dat veertig jaar braaf hebt volgehouden bereik je binnen de kringen van de boekhandel een Mijlpaal, in de bescheiden gestalte van een Speld: de Gouden Boekenspeld, verleend door de landelijke organisatie van je vakbroeders. Frank kreeg die in 2008, Warren was in oktober 2014 aan de beurt. Na afloop van de eerste Wim Crouwel Lezing (door Joost Elffers) kreeg Warren Lee in de Aula van de UvA de speld op zijn revers. Marathon voltooid! Bij het passeren van de halve afstand was hem de zilveren versie al verleend.

De Gouden Boekenspelden van de KBb. Frank kreeg hem op zijn laatste verjaardag, 28 juni 2008. Warren was in 2014 aan de beurt, in de Aula van de UvA.

Het besloten fijnproevers walhalla op de eerste etage van Nijhof & Lee’s winkel in de Staalstraat kreeg een vervolg op een voor de meeste Amsterdammers onbekende plek. De naam van het straatje luidt Zakslootje en zonder een Tom Tom zou geen van onze uitheemse taxichauffeurs je er kunnen brengen. Warren is daar huurder van een kleine werkplaats annex magazijn, waar hij zijn grote verzameling affiches verzorgt, fotografeert en archiveert. Opnieuw een stek die alleen op invitatie of dringend verzoek toegankelijk is.

Ondertussen hield het economisch zware weer maar aan en voor Warrens boekhandel raakte de rek er meer en meer uit. In september 2010 zei Warren de huur op. Garrelt Verhoeven, hoofdconservator van de Bijzondere Collecties UvA (afgekort ‘BC’), startte besprekingen voor de overname van de grafische boeken van Nijhof & Lee door zijn universitaire ‘toko’. Alle niet-grafische boeken waren al in de uitverkoop gedaan. In februari 2011 kwamen ze tot een akkoord. Op 1 maart 2011 sloot Warren voorgoed de winkel in de Staalstraat. De laatste bezoeker was Anthon Beeke – “om 5 voor 12”.

Vanaf 2011: Nijhof & Lee, p/a Bijzondere Collecties UvA.

In de kort daarvoor gigantisch en fraai verbouwde BC aan de Turfmarkt (de stille zijde van het Rokin) werd opnieuw ingegrepen: Nijhof & Lee kreeg er ‘een winkel in de winkel’. Bij BC vonden in hoog tempo allerlei fijne manifestaties plaats op (typo)grafisch gebied. De caféruimte werd tevens het podium daarvan. Nijhof & Lee had er een eigen, bescheiden etalage – helaas onvergelijkbaar met die in de Staalstraat. De Turfmarkt heeft ook lang niet de natuurlijke loop van zijn voorganger. Een deel van de oude klandizie kan ook maar moeilijk de weg vinden, hoewel beide locaties slechts op een ferme steenworp uit elkaar liggen.

2015. BC-parttimer Warren Lee is fors aan het afbouwen. Thuis arriveerden 21 royale archiefdozen vol getuigenissen van twee levens in een kleurrijk boekenuniversum.

Auteur: Ben Bos, juni 2015
Eindredactie: Sybrand Zijlstra
Portretfoto: Aatjan Renders