Rob Huisman

Rob Huisman: “Ik ben gedreven door het vak ontwerpen, maar ben toch ook altijd een buitenstaander geweest. Zo voel ik dat ook. Ik kies bewust voor die positie, want zo kan ik het vak een spiegel voorhouden. Dat is ook de kracht van het BNO-bureau. De mensen die hier werken hebben diezelfde houding. Onafhankelijke denkers.”

Presentatie bNO-jaarboeken in Rotterdam, 1990

Digital footprint
Op 25 april 2013 werd bij de Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in Den Haag het gedigitaliseerde archief van de BNO feestelijk gepresenteerd. Alle nog beschikbare documenten die door de beroepsvereniging Grafisch Vormgevers Nederland, de bNO, KIO, KIO Branche, NIC, BVV en BNO werden geproduceerd tot 2004 zijn geïnventariseerd en deels digitaal ontsloten. Dit archief geeft een indringend beeld van de historie van het georganiseerde beroepsveld van ontwerpers van 1969 tot 2004. De koppeling van de presentatie bij de RKD aan het afscheid van Rob Huisman als directeur van de BNO was door hemzelf bedacht. Hij wilde iets tastbaars van de geschiedenis van het georganiseerde veld en tevens zijn eigen geschiedenis achterlaten als digital footprint. Hij was 26 jaar en 7 maanden het gezicht van de BNO en hield niet alleen de organisatie op koers, maar gaf er ook duidelijk richting aan. Bestuurders kwamen en gingen, maar een factor van betekenis en stabiliteit is toch het bureau van de vereniging, waaraan Rob Huisman met heel veel plezier en inzicht zo lang leiding heeft gegeven.

Ontwerpers verenigen zich
In 1904 van de vorige eeuw ontstond de eerste beroepsorganisatie voor ontwerpers: de VANK (Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst). Een federatief verband van Nederlandse kunstenaarsverenigingen werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter ontbonden vanwege de weigering lid te worden van de Kultuurkamer. Tijdens de oorlog werden al plannen gesmeed voor een nieuwe federatie van kunstenaarsverenigingen, die direct na de oorlog werd opgericht. Deze zette zich o.a. in voor een wettelijke grondslag voor de Raad voor de Kunst, een college dat grote invloed zou hebben op de kunstpolitiek in Nederland. De Vereniging van Beoefenaren der Gebonden Kunsten GKf was lid van die federatie en bestond uit vakgroepen, waaronder de vakgroep grafici en tekenaars. In 1952 werd daarnaast de Kring Industriële Ontwerpers KIO opgericht, waarbij zich een aantal GKf-leden aansloot die echter later uit onvrede toch de NIDf (Nederlandse Industrial Designers binnen de federatie) begonnen. Deze vakgroep hield op een gegeven moment op te bestaan.

Was de vakgroep grafici en tekenaars van de GKf vanuit een Amsterdamse kring ontstaan, in Den Haag werd de Vereniging van Reclameontwerpers en -Illustratoren (VRI) opgericht. Beide verengingen kenden een ballotage voor de toelating van nieuwe leden en beide werden lid van Icograda (International Council of Graphic Design Associations). Een fusie van beide verenigingen volgde in 1968, na veel voor- en tegenstand. De nieuwe naam van de vereniging was Grafisch Vormgevers Nederland (GVN). De GVN kende 16 werkgroepen en regionale kringen, publiceerde honorariumrichtlijnen, maakte tentoonstellingen in de Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum in Amsterdam, stelde salarisrichtlijnen op voor ontwerpers in loondienst, zette zich in voor auteursrechtelijke kwesties en publiceerde in 1973 een geïllustreerde ledenlijst samen met de in de GKf verenigde fotografen.

Rob Huisman algemeen secretaris GVN
In oktober 1986 volgt Rob Huisman Jantien Peeters op als algemeen secretaris van de GVN. De sollicitatiecommissie bestond onder meer uit Jelle van der Toorn Vrijthoff, Simon den Hartog en Jantien Peeters.

Rob Huisman (1948) werd geboren in Hilversum en woonde daar tot en met zijn middelbareschoolperiode. Hij weigerde dienst, maar werd niet erkend. Een gedwongen verblijf in het militaire strafkamp Nieuwersluis verruilde hij toch maar voor het vervullen van de militaire dienst. Als het zwarte schaap van zijn lichting kon hij terugkijken op een nutteloze maar wel aardige tijd. Daarna wilde hij een ‘revolutionaire’ studie volgen en koos voor sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, bij hoogleraren Norbert Elias en Joop Goudsblom. Linkse toestanden vanuit een marxistisch gedachtengoed spraken hem zoals zo velen in die tijd aan. Zijn keuze had weinig te maken met het perspectief om socioloog te worden; eigenlijk had hij meer aanleg voor wis- en natuurkunde. Hij had verschillende bijbaantjes, o.a. op de afdeling Intercontinentaal van de PTT, waardoor hij zelf zijn studie kon bekostigen en er alle tijd voor kon nemen. Al snel kreeg hij van het marxisme genoeg en ging uiteenlopende colleges volgen, zoals psychiatrie en criminologie. Toen hij het tijd vond om af te studeren was hij geboeid door het vak kunstsociologie, dat door Wim Zweers werd gedoceerd: vanuit verschillende filosofische theorieën naar kunst kijken. Hoe bestudeer je kunst als je dat bijvoorbeeld doet vanuit het structuralisme of functionalisme? Die methode om op verschillende manieren naar een onderwerp te kijken heeft hij ook tijdens zijn loopbaan in de ontwerperswereld veelvuldig toegepast. 

Rob Huisman trouwde tijdens zijn studie met Marijke Paul. Zij kregen twee dochters, Celine en Crista, voor wie Rob de zorg op zich nam, waarvoor naast zijn studie genoeg tijd overbleef. Met een stage bij de Boekmanstichting in 1977 kreeg hij zijn eerste serieuze baan, in het kader van een opdracht die de Boekmanstichting voor de Amsterdamse Kunstraad uitvoerde. In galerie De Appel bij Wies Smals en Josine van Droffelaar aan de Brouwersgracht in Amsterdam volgde hij een half jaar lang alle performances, van die van Ulay en Abramowic tot die van Hermann Nitsch met zijn bloederige body art. Er ging een wereld open voor Rob. De uitkomst van de vraaggesprekken die hij hield met bezoekers was een positief advies over de zelfstandige positie van De Appel als galerie voor performances.

Vervolgens kwam hij in 1979 als beleidsmedewerker beeldende kunst te werken bij de Culturele Raad Zuid-Holland. Door de opheffing van de Beeldende Kunstenaars-regeling (BKR) werd een deel van het overheidsgeld voor cultuur overgeheveld van het ministerie van WVC naar de provincies. Rob kon in zijn functie prettig veel geld uitgeven aan kunstprojecten als Golfbreker en de Eerste Zuidhollandse Kunstbeurs. Hij vond het inspirerend om samen te werken met Erik Akkermans, toenmalig directeur van de Culturele Raad Zuid-Holland.

Overleg BNO, BNI, KIO en KIO Branche in het Arsenaal, 1993. Foto Bob Bronshoff

Van GVN naar bNO
Op zijn eerste werkdag bij de GVN treft Rob Huisman onuitgepakte verhuisdozen aan. Het bureau is net verhuisd van de Amstel naar het Arsenaal aan het Waterlooplein, waar ook de BNI, BNS, NVTL en IFI kantoor houden. De vereniging telt op dat moment 554 gewone leden en 81 studentleden. Marianne Ketel is net voor hem aangenomen, maar het is aanvankelijk onduidelijk wat haar positie is. Tegen Rob is verteld dat hij een secretaresse zou krijgen en Marianne heeft vernomen dat ze als adjunct-secretaris aan de slag kan. Uiteindelijk hebben beiden dat misverstand goed opgelost. Lucy Pels doet de boekhouding van de GVN, wat zij na al die jaren nu nog steeds doet bij de BNO.

Van inwerken is geen sprake en het zittende bestuur vindt Rob maar een rare vogel. De eerste indruk die Rob van de vereniging krijgt, is dat die eigenlijk nergens om draait en dat het bestuur zich overal mee wil bemoeien. Op het bureau komen bijvoorbeeld 2000 gedrukte exemplaren van de geïllustreerde ledenlijst binnen, vormgegeven door Bart Oosterhoorn, maar er is nauwelijks een plan om er iets mee te doen. Met de oprichting van de Nederlandse Illustratoren Club (NIC) dat jaar is er een nieuwe organisatie bijgekomen voor een discipline die eerder een plaats had binnen de GVN. Dit leidt tot een discussie over de naam GVN, maar die wordt niet veranderd. Op de ledenvergadering in het najaar van 1986 wordt Guus Ros (BRS Premsela Vonk) tot nieuwe voorzitter gekozen en deze vormt samen met Marjan Ott, Ton Limburg, Bart Oosterhoorn, Matt van Santvoord en Ko Feekman het nieuwe bestuur. 

Rob kent de ontwerpwereld nauwelijks, maar het internationale congres Design ’87 in de RAI is voor hem een uitgelezen gelegenheid kennis te maken met het vakgebied en met heel veel mensen. Ook de tentoonstellingen die deel uitmaken van Holland in Vorm zijn voor hem een welkome introductie tot het vak. Deze tentoonstellingen, die ter gelegenheid van Design ’87 in juni worden geopend, zijn een bijzondere samen-werking tussen de musea van moderne kunst in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Arnhem. Het Stedelijk Museum in Amsterdam neemt het onderdeel ‘Grafische Vormgeving na 1945’ voor zijn rekening. Na afloop van het congres houdt Icograda zijn algemene ledenvergadering in Amsterdam, waar Nico Spelbrink tot voorzitter wordt gekozen. Binnen de GVN wordt een werkgroep Icograda opgericht. In het Arsenaal houden GVN en BNI in januari 1987 een gezamenlijke nieuwjaars-receptie, waar Ton Limburg zijn boekje In een zwart gat presenteert, een handleiding voor de beroepspraktijk van startende ontwerpers. In de Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum is de GVN-tentoonstelling Tekst en beeld te zien, die door studenten uit Eindhoven is gemaakt. 

Buiten de GVN om zijn er gesprekken tussen enkele designbureaus over het oprichten van een nieuwe vereniging. De bureaus Keja Donia en Visser Bay Anders Toscani (VBAT) hebben daarin het voortouw genomen. Binnen de GVN spreken ook Henk de Vries, BRS Premsela Vonk, Studio 124 van Eelco Bos en Studio Gert Dumbar over de positie van de ontwerpbureaus. Er wordt contact gelegd met de designbureaus die een eigen vereniging op willen richten, met het doel deze bij de GVN te betrekken. Rob Huisman maakt intussen samen met een stuurgroep plannen voor een nieuwe organisatie, die een bredere scope moet hebben dan alleen het grafisch ontwerpen en die ook plaats biedt aan ontwerpbureaus. Volgens hen is er meer ruimte voor een interdisciplinaire aanpak, zoals ook binnen de ontwerpbureaus steeds meer het geval is. Ook zijn zij zich ervan bewust dat de lidmaatschapsstructuur, die gericht is op een persoonlijk lidmaatschap, moet worden omgebouwd. In de toekomst moeten ook ontwerpbureaus lid kunnen worden.

In november 1987 wordt het voorstel voor de nieuwe structuur aan de leden van de GVN voorgelegd en krijgt het bestuur groen licht om deze verder uit te werken: een vereniging met onafhankelijke afdelingen voor individuele leden en bureauleden. Die uitwerking komt in stemming tijdens de algemene ledenvergadering van oktober 1988. De nieuwe naam van de vereniging wordt uit 45 voorstellen gekozen: beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers (bNO). De bNO heeft twee afdelingen met elk een eigen bestuur en daarnaast een algemeen bestuur, bestaande uit de voorzitters van de twee afdelingen, en Guus Ros als algemeen voorzitter en Mike Vredegoor als penningmeester. Samen met de bestuursleden van de afdelingen vormt het algemeen bestuur de raad van afgevaardigden. Deze raad is het besluitvormend orgaan van de vereniging. Tineke Stevens is voorzitter van de afdeling individuele leden, met als bestuursleden Piet Bloem, Marjan Ott, Ko Feekman en Bart Oosterhoorn. Lex Donia (Keja Donia) is voorzitter van de afdeling ontwerpbureaus, met als bestuursleden Willem Kars (Hard Werken), Matt van Santvoord (2D3D), Eugene Bay (VBAT) en Ben Bos (Total Design). In 1988 telt de bNO 825 gewone leden, 130 studentleden en 52 bureaus hebben zich bereid verklaard lid te worden van de vereniging.


Guus Ros, voorzitter, 1986–1990: Rob en ik begonnen allebei in 1986 bij de GVN, hij als algemeen secretaris, ik als voorzitter van het bestuur. Het werden vier uiterst spannende en vruchtbare jaren, waarin een afsplitsing van de ontwerpbureaus kon worden vermeden en zij als afdeling behouden bleven binnen de organisatie. In 1988 werd de oude GVN de nieuwe bNO met de uitnodiging aan ontwerpend Nederland zich aan te sluiten. In 1990 nam ik afscheid als algemeen voorzitter, Rob was directeur geworden en gelukkig bleef hij al die 27 jaren, waarvoor veel dank.


Na het vertrek van Marianne Ketel eind 1987 komt Inge de Bock het GVN-bureau versterken. Eind 1988 wordt zij opgevolgd door Rita van Hattum. Dit is het begin van de jarenlange samenwerking tussen Rob en Rita – een samenwerking die gekenmerkt wordt door twee karakters die elkaar prachtig aanvullen. De wat losse stijl van Rob naast de punctuele aanpak van Rita. De continuïteit, creativiteit en inzet van het bureau is in belangrijke mate aan die samenwerking te danken.

De nieuwe structuur van de vereniging maakt heel veel initiatieven los. De tweejaarlijks Piet Zwartprijs, overgenomen van Total Design, wordt in 1988 uitgereikt aan Wim Crouwel. Intussen is Rob Huisman voldoende ingewerkt in de designwereld en de vereniging om vanuit het bureau een sturende kracht in de ontwikkeling ervan te zijn, maar wel op een non-conformistische manier en met een blowtje op zijn tijd. Met oog voor de nieuwe mogelijkheden op ICT-gebied schaft Rob in 1989 een Apple Macintosh aan voor het bureau. De ledenadministratie wordt door Rita in Filemaker Pro gezet en de kaartenbak verdwijnt. Daarmee zet Rob een trend om nieuwe media in te zetten, die ook anno 2013 op het bureau nog steeds actueel is. Zo breidde de vereniging zijn dienstverlening via de website stelselmatig uit na de introductie van de eerste versie in 1995/1996, opgezet door Sybrand Zijlstra en vormgegeven door Caulfield en Tensing.

Ook de bezetting van het bureau wordt uitgebreid. Vincent van den Eijnde komt als jurist het team versterken en Masja Ros wordt secretariaatsmedewerker. Met Uitgeverij BIS worden de eerste afspraken gemaakt voor de Dutch Design Series. Vanaf 1990 zullen elke twee jaar overzichtsboeken verschijnen met werk van leden. Karin Kerremans ontwerpt de eerste uit de reeks in het kader van haar stage bij Total Design. De verkoop van de BNO-boeken is ook internationaal een groot succes. Volgens Rob kreeg elke Zuid-Koreaanse designstudent een exemplaar van zijn ouders cadeau. Ook heeft deze tweejaarlijkse uitgave Uitgeverij BIS en de BNO financieel geen windeieren gelegd. In 2010 wordt een punt gezet achter deze reeks, die dan door de digitale mogelijkheden achterhaald is.

In 1990 is Eugene Bay de opvolger van Guus Ros als algemeen voorzitter van de bNO. In datzelfde jaar presenteert het ministerie van WVC, na een intensieve lobby van de bNO en verschillende organisaties binnen de Federatie voor Kunstenaars- en Ontwerpersverenigen, de plannen voor een nieuw vormgevingsinstituut. De door het beroepsveld gewenste participatie van het ministerie van EZ blijft uit. Een tegenvaller, omdat de bNO juist voorstander was van een combinatie van cultuur en economie binnen dit instituut, dat het vormgevingsklimaat in Nederland moet bevorderen. Desalniettemin speelt Rob Huisman een belangrijke rol in de uitwerking van de plannen en de huisvesting: de aanwezigheid van de verschillende beroepsorganisaties voor vormgevers en Dutch Form, de voorloper van het instituut onder leiding van Marjan Unger, was een belangrijk argument om het Vormgevingsinstituut in 1993 in Amsterdam te vestigen. 


Eugene Bay, voorzitter 1990–1995:
Rob Huisman, the builder who was often diplomatically incorrect.

Man with a fine memory and the laid-back son of the trippy 60’s. Selfless White Knight that always fought for the inexperienced underdog. The perfect lobbyist but the worst diplomat. The epitome of relaxed casual yet the cliche crumpled professor. Tolerant to the point of anything goes but intolerant to intolerance. Politically unpolitical; and yet socially sensitive. Holding and shipping a tiny glass of white wine at receptions always the man for a party. Loud bursts of laughter erupt from his quiet composure – often when least expected. The solid backbone of the organisation never aspiring to be its ceremonial head. A true survivor amidst a sea of shifting alliences but a man with immovable view point. Like a missionary, he served us ceaselessly, tirelessly and always with intensity. The endless evolution and migrations of the organisation have never derailed his passion.

Without Rob the BNO will loose its glue and part of its unique DNA. The void will no doubt be filled but ‘our’ Rob will never be replaced.


Hans Bockting, voorzitter 1995–1996: 1995-1996: een overgangsperiode. De Beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers (bNO) wordt Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO). De organisatie beoogt naast de belangen van grafisch ontwerpers ook die van illustratoren, industrieel ontwerpers en interieurarchitecten te behartigen. Een nieuwe categorie, grotere ontwerpbureaus eist aandacht voor haar specifieke belangen. Professionalisering is het sleutelbegrip. Mij is opgevallen dat Rob zich destijds, maar ook later, altijd krachtdadig is blijven inzetten voor de zelfstandige ontwerper, of die nu student, beginnend of gevestigd is. Hij had en heeft een scherp oog voor hun kwetsbare positie. 150 jaar geleden werd in Nederland de slavernij afgeschaft. Dat herdenken we dit jaar. Slavernij bestaat hier niet meer; nu hebben we flexibele arbeid…


In de ledenvergadering van de afdeling ontwerpbureaus van 1991 komt de discussie aan de orde die eerder dat jaar door Gert Dumbar en Hans Bockting was aangeslingerd over de plaats van de zogenaamde ‘marketinggerichte’ bureaus binnen de bNO en daarmee samenhangend de verandering in mentaliteit binnen de vereniging. Tijdens het naar aanleiding hiervan georganiseerde bNO-forum Mentaliteit in Beweging ontstaat een fel debat in de Rode Hoed in Amsterdam. Vooral de insinuerende wijze waarop dit onderwerp aan de orde was gesteld en het onder druk zetten van een bepaalde groep bureaus wordt door velen onaanvaardbaar gevonden. 

Rob Huisman reikt het BNO erelid-maatschap uit aan Lidewij Edelkoort. Naast hem Catelijne van Middelkoop. Foto Tim Eshuis, 2012

Van bNO naar BNO
Het eerste brancheonderzoek, uitgevoerd door de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) van de Universiteit van Amsterdam, geeft de besturen van bNO, BNI en KIO in 1991 veel inzicht in de posities van ontwerpers, ontwerpbureaus en hun opdrachtgevers. Daarnaast komt SEO met een aantal aanbevelingen: meer informatie aan de opdrachtgevers, meer acquisitie, versterking van de concurrentiepositie, vergroting van de professionaliteit op zakelijk gebied. De uitkomsten van dit onderzoek bevestigen de noodzaak om de krachten van de drie verenigingen te bundelen. De tijd is rijp voor fusiebesprekingen. Onder voorzitterschap van Sjaak Kranendonk ontwerpen Rob Huisman en Eugene Bay namens de bNO, Ron Houben en Elli van Schelt namens de BNI, Hans de Wit en later Jeroen Janssen en Theo Groothuizen namens de KIO, Gerbrand Bas namens de KIO Branche, een structuurvoorstel voor een verregaande samenwerking die zich moet vertalen in een fusie. De BNI doet daar uiteindelijk niet aan mee. Rob Huisman concludeert dat de BNI-leden de status van architect en inschrijving in het architectenregister van de BNA prefereren. Daarin is in 2013 eigenlijk nog steeds geen verandering in gekomen, hoewel er intussen veel interieurarchitecten lid zijn geworden van de BNO.

Rob Huisman is samen met Ben Bos een van de initiatiefnemers bij het oprichten van de stichting Nederlands Archief Grafisch Ontwerp, waarvan hij en Rita van Hattum bestuursleden worden. Deze stichting weet vanaf 1992 belangrijke vormgevers-archieven te ontsluiten en onder te brengen in Nederlandse archieven. Op initiatief van Vincent van den Eijnde wordt gevochten voor de collectieve auteursrechten van grafisch ontwerpers en illustratoren, met als resultaat de oprichting van SCRIO (Stichting Collectieve Rechten Illustratoren en Ontwerpers). Deze organisatie wordt later, in 2008, met andere auteursrechtenorganisaties onderdeel van Pictoright. Samen met Vincent van den Eijnde is Rob Huisman hierbij sterk betrokken: Rob wordt bestuurder en Vincent verlaat de BNO om eerst directeur van SCRIO en later van Pictoright te worden. Deze organisatie draagt de inkomsten voor collectieve rechten af aan grafisch vormgevers en illustratoren. Per jaar wordt 7 miljoen euro onder de vormgevers en illustratoren verdeeld op basis van registratie van het gebruik van hun werk. Een bedrag van ca. 200.000 euro wordt jaarlijks besteed aan instellingen en initiatieven die aan het vak gelieerd zijn, zoals NAGO en de Best Verzorgde Boeken. Anouk Siegelaar volgt Vincent van den Eijnde op als juridisch adviseur voor de leden.

Het Vormgevingsinstituut, geleid door John Thackara, organiseert in 1993 de eerste aflevering van de conferentie Doors of Perception. Rob Huisman wordt daardoor een fan van John Thackara en van Doors of Perception, waarop grote thema’s over de invloed en betekenis van de nieuwe media aan de orde worden gesteld. Rob komt er al gauw achter dat de rest van de taken die het Vormgevingsinstituut toebedeeld heeft gekregen John niet zo interesseren. Op den duur is er nog maar weinig draagvlak voor het instituut, dat door matig bestuur en politiek ongunstige tijden geen lang leven is beschoren. Vanaf 2000 ontvangt het instituut geen subsidie meer van het ministerie van WVC en sluit het zijn deuren.

Vormberichten jaargang 1995, vormgeving: Jaap van Triest

In 1995 staat het structuurvoorstel voor een nieuw te vormen organisatie van Nederlandse ontwerpers op de agenda van de bNO-ledenvergadering. Ook vertegenwoordigers van de KIO en KIO Branche zijn hiervoor uitgenodigd. Hans Bockting volgt Eugene Bay op als algemeen voorzitter van de bNO. In 1996 wordt de fusie definitief en is de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO met een grote B) een feit. Rob Huisman schrijft aan de leden van de afdelingen van de bNO dat de fusie intern tot een (nog) betere service aan de leden zal leiden en de ontwerpbranche zich extern sterker zal kunnen profileren. Wim Crouwel neemt het voorzitterschap op zich van het algemeen bestuur en Jan Willem Sieburgh wordt secretaris/penningmeester. Naast een sectie industrieel ontwerpen, een sectie grafisch ontwerpen en een sectie ruimtelijk ontwerpen zijn er afdelingen individuele leden en ontwerpbureaus. Haico Beukers, Jeroen Janssen, Jan Vonk, Gerbrand Bas, Eugene Bay en Theo Groothuizen vertegenwoordigen die secties en afdelingen in het algemeen bestuur. Het bureau verhuist van het Arsenaal naar de Weesperflat aan de Wibautstraat. Marleen Engbersen, voorheen werkzaam als coördinator van de KIO, wordt medewerkster op het BNO-bureau, dat later ook nog versterkt wordt met een zakelijk adviseur in de persoon van Monica van Leest en met Monique Alexander en Mies Hogenes op het secretariaat. 

Waren de activiteiten van de bNO al veelomvattend, die van de BNO komen in een stroomversnelling. Over evenementen, publicaties, scholing, kringbijeenkomsten, ontmoetingen met studentleden en belangrijke initiatieven en contacten met overheden of met internationale partners bericht het professioneel uitgevoerde ledenblad Vormberichten, dat al vóór de fusie begon als gezamenlijke uitgave van bNO en KIO, met Carel Kuitenbrouwer als hoofdredacteur (later opgevolgd door
Hester Wolters) en Sybrand Zijlstra als eindredacteur.


Wim Crouwel, voorzitter 1996–1998: Rob was de BNO zelf. Met hart en ziel was hij 27 jaar de directeur. Als met een schijnbare moeite-loosheid stuurde hij een groeiende vereniging van individualistische ontwerpers die ontstond uit fusies en nieuwe initiatieven van voorgangers van de BNO. Hij moest zich in het begin, als buitenstaander, inleven in de beroepskleuring van oud-leden van GKf, VRI, KIO, GVN en NIC; hij had er geen enkele moeite mee. Ooit was ik voorzitter van één van de vele achtereenvolgende besturen waar Rob in de loop van de jaren mee samenwerkte en ik merkte dat hij de minst ‘directeurige’ directeur was die ik kende.


Vormberichten jaargang 2002, vormgeving: Mark van den Driest, Dirk Laucke
Vormberichten jaargang 2012, vormgeving: Dietwee

De BNO is internationaal actief binnen Icograda, Icsid en Beda, World Crafts Council en European Illustrators Forum. Beda (Bureau of European Design Associations) in Brussel is de Europese koepelorganisatie en vanuit het perspectief van een designbeleid van de Europese Unie potentieel van groot belang voor de BNO en BNO-leden. Een eerste poging van Eugene Bay en Rob Huisman om Beda te professionaliseren mislukt. Als andere landen zich later achter de ambities van de BNO scharen lukt het wel en vanaf dat moment is Beda niet meer weg te denken als vertegenwoordiger van de ontwerpsector op Europees niveau. Een samenwerking tussen Icograda, Icsid en IFI komt niet van de grond. 

In 1996 organiseert de BNO op initiatief van Jacques Koeweiden, Paul Postma, Kim Mannes-Abbott, Marcel Vosse en Martin Pyper een groots grafisch ontwerp-evenement met de titel Mind the Gap in Paradiso in Amsterdam. In de daaropvolgende jaren vinden nog 4 edities plaats.

In 1998 sluit de vereniging van Nederlandse Illustratoren NIC zich met zijn 350 leden aan bij de BNO. NIC-medewerker Gert Gerrits komt het BNO-bureau versterken. Later volgt ook de BVV (Beroepsvereniging van Vrije Vormgevers). Rob Huisman blijft geheel zichzelf onder die toename van zijn taken als manager van het bureau en geeft waar nodig voldoende tegendruk en sturing aan alle wensen en ideeën die de verschillende deelbesturen bij hem op tafel leggen. Medewerkers krijgen alle ruimte om hun kennis en ervaring in te brengen en hun talenten te ontwikkelen.

Vroaam! jaarlijkse BNO carrièredag voor creatieven in Pakhuis de Zwijger. Foto Jan Bijl, 2012

In 2000 kent de BNO 2184 leden, waaronder 1599 gewone leden, 69 studentleden en 169 bureauleden. In dat jaar gaat het ontwerpend Nederland voor de wind. Omzetstijgingen van 25% worden gemeten. De Branchemonitor die de BNO jaarlijks publiceert, geeft een positieve ontwikkeling te zien. Onder voorzitterschap van Lex Donia wordt kritisch gekeken naar de verenigingsstructuur die in 1996 was bedacht. Een structuur die prima heeft gewerkt, maar bureaucratisch was en niet meer aansloot bij de ontwikkelingen in het vakgebied en de vereniging. In 2001 wordt een vereenvoudigde organisatiestructuur door een statutenwijziging bekrachtigd. De BNO heeft als besluitvormende organen voortaan alleen de algemene ledenvergadering en het bestuur, en als uitvoerend orgaan het bureau. Activiteiten van de vereniging vinden plaats in platforms, waar gezamenlijke belangen of interesses worden gedeeld. Rob schrijft in zijn voorwoord bij het jaarverslag dat het niet alleen gaat om een structuurwijziging, maar ook om de mentaliteit binnen de BNO. De BNO moet sneller kunnen acteren en meer naar buiten worden gericht. 

BNO-jaarboeken ism met BIS, vormgeving: René Knip, 2000

De BNO legt contact met het ministerie van EZ om te komen tot een evenement ter versterking van de Nederlandse maakindustrie, waarvoor producenten en ontwerpbureaus worden uitgenodigd. In 6 regio’s ontmoeten de leden elkaar in BNO kringverband op thema-avonden en bij lezingen. Een lange lijst met initiatieven en activiteiten wordt opgesomd in het jaarverslag van 2001, waarin Rob schrijft dat er prioriteit moet worden gegeven aan een nieuwe positionering van de BNO. Een gedegen communicatieplan, relatie onderwijs-beroepspraktijk, nieuwe leden, samenwerking met overige brancheorganisaties, onderzoek en theorievorming. Rob Huisman en Gerbrand Bas (Designlink) richten in 2001 de stichting Nederlandse Designprijzen op. Een waardig prijzenfestival om de hoge kwaliteit van de Nederlandse vormgeving te vieren. Peter Kersten volgt Lex Donia op als voorzitter en brengt zijn grote netwerk op internationaal niveau in. 


Lex Donia, voorzitter algemeen bestuur 1998–2001: Mijn eerste ontmoeting met Rob was in 1987 of ’88. Ik namens een groepje ontwerpbureaus dat graag een soort belangenvereniging wilde oprichten. Hij namens de verongelijkte GVN, waarvan je als bureau geen lid kon worden, maar die het onbestaanbaar vond dat bureaus ‘zomaar’ zouden gaan samenscholen. Dat liet Rob niet gebeuren en onder zijn leiding werden spoorslags de statuten van de GVN aangepast en ontstond de bNO, met twee afdelingen: individuele leden en bureaus. Die ontwikkeling was het begin van de ‘coming out’ van ontwerpend Nederland en van het enorme succes van onze brancheorganisatie.


Peter Kersten, voorzitter van 2001–2006: In 2001 haalde Rob mij over Lex Donia op te volgen als BNO-voorzitter. Het bleek een van Robs meesterlijke kwaliteiten: mensen overtuigen om mee te doen. Meedoen met iets dat later altijd goed bleek uit te pakken voor de BNO. Rob, de gedroomde verenigingsdirecteur. Solidair. Verbindend naar binnen en buiten. Ondernemend. Intelligent. Altijd op zoek naar organisatieverbetering en vooral: nieuwe (of oude) ideeën een kans van slagen geven. Met de juiste mix van laisser faire en de duidelijke opvatting dat een directeur ook altijd eindverantwoordelijk is. Daarmee werd de BNO een van de meest succesvolle ontwerporganisaties ter wereld en werd Rob een goede vriend.


Stichting Premsela wordt in 2003 geopend als opvolger van het Vormgevingsinstituut en krijgt als leidend uitgangspunt vooral een netwerkorganisatie te zijn. Peter Kersten omschrijft de verschillen tussen BNO en Premsela in een interview in Adformatie: ‘Premsela vliegt aan vanuit de cultuuroptiek en wij vanuit een economisch perspectief.’ In datzelfde interview pleit Peter voor een designpromotie-instituut zoals The British Design Council. In 2005 neemt Tom Dorresteijn het voorzitterschap van Peter Kersten over. De economie bloeit, zo ook de BNO.


Tom Dorresteijn, voorzitter 2006–2012: Rob, man van het huis BNO
Scene 1: Ergens in de jaren 80. Van de BNO had ik nog nooit gehoord. Ontwerper Joris Funcke vertelt me erover. En nodigt me uit voor een bijeenkomst. De sfeer maakt me blij. Ik zie het professionele echtpaar Rob en Rita. Warm, relaxed, rokend en gedreven. 
Scene 2: Ergens begin 2012. Rob staat voor me te rocken. Met een elektrische gitaar in zijn handen. Ik zit achter de drums op de Algemene Ledenvergadering van de BNO. Meespelen met de band is ter plekke geboren. Gitarist en drummer vinden elkaar blindelings. Symboliek?
Scene 3: Ergens in 2008 of 2009. Een knetterende woordenwisseling na een bestuursvergadering. Het moment dat we elkaars karakter en motieven definitief leerden kennen en vertrouwen.
Scene 4: 2013.‘Dus hij heeft eigenlijk enorm geluk gehad’ zei Rita aan de telefoon toen ik belde om eens te horen hoe het gaat bij de BNO. En precies die dag gaat Rob op de operatietafel. Hart. By-pass. Symboliek?
 


In 2007 verhuist het bureau van de Wibautstraat naar de Danzigerkade. Het bureau is in de loop der tijd gegroeid. Dymphy Smeets toegevoegd aan het secretariaat, Patrick Aarts en Femke Glas vormen het projectbureau, Kitty de Jong is zakelijk adviseur, Freek Kroesbergen is verantwoordelijk voor Vormberichten, de BNO-website en de communcatie van de BNO, ondersteund door Floor van Essen en Jean-Louis Goossens die daarnaast deels verantwoordelijk is voor Creating Brands. 

In het BNO-bestuur leidt de mogelijkheid tot overname van delen van Uitgeverij BIS begin 2008 tot een fundamentele discussie tussen bestuur en bureaumedewerkers. Moet de BNO meer commerciële activiteiten gaan ontwikkelen, en zo ja, moet daar een besloten vennootschap voor worden opgericht? Deze discussie krijgt de titel ‘Redesigning BNO’. Rob Huisman, die al zolang directeur is bij de vereniging, heeft af en toe het gevoel dat ook zijn positie in het geding is. Er worden relevante vragen gesteld, maar de sfeer die mede bepaald wordt door het aantrekken van een extern adviseur, bevalt Rob niet helemaal. Een moeilijke, maar nuttige exercitie. Uiteindelijk worden de nieuwe beleidsuitgangspunten door Anouk Siegelaar en Rob verwoord in het beleidsplan Redesigning BNO, focus op kwaliteit.

BNO publicaties 2010-2013, vormgeving: Dietwee

De BNO was internationaal al actief en krijgt via het programma Dutch Design Fashion and Architecture (DutchDFA) in 2009 een extra stimulans om bij te dragen aan het promoten van de Nederlandse creatieve zakelijke dienstverlening in het buitenland. Focuslanden zijn Duitsland, India, China en later ook Turkije. De overheid doneert voor 4 jaar jaarlijks 3 miljoen euro. De gezamenlijke nota De waarde van creatie van de ministeries van EZ en OCW wordt door de BNO met enthousiasme ontvangen. Beide ministeries nemen hun verantwoordelijkheden. De oprichting van de Federatie Dutch Creative Industries, een initiatief van de BNO (en Designlink), waarvan Rob Huisman de eerste voorzitter wordt, sluit goed aan bij de stappen die in vervolg op de nota worden genomen en die inspelen op het innovatiebeleid van de overheid. Lidewij Veenland ondersteunt Rob bij zijn werk voor de Federatie. Het nieuwe Stimuleringsfonds Creatieve Industrie dat in 2012 wordt opgericht, biedt de branche fundamenteel nieuwe perspectieven.

Echter, sinds 2008 is de branche niet buiten schot gebleven van een mondiale economische crisis en ook de BNO moet een aantal maatregelen nemen om financieel gezond te blijven. Met 2631 leden, waarvan 1837 gewone leden, 135 studentleden en 137 bureauleden heeft de BNO echter een breed draagvlak en biedt het bureau de leden ook op zakelijk en juridisch gebied ondersteuning. Dat blijkt hard nodig in 2013.


Timo de Rijk, voorzitter 2012–…: Rob begon in een tijd waarin een vurige richtingenstrijd tussen zowat alle soorten ontwerpers werd gevoerd. De idealisten deden geen zaken met de commerciëlen. Grafisch ontwerpers liepen demonstratief weg als reclamejongens het woord namen. Industriële ontwerpers keken neer op de artistieke vormgevers. En andersom natuurlijk. En al die groepen wilden al helemaal niet in een clubje met elkaar, want wie was in vredesnaam goed genoeg om daar de aanvoerder van te worden? U kent het antwoord, maar waarom lukte het nou met hém? Ik zal u hier zijn geheim uit de doeken doen. Rob Huisman liet in elke gesprek duidelijk merken dat ook de ander wel eens gelijk kon hebben.


Rob Huisman neemt afscheid
Het bestuur van de BNO onder leiding van voorzitter Timo de Rijk ging op zoek naar een nieuwe directeur, die zich op de ledenvergadering van 21 februari 2013 presenteerde. Madeleine van Lennep gaat per 1 mei 2013 Rob Huisman opvolgen. In april 2013 nam Rob Huisman als directeur afscheid van de BNO, echter niet van het vakgebied ontwerpen. De BNO kan blijven rekenen op zijn kennis en adviezen en het georganiseerde veld op zijn bestuurlijke ervaring en kennis. 

 ‘Ach het is ook toeval waar je terechtkomt.’  Rob Huisman

Auteur: Titus Yocarini, april, 2013
Eindredactie: Sybrand Zijlstra
Portretfoto: Aatjan renders