Eugene Bay

Het reizen zit Eugene Bay (65) in het bloed. Zijn vader werkte voor de diplomatieke dienst van Groot-Brittannië in steeds andere hoofdsteden van de wereld. Tot zijn elfde jaar woont Eugene achtereenvolgens in Turkije, Italië, India en Singapore. Daarna gaat hij in Engeland op de kostschool, Rodbourne College, in het midden van het land. Zijn voorliefde gaat uit naar de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en literatuur, met name de werken van Shakespeare.

Door het vele heen en weer reizen naar zijn ouders in het buitenland, tijdens de schoolvakanties, ontwikkelt hij nog een andere liefde: vliegen. Helaas is hij, net als veel grafisch ontwerpers, dyslectisch en dus wordt zijn droom om piloot te worden niet vervuld. (Veel later heeft hij nog wel vliegles genomen in Lelystad; zijn eerste solovlucht was in Florida.)

Eugene Bay – Bokma Jonge Korenwijn, productiechef, 1988

Op zijn zestiende gaat Rodbourne College failliet. Zijn moeder besluit zich in Engeland te vestigen om zelf voor haar kinderen te kunnen zorgen. Dit is ‘not done’, maar mum heeft een sterke wil en lak aan de Britse conventies. Eugene mist de kostschool. Hij is de oudste van vijf kinderen en vindt wonen met de hele familie best moeilijk.

Volkomen uit het niets zegt een dierbaar schoolvriendinnetje op een dag dat hij misschien wel architect of ontwerper moet gaan worden. Dit idee verandert Eugene’s leven. In korte tijd wordt hij ‘wakker geschud’, zoals hij zelf zegt, door een bijzondere leraar in ‘art class’. 

In het oriëntatiejaar van de kunstacademie in High Wycombe leert hij o.a. modeltekenen, druktechnieken, binden, etsen, fotografie, zeefdruk en grafisch ontwerpen. Zijn passie is vanaf het begin grafisch ontwerp. Na een toelatingsexamen begint hij op de bekende LCP (London College of Printing – nu London College of Communication). Hier leert hij de basis van zijn vak. 

Na zijn afstuderen aan de LCP in 1974 krijgt hij, 22 jaar, direct een baan als dtp’er bij Avon Cosmetics in South Kensington, Londen. Hij werkt er een jaar. Vervolgens gaat hij werken als ontwerper bij Carl Ally, een gerespecteerd reclamebureau. Ook daar vertrekt hij alweer snel en gaat naar ontwerpbureau HSAG. Hij vindt het er supersaai; het bureau heeft naar zijn mening geen enkele ziel. 

Bokma Jonge Korenwijn – ANCD Golden Lamp, 1988

Eugene’s carrière in de ontwerpwereld startte naar eigen zeggen pas echt bij Michael Peters and Partners. Dit bureau was gespecialiseerd in packaging design en identity building. Daar leerde hij met klanten omgaan en alle ins en outs van het merken bouwen. 

Eugene Bay Graphic Design 
Volkomen onverwacht wordt hij in 1977 benaderd door een headhunter om te gaan werken als ontwerper met Cliff Barrow bij JWT aan de Wibautstraat in Amsterdam. Anderhalf jaar werkt hij daar. De taal is in het begin een struikelblok maar zijn collega’s helpen hem hier enorm mee.

Dit soort werk is toch niet wat hij zoekt. Ook vindt Eugene het problematisch dat JWT geen aansluiting heeft bij de Nederlandse ontwerpwereld. Het is echt een internationaal reclamebureau. Hier ontmoet Eugene wel zijn levenspartner Matthieu Sosef.

Na deze omwegen via diverse bureaus in Engeland en Nederland besluit Eugene als zelfstandige verder te gaan: Eugene Bay Graphic Design. Kantoor in de eetkamer van zijn huis aan het Bezuidenhout in Den Haag. Opdrachtgevers: geen. Eugene besluit op de bonne fooi bedrijven per telefoon te benaderen. In 1980, inmiddels 28 jaar, belt hij onder andere ook met Brand Bier in Wijlre en tot zijn stomme verbazing wordt hij uitgenodigd om naar de brouwerij in Zuid-Limburg te komen voor een gesprek. In die tijd was, zeker voor een Engelsman, een rit naar dat verre Limburg nog een hele onderneming. Het resulteerde in een grote opdracht voor hem. Tot op de dag van vandaag is Brand Bier nog steeds een belangrijk opdrachtgever voor VBAT. Inmiddels was Eugene Bay Graphic Designverhuisd naar de Vondelstraat in Amsterdam.

Smiths – Crispy Chips revolutionair nieuw design, 1986 / Smiths – Wokkels herintroductie, 1991
Libertel – Naam en identiteit voor het nieuwe NL mobiele telefonie provider, 1998

In 1981 komt zomaar een mooie uitdaging op zijn weg, een prachtig project: een nieuwe Nederlandse waterbron met bijhorende mineraalwaterfles. Eugene was altijd al een groot fan van kunstenaar David Hockney. Met bijna naïeve overtuiging vraagt hij Hockney’s agent of David een illustratie zou willen maken voor het etiket. Hockney stemt daar tot zijn stomme verbazing in toe. Maar helaas hoort Eugene kort daarna dat de opdracht niet doorgaat. Het blijkt een proefopdracht van ontwerpbureau Ten Cate Bergmans te zijn, dat Eugene een baan wil aanbieden. 

De mogelijkheid om met David Hockney te werken is nooit weer langsgekomen, maar Eugene ging wel aan de slag bij Ten Cate Bergmans in Bussum. Joep Bergmans, de creatieve directeur van het bureau, wordt door velen gezien als één van de grondleggers van packaging design in Nederland. Ten Cate Bergmans werkte voor diverse grote merken, zoals de Rijkspostspaarbank (later Postbank), Bokma, Coebergh, Hoppe, Zwarte Kip, Mona en Smiths Chips. Het bureau werkte in die tijd ook veel samen met PMSvW, het bureau van creatieve sterren Jim Prins, Béla Stamenkovits en Hans van Walbeek.

VBAT – Aan het werk
SNS Bank – Nieuwe identiteit, 2008
Post NL – Nieuwe identiteit, 2011

Visser Bay Anders Toscani
Twee jaar later, in 1983, vraagt Stamenkovits aan Eugene of hij samen met drie anderen een eigen bureau zou willen beginnen. Dit is de start van wat later VBAT zal gaan heten. Doc Visser, Eugene Bay, Teun Anders en Polly van Raam beginnen onder de naam Visser Bay Anders van Raam. Van Raam vertrekt al snel en Jan Toscani, ex-De Bijenkorf, neemt haar plaats in. Ze vinden de naam Toscani flair toevoegen en Visser Bay Anders Toscani wordt gelanceerd in 1987. De roepnaam is vanaf dat moment VBAT, een kantoor is snel gevonden in Buitenveldert in Amsterdam.

VBAT krijgt in korte tijd veel belangstelling en wint volop prijzen, waaronder ADCN lampen, Red Dot Awards en Penta Awards. Het meest prestigieus is het winnen van de allereerste Cannes Golden Design Lion in 2008 voor Amstel Pulse. De talrijke creatieve prijzen zijn voor Eugene en VBAT een bevestiging dat hun nieuwe manier van werken de juiste is en dat topcreativiteit en commerciële branding geen vijanden van elkaar hoeven te zijn. Nu vinden we dit vanzelfsprekend, maar dat was toen zeker niet het geval en werd beschouwd als vloeken in de Nederlandse designkerk. 

Heineken N.V. – Nieuwe wereldwijde identiteit, 2011

Naast hun kracht in creativiteit en design was VBAT’s aanpak verfrissend. Als sparring partner vanuit design – en niet zoals gebruikelijk vanuit een reclamebureau – wist VBAT veel klanten voor lange tijd aan zich te binden. Zakenrelaties hielden soms wel 35 jaar stand en groeiden uit tot vriendschappen. Eugene’s Engelse, service-georiënteerde aard en opvoeding brachten een ideale balans tussen het directieve Nederlandse uitdagen van briefings en het respectvol meenemen van klanten om nieuwe wegen in te slaan. Al met al bracht dit met zich mee dat VBAT kon uitgroeien tot een van de grootste designbureaus in Nederland.

Sol Cerveza – Redesign bottle, etiket en merkstijl, 2012
Brand Bier – Redesign fles, etiket en merkstijl, 2014

Voortrekker van Nederlands design 
Toen de toenmalige GVN (Grafisch Vormgevers Nederland), waarvan tot dan toe alleen individuele ontwerpers lid konden worden, de bNO (beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers) werd, sloot een aantal bureaus zich hierbij aan. Onder de eerste bureau-leden van de bNO was ook VBAT, naast o.a. Keja Donia en Millford van den Berg. 

Toen Guus Ros medio 1990 op zoek ging naar een opvolger voor zijn rol als algemeen voorzitter van de bNO dacht hij meteen aan Eugene. Dat was vreemd voor de gevestigde orde, want wat moet een buitenlander aan het hoofd van een Nederlandse vereniging? Eugene werd benaderd en hij stemde toe. Hij zou deze functie tot 1995 vervullen. 

Het waren roerige tijden. Veel van de nieuw toegetreden bureaus werden door de meer klassieke bureaus gezien als verkapte reclamebureaus. De discussie tussen ‘commerciële’ bureaus en meer ‘esthetisch’ gerichte bureaus speelt nu nog steeds enigszins, al moet gezegd worden dat jongere ontwerpers deze tweedeling nauwelijks meer ervaren.

Uitnodiging voor afscheid BNO Voorzitter (design Koeweiden Postma), 1995

Eugene was zo onder de indruk van het vertrouwen dat de vereniging in hem stelde dat hij besloot de Nederlandse nationaliteit aan te vragen. Hij kreeg deze uiteindelijk in 1993 na, zoals hij zelf zegt, een zeer komisch toelatingsinterview in het Amsterdamse Stadhuis, waarbij inbegrepen het luid zingen van ‘Lang zal ze leven’. 

Eugene was vanaf het begin een uiterst betrokken en vaardig voorzitter. Iedere maandagochtend ontbeten Eugene en ondergetekende [Rob Huisman, toenmalig directeur van de bNO] in het Amsterdamse American Hotel om alle zaken die van belang waren te bespreken. Een belangrijk focuspunt was de onderwaardering van het ‘commerciële’ ontwerpen. Het belang van effectief ontworpen diensten en producten werd onderkend door het bedrijfsleven, maar in de publiciteit was het toen nog vooral het ‘culturele’ ontwerpen dat de aandacht kreeg. 

De oprichting van het Platform Packaging Bureaus binnen de bNO (later Creating Brands) was een belangrijke stap om dit onderdeel van de designwereld meer zichtbaarheid te geven. Ook andere meer commerciële diensten en producten op het gebied van design kregen vanaf dat moment positieve aandacht. Eugene speelde daarin een belangrijke rol. Hij kon als geen ander presentaties geven over het belang van effectieve vormgeving voor bedrijven en instellingen. 

De bNO was lid van Icograda, de mondiale organisatie van grafisch ontwerpers, en BEDA (federatie van ontwerpersverenigingen binnen Europa). Het was duidelijk voor de bNO dat BEDA de belangrijkste organisatie was. Voor de branche was op Europees niveau het meest te winnen; de belangrijkste politieke ontwikkelingen vonden immers daar plaats. De bNO was zeer actief binnen de vergaderingen van BEDA. Zozeer zelfs dat de bij de BEDA aangesloten organisaties ermee instemden om het hoofdkwartier naar Amsterdam te verplaatsen en Eugene werd gevraagd voorzitter van BEDA te worden. Uiteindelijk nam hij de moeilijke beslissing om niet op deze uitdaging in te gaan. Naast zijn voorzitterschap van de bNO had het runnen van VBAT voor hem de grootste prioriteit. 

PANL
Bij zijn aftreden als voorzitter in 1995, tijdens de algemene ledenvergadering in het Tropenmuseum te Amsterdam, werd Eugene benoemd tot erelid van de bNO. Maar het bloed bleef bij Eugene kruipen waar het niet gaan kon. Toen hij gevraagd werd om voorzitter te worden van PANL, de vereniging van toegepaste fotografie in Nederland, kon hij niet weigeren. Ook deze functie heeft hij vijf jaar lang met veel energie vervuld. Tijdens zijn voorzitterschap heeft PANL een nieuwe dynamiek gevonden. Professionele fotografie stond meer en meer onder druk door de explosieve groei van social media-fotografie. PANL speelde een belangrijke rol in het opbouwen van een nieuwe zelfverzekerdheid bij de leden. In 2010, werd Eugene bij zijn aftreden als voorzitter benoemd tot erelid van PANL. 

In 2007 was Eugene opgenomen in de Hall of Fame van de ADCN (Art Directors Club Nederland). Hij had, zoals de ADCN schreef, vanuit VBAT veel betekend op zowel het persoonlijke als het professionele vlak voor het creatieve peil in het design- en communicatievak.

De tsunami
Het overleven van de tsunami in 2004 heeft grote invloed gehad op de wijze waarop Eugene sindsdien in het leven staat. Hij was met vakantie in Sri Lanka, toen de regio getroffen wordt door een van de grootste natuurrampen ooit, waarbij zo’n 230.000 doden vielen in Zuidoost Azië. De eerste dagen na de ramp was het bij VBAT niet bekend of Eugene nog in leven was. 

Sri Lanka werd zeer zwaar getroffen. Eugene en partner Matthieu verbleven op dat moment aan de zuidkust en maakten de tsunami in volle hevigheid mee. Ze werden in hun slaap overvallen en probeerden al watertrappelend vanuit de slaapkamer een vluchtweg te vinden. Na drie gigantische golven konden de twee zich in veiligheid brengen door op het dak van het vakantiehuis te klimmen. Na de laatste golf werden ze door lotgenoten aangemoedigd om naar beneden te springen, er kon immers een nog hogere golf komen. Samen met andere slachtoffers uit het dorp vluchtten ze naar een tempel bovenop de nabijgelegen rotsen. Daar werden ze opgevangen door dames uit het dorp en het hoofd, een Boeddhistische monnik. Ze verloren al hun bezittingen.

Als dank voor het feit dat ze de ramp overleefd hadden en zo hartelijk en gastvrij opgevangen waren, wilden ze op die plek iets achterlaten voor de lokale bevolking. Zes maanden later, samen met de monnik, besloten ze een kleuterschool op te richten. Eugene schreef een dagboek over alles wat er gebeurd was tijdens de tsunami en dit werd gedeeld met vrienden en relaties. Met het geld dat dit opbracht en een ruime bijdrage van hemzelf en Matthieu werd in 2006 op de heuvel waar zij naartoe waren gevlucht het schooltje geopend. 

ISURU kleuterschool in Talpe, Sri Lanka

Een stichting werd opgericht om geld in te zamelen en de school te managen. Mirjam Gelink, Eugene’s personal assistant bij VBAT speelde hierbij een belangrijke rol. Tot op de dag van vandaag is de school, die officieel erkend is door het ministerie van onderwijs, van groot belang voor het dorp. Elk jaar worden 45 nieuwe kleuters toegelaten tot de school en worden 45 kinderen doorgestuurd naar de lokale basisschool.

Koning en Koningin van Bhutan / Bouwteam van het Koninklijk zomerpaleis in Phunakha, Bhutan, 2011

Bhutan
Het is 2011. Eugene en Matthieu krijgen een mailtje van het hof van de koning van Bhutan of zij het interieur van een aantal paleisbungalows van de koning willen opknappen. Ze aarzelen geen moment en besluiten het avontuur aan te gaan.

Bhutan is een gesloten boeddhistische koninkrijk ten zuiden van Tibet in de Himalaya. Hoe komt een van oorsprong Engelse, nu Nederlandse grafisch ontwerper aan een koninklijke interieurdesignopdracht in een van de meest geïsoleerde landen ter wereld? In 1999 zijn Eugene en Matthieu op vakantie in Bali, Indonesië. Ze belanden in een hotel dat hen totaal niet aanstaat en willen zo snel mogelijk weg. De manager raadt hen een zusterhotel aan in Ubud, ook op Bali. Daar ontmoeten ze de manager, John, een Amerikaan. Ze worden snel dikke vrienden.

Bij aankomst in Thimphu voor de start van het project ontmoeten ze twee vertegenwoordigers van de koning die Eugene en Matthieu een briefing moeten geven. Onmiddellijk is duidelijk dat dit voor hen een lastige opgave is: één van hen is kleurenblind en de tweede claimt geen benul van interieurs te hebben en ook geen smaak. Niet echt een voortvarend begin. Afgezien van het aangename verpozen met beide twee heren schoot het project op deze manier niet op. Uit wanhoop zegt Eugene dat hij de koning wil spreken. 

De ontmoeting tussen de koning en zijn beeldschone verloofde die volgt, resulteert in een vriendschap die tot op de dag van vandaag voortduurt. Jaarlijks bezoekt Eugene Bhutan om het koninklijk paar te ontmoeten en andere vrienden die hij daar inmiddels heeft. Van deze reizen zijn exotische attributen bij Eugene thuis aan de Singel in Amsterdam de stille getuigen. 

Tijd voor iets anders
Eugene wordt door velen beschreven als een merkenbouwer pur sang. Niet voor niets zijn bedrijven als Brand Bier, de Postbank (nu ING) en Mona zo lang bij VBAT gebleven. Dit komt mede door de relatief grote groep vaste medewerkers die hij bij VBAT om zich heen verzamelde. Hij streefde er altijd naar om mensen te pushen om het beste uit zichzelf te halen. Dat is ook de reden dat mensen altijd graag bij VBAT bleven. Zo had het bureau zijn eigen officieuze opleiding, want het reguliere kunstonderwijs
in Nederland leidt absoluut niet op tot merkenbouwer of verpakkingsontwerper. Op deze manier lukte het VBAT altijd relevant en up-to-date te blijven, zowel voor de opdrachtgevers als de medewerkers.

VBAT was een soort familie, compleet met gedenkwaardige kerstvieringen bij Eugene thuis – dresscode black tie – waar menig (oud)werknemer nu nog gloedvol over spreekt. Het ging Eugene daarbij vooral om het creëren van banden. Zakendoen kwam voor hem op de tweede plaats. Eugene: ‘Ik ben ontzettend trots op de enorme hoeveelheid getalenteerde mensen die vanaf het allereerste begin bij VBAT hebben gewerkt.’

Zijn belangeloze inzet voor de vormgeving, de fotografie en communicatie in Nederland leidde er in 2013 toe dat hij werd geridderd op voordracht van een groot aantal personen en organisaties, waaronder de BNO. In de Beurs van Berlage in Amsterdam werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Oranje-Nassau. 

In 1984 was Eugene een van de oprichters van VBAT. Nadat hij leiding had gegeven aan de overname van dBOD door VBAT trad hij in 2017 af als voorzitter van de groep. 

Na 34 jaar aan het roer te hebben gestaan van VBAT was het geen lichtvaardig besluit om het bureau te verlaten. ‘Het was heel moeilijk. Niemand geloofde dat ik het zou of kón doen. Maar op je 65ste is het mooi geweest. Tijd voor iets anders.
What that will be, time will tell…’

Koninklijke onderscheiding ‘ridder in De Orde van Oranje-Nassau’, 2013

Aueur: Rob Huisman (2018)
Portret foto: Aatjan Renders