Ben Bos

In 1978 werd Ben Bos (1930-2017) uitgenodigd om lid te worden van de Alliance Graphique Internationale (AGI), een vereniging waartoe de crème de la crème van de internationale ontwerpwereld behoort. Het was voor Bos een glorieus moment: voor hem betekende het niets meer of minder dan de erkenning deel uit te maken van een zeer selecte groep ‘groten uit het vak’.

Voorjaar 1963. Werkoverleg bij Total Design, Herengracht 567 – Notulist met hand aan de mond: Dick Schwarz. Verder vlnr: Friso Kramer, Benno Wissing, Ben Bos, Paul Schwarz, Wim Crouwel (op de voorgrond). foto Jan Versnel GKf

Al eerder had hij een soortgelijke ervaring opgedaan, maar dan op nationaal niveau. In 1961 vervaardigde hij gedurende zijn opleiding aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (IvKNO) een affiche voor Steendrukkerij De Jong & Co dat naar zijn gevoel aardig de kwaliteit benaderde van het werk van Wim Crouwel, zijn bewonderde voorbeeld. Die wetenschap was toen net zo bevrijdend als later het lidmaatschap van de AGI. Toen Ben Bos in 1963 werd uitgenodigd om bij Total Design te komen werken – Nederlands eerste multidisciplinaire ontwerpbureau, met Benno Wissing, Wim Crouwel en Friso Kramer als de gezichtsbepalende figuren – begon zijn ontwerpers-leven pas echt goed. Hij zou bijna dertig jaar aan het bureau verbonden blijven. 

Steendrukkerij De Jong, affiche 1960

Voorgeschiedenis
Vierentwintig jaar oud moest Ben Bos worden voordat hij definitief de keuze voor vormgeving kon maken. Tot die tijd ontwikkelde hij zijn talenten voor fotografie, tekenen, journalistiek schrijven en vormgeven zonder een duidelijk vooropgezet plan en zonder aan een van die talenten de voorkeur te geven. Dat maakte hem binnen meerdere disciplines inzetbaar. Bos was in 1953 bij handelsonderneming en meubelproducent Ahrend aangenomen als tekstschrijver en reclameassistent. Hij kreeg er de kans al zijn talenten te benutten. ‘Ik kon mij helemaal uitleven in het personeelsblad van Ahrend, dat ik nieuw leven in mocht blazen. Ik kon erin schrijven, ik kon erin tekenen en ervoor fotograferen, ik kon het vormgeven.’ Bos voelde zich aangesproken door de filosofie die Ahrend hanteerde ten aanzien van de grafische uitingen van het bedrijf, die helder, eenvoudig en sterk genormeerd waren ten aanzien van de typografische spelregels. Hij raakte direct in de ban van het ontwerpen en besloot daarom de eenjarige avondcursus lay-out aan de Amsterdamse Grafische School te gaan volgen. Daarna deed hij de vijfjarige avondopleiding ontwerper bij het IvKNO, de latere Rietveld Academie. Na aan beide opleidingen cum laude geslaagd te zijn, mocht Ben Bos zich – ruim dertig jaar oud – met recht ontwerper noemen.

 ‘Als ik mijn werk vergelijk met dat van hem, dan is het mijne veel droger en rechtlijniger. Bens oeuvre is beeldend, kleurrijk en lyrisch. Hij heeft de neiging de dingen mooi te maken en te arrangeren.’ Wim Crouwel

‘Crouweltjes’ maken
Tijdens zijn opleiding kwam Ben Bos in contact met Wim Crouwel, volgens Bos destijds de ‘absolute maestro’. ‘Crouwel had ik nogal hoog zitten. Ik voelde me zeer aangetrokken door de Neue Graphik, een richting die hij heel sterk aanhing en die stond voor helderheid, eenvoud en duidelijke structuren in de ordening van het materiaal. En nog steeds kan ik met heel veel bewondering kijken naar het functionalisme van de Zwitsers Emil Ruder, Richard P. Lohse, Josef Müller-Brockmann, Armin Hofmann en Hans Neuburg. Ook Crouwel was een functionalist in hart en nieren, dogmatisch tot op het bot bovendien. Toen hij weer eens tegen een hoogleraarschap opliep in de jaren tachtig heb ik hem een speech horen geven over het functionalisme die hij dertig jaar daarvoor ook ten beste had kunnen geven. Maar het maakte toen op mij veel indruk.’

Logo’s: Randstad 1967 / Kunst & Bedrijf 1967 / Furness 1968

Overigens was er in de jaren zestig niet veel anders om van onder de indruk te raken. Het functionalisme was eigenlijk de enige echte stroming – bekende ontwerpers als Pieter Brattinga, Benno Wissing, Ton de Heus en Charles Jongejans hadden zich ook bekeerd tot die richting – en verder was men vooral heel individueel bezig, werkend vanuit persoonlijke inzichten. Otto Treumann en Dick Elffers bijvoorbeeld maakten werk dat vooral gekarakteriseerd werd door een coloristische, haast schilderkunstige benadering. En hoewel Bos veel sympathie kan opbrengen voor het werk van laatstgenoemden, voor de eigen vormgeving zocht hij toch naar een andere benadering.

‘Ik wilde gewoon graag “Crouweltjes” maken. Ik schaam mij er helemaal niet voor dat ik me zo opstelde. Het is wat mij betreft volkomen begrijpelijk dat je, zoekende naar je eigen koers, een soort baken hanteert voor jezelf. En dat was Wim voor mij. Hij was slechts twee jaar ouder en toch al helemaal arrivé.’ Terwijl hij een fulltime baan had bij Ahrend – inmiddels als artdirector – verrichtte Bos met regelmaat opdrachten voor Crouwel. ‘Ik was zeer parttime zijn rechterhand. Twee jaar later, bij Total Design, zouden de kaarten opnieuw worden geschud.’

‘Ben was veel minder strak in de leer dan Wim Crouwel en gebruikte bijvoorbeeld ornamenten. Zijn werk was daardoor humaner als het ware.’ Daphne Duijvelshoff

Raad voor het Grootwinkelbedrijf. Toelichting op de 5-daagse werkweek, 1964 / De Bijenkorf, draagtas 1968

Een eigen benadering
‘Dogmatisch’ heeft Bos het werk van Crouwel genoemd. Dat impliceert dat hij ten aanzien van zijn grote voorbeeld toch wat terughoudendheid ontwikkelde. ‘Wims oeuvre wordt voor een groot deel bepaald door zijn ontwerpen voor musea. De werkelijk interessante stukken daaruit zijn de affiches en de omslagen van catalogi. Het binnenwerk van die catalogi is een systematisch uitgewerkt geheel, dat de tekst van de conservator en de werken van de kunstenaar helder in kaart brengt. De ontwerper heeft er zelf niet echt iets aan toe te voegen. Inhoudelijk sla ik Crouwels innoverende prestaties, zoals zijn New Alphabet en zijn driedimensionale en grafische invulling van het Nederlands paviljoen op Expo ’70 in Osaka, dan ook hoger aan dan het ontegenzeggelijk prachtige en enorme catalogus-oeuvre.’

Ahrend productbrochure Mehes, 1974 / Bührmann-Tetterode jaarverslag 1979

‘Het type opdrachtgever waar ikzelf doorgaans voor werkte, verlangde juist een “vertaalslag” van een “boodschap”. Daardoor word je als ontwerper ook een soort redacteur die visuele waarden inbrengt. Dat is een heel andere manier van werken.’ Aan het werk voor zijn belangrijkste opdrachtgevers – Ahrend en Randstad – ontleent Bos de voorbeelden om zijn eigen ontwerpfilosofie te illustreren. Belangrijk hierbij is wat hij noemt de ‘geëngageerde, sociale fotografie’. ‘Uit het buitenland kreeg Ahrend nogal eens klachten dat de brochures zo droog en esthetisch waren. Dat bezwaar heb ik proberen te ondervangen door bijvoorbeeld gebruikte koffiekopjes op de te fotograferen bureaus te plaatsen, zodat men kon zien dat die meubels gemaakt waren om mee te leven of aan te werken. Of ik liet in de onscherpte een secretaresse voorbij wandelen. Soms bouwde ik er zelfs décors voor: esthetische ruimtelijke omgevingen. Bij Randstad zorgde ik ervoor dat het beeld in de publicaties niet uitsluitend glamoureus was. De beelden van de sociaal bewogen fotograaf Ad van Denderen hielpen daarbij. Daar was gewoon ook zweet op te zien. In mijn werk probeer ik ‘toegevoegde waarde’ te leveren. Dát maakt het verschil.

Logo’s boven: Kluwer 1970 / De Nationale Investeringsbank 1974 / Gemeente Dronten 1975
Logo’s onder: B&G Hekherk 1978 / Gemeente Capelle aan den IJssel 1980 / European Combined Terminals 1989

Menselijkheid
Hoewel Bos zichzelf ook karakteriseert als functionalist, vult hij dat begrip wat ruimer in dan Crouwel. Dat zou ook blijken uit een aantal ‘sociale’ opdrachten die hij aanvaardde. Van 1957 tot 1991 heeft hij gewerkt voor Hulp voor Onbehuisden (HVO). Bos schreef en ontwierp er bedelfoldertjes voor en was betrokken bij het tijdschrift van de organisatie. Ook werkte hij twee jaar in het bouwteam voor het bejaardencentrum Nieuw Vredenburgh, een opdracht die begon met bewegwijzering maar uiteindelijk resulteerde in vergaande bemoeienis met de bouwtekeningen van de architecten, Van Gendt en Mühlstaff. Het doel was opnieuw: warmte, leefbaarheid en dus menselijkheid toevoegen.

‘Dit zijn activiteiten met een heel duidelijke sociale strekking. Het scheppen van een prettige leefomgeving voor ouderen is iets totaal anders dan directe, onopgetutte informatieoverdracht. Een beetje warmbloedigheid kan er best bij. Ordening is heel belangrijk en leesbaarheid een groot goed, maar toegevoegde emotionele waarde verhoogt de effectiviteit en de inhoudelijkheid van onze communicatieve taak.’

Ben Bos: de bureauman
Ben Bos begon zijn carrière bij Total Design als chef studio. Hij zou leiding gaan geven aan de medewerkers van Wim Crouwel, Benno Wissing en Friso Kramer. Maar die medewerkers waren gewend direct met de drie grootheden zelf samen te werken en accepteerden de tussenpositie van Bos niet. Bos trok de conclusie dat hij er beter aan deed zijn eigen ontwerpteam te formeren. Achteraf gezien was dat een gelukkige ontwikkeling binnen Total Design, want Bos was degene die met zijn team altijd winst zou draaien. ‘Dit team was de kurk waar het bedrijf op dreef. Voor een deel hing dat samen met de opdrachten die ik binnenhaalde. Ik werkte voor grote commerciële klanten als Ahrend, Furness, Randstad en supermarktketen De Gruyter. Daarop konden we veel beter incasseren dan mogelijk was met de cultureel georiënteerde pakketten waarin Total Design grossierde. En verder had ik door mijn opleiding aan de handels-HBS en mijn ervaring bij Ahrend een goede basis voor zakelijk ingestelde relaties.’

Met zijn heldere ontwerpen heeft Ben Bos het ideaal van Total Design voortgezet en hij bracht die blijde boodschap ook echt in praktijk. Niet als kunstenaar dus, maar als een echt dienstbare ontwerper.’ Anthon Beeke

Randstad, affiche 1988
Randstad, jaarverslag 1986

Spirograafridders
In de loop van de tijd maakte Total Design een aantal grote veranderingen door. Kramer, Wissing en Crouwel gingen – met enige jaren tussenruimte – hun eigen weg, de concurrentie van andere bureaus nam toe en economisch zat het tij tegen. Inhoudelijk en financieel moest Total Design in de jaren tachtig een aantal strategische beslissingen nemen. De toenmalige leiding – waarin naast Ben Bos ook Jelle van der Toorn Vrijthoff en Loek van der Sande zitting hadden – sanctioneerde een aantal veranderingen om het tij te keren. Men zou streven naar meer efficiency en – op instigatie van Van der Toorn Vrijthoff – investeren in een op dat moment unieke ontwerpcomputer, de Aesthedes, die het bureau een creatieve voorsprong moest brengen. Volgens Van der Toorn Vrijthoff was de precisie waarmee de Aesthedes kon werken door geen mens te evenaren. 

‘Ben had twijfels over de invloed van de Aesthedes ontwerpcomputer. Opeens kregen we veel meer mogelijkheden. Maar die hadden ook een nadeel: het ontwerpen werd soms wel erg technology-driven. Ben had daar een grondige hekel aan.’ Jelle van der Toorn Vrijthoff

Bos: ‘Ik vond het in beginsel heel goed dat die computer er was, want er werd je een hoop vervelend en tijdrovend werk door uit handen genomen. Maar wat er in werkelijkheid gebeurde, was dat nagenoeg alle opdrachten werden uitgevoerd als ging het om een soort bankpapier. Elk ontwerp kreeg opeens een eindeloze gelaagdheid, alles paste op een geweldige maar ontzettend bloedeloze manier. De Aesthedes was een complex soort gereedschapskist en de vroege gebruikers kenden aanvankelijk nog maar een paar “tools”, zodat ze steeds bleven hangen in dezelfde trucjes. Het irriteerde me zó dat toen mijn kinderen eens een spirograaf van hun grootouders cadeau kregen ik heb gezegd: pak maar weer in dat rotding. Ik wilde thuis niet ook nog eens geconfronteerd wordt met die eindeloze concentrische cirkels die zo creatief lijken maar het tegendeel zijn.’ 

‘Nog enige tijd hebben er bij Total Design van die spirograafridders gewerkt. Het ontwerpen werd door die specifieke toepassing van de computer “ontmenselijkt” als het ware. En heb ik dat als bestuurslid niet allemaal laten gebeuren en draag ik daar ook geen verantwoordelijkheid voor? Ja. Het is niet handig geweest van mij om te denken: een nieuwe generatie met nieuwe denkbeelden treedt aan, laat ik dat van
de zijlijn kritisch proberen te begeleiden. Ik had er zeker nog meer bovenop moeten zitten.’

Logo’s: Koninklijk Instituut voor de Tropen 1988 / European Banking Association 1989 / Nederlands Archief Grafisch Ontwerpers 1994

Vaandeldrager van oude normen
Bos verliet Total Design in 1991. Voor hem, ‘de hoeder van het verleden, de vaandeldrager van de oude normen’, was geen plaats meer. Hij voelde het aan alles. Een conflict binnen de directie rond de bezitsstructuur van Total Design en het ernstige gebrek aan openheid deden voor Bos de deur dicht.  Vervolgens kreeg hij het verzoek om aan te schuiven bij de leiding van het Haagse 2D3D. Een bureau dat, zo werd beweerd, meende dat de wereld ophield bij de stadsgrenzen van de residentie. ‘Ik was binnengehaald om het verzorgingsgebied van het bureau te verbreden en een poging te wagen het op te stuwen in de vaart der volkeren door vernieuwing en upgrading te brengen. Dat leek me wel een uitdaging. Maar ik bleef een kat in een vreemd pakhuis vol boeken met stockfotografie. En verder heerste er ook een vergadercultuur die dodelijk was. Ik wist niet dat mensen zolang konden kletsen over zo weinig.’ Bos zou er niet lang blijven, nauwelijks twee jaar. Hij zou als freelance ontwerper, adviseur en schrijver verder gaan. 

‘Zijn team vormde een hecht en gedisciplineerd maar gesloten bastion binnen Total Design. Daar werd gewerkt en daar werd winst gemaakt.’ Paul Mijksenaar

Postzegel Fepapost, 1994 – afgebeeld in Graphis Typography 2 / Kieler Woche,1991
Korrekt Bedrijfsdiensten, stand 1989
TD in Tokyo, affiche 2004

Ahrend en Randstad
Het ontwerpersleven van Ben Bos kenmerkt zich door langdurige relaties. Niet alleen bleef hij bijna dertig jaar bij Total Design, hij werkte ook decennialang voor zijn belangrijkste klanten, Ahrend en Randstad. Voor Ahrend werkte hij van 1953 tot 1963 in vaste dienst en van 1991 tot 2004 als freelance adviseur en ontwerper. Tijdens zijn periode bij Total Design was Bos minder intensief bij Ahrend betrokken, maar maakte hij toch zijn bekendste werk voor dit bedrijf: promotiemateriaal voor de Revolt-stoel en het wereldberoemde Mehes kantoormeubelsysteem (beide ontworpen door Friso Kramer). Eind jaren zestig ontwikkelde Bos bij Total Design de bekende huisstijl van Randstad, halverwege de jaren tachtig begeleidde hij de restyling hiervan en nadat hij Total Design verlaten had in 1991 adviseerde hij nog steeds de staf van Randstad. Tot omstreeks 1997 is hij ook internationaal actief geweest voor het bedrijf. Hij zorgde ervoor dat het bedrijf een onderscheidend gezicht kreeg in de Verenigde Staten.

Ben Bos: de betrokken communicator
Waar heeft Ben Bos zich mee beziggehouden na het onfortuinlijke avontuur met 2D3D? Met werk voor Randstad en Ahrend natuurlijk en met opdrachten voor andere commerciële partijen. Hij schreef ook veel. Artikelen voor bladen als Design in Businessen Identity Matters. Ook publiceerde hij boeken, waaronder het Kerstnummer Grafisch Nederland 2002 en het grote AGI-boek Graphic Design Since 1950. Beide boeken kwamen tot stand onder redactie van hemzelf en zijn vrouw Elly.

AGI, affiche 2001 / AGI, affiche 2005

Bos: ‘Het AGI-boek gaat uitsluitend over AGI-ontwerpers. Om AGI-lid te kunnen worden, moet je voorgedragen worden. Een college van tien mensen oordeelt dan of de voordracht terecht is. Het boek is een encyclopedie van heel grote ontwerpers en in die zin is het een afspiegeling van de internationale designgemeenschap. We hebben er twee jaar aan gewerkt. Financieel was het geen interessante klus, maar het was een mooie manier om uitdrukking te geven aan onze betrokkenheid bij het vak.
Ik ben al meer dan dertig jaar AGI-lid en van de Nederlandse afdeling ben ik twintig jaar voorzitter geweest. Ik heb dus wel wat met die vereniging. En ik weet: zonder onze inspanningen zou het boek er niet geweest zijn.’ Bos: ‘Het AGI-boek gaat uitsluitend over AGI-ontwerpers. Om AGI-lid te kunnen worden, moet je voorgedragen worden. Een college van tien mensen oordeelt dan of de voordracht terecht is. Het boek is een encyclopedie van heel grote ontwerpers en in die zin is het een afspiegeling van de internationale designgemeenschap. We hebben er twee jaar aan gewerkt. Financieel was het geen interessante klus, maar het was een mooie manier om uitdrukking te geven aan onze betrokkenheid bij het vak.
Ik ben al meer dan dertig jaar AGI-lid en van de Nederlandse afdeling ben ik twintig jaar voorzitter geweest. Ik heb dus wel wat met die vereniging. En ik weet: zonder onze inspanningen zou het boek er niet geweest zijn.’

‘Een ander leuk project was het Kerstnummer Grafisch Nederland. Aanvankelijk zou dat moeten gaan over de geschiedenis van het fenomeen corporate identity. Maar ik heb daarover al zoveel geschreven dat ik in mijn eigen echoput dreigde te vallen. Vandaar dat het nu gaat over identiteiten in het algemeen: ’t is een mooie cyclus van verhalen over bijzondere personen en groeperingen.’

Ben Bos – Design of a Lifetime, 2000 – tekst Dirk van Ginkel en Paul Hefting ontwerp Lex Reitsma AGI BNO / Huisstijl, de kern van de zaak Ben Bos, 2001

Betrokkenheid
Ook maakte Ben Bos tijd vrij voor activiteiten waar hij voordien te weinig aan toekwam en die een sterk sociaal karakter hebben. Bos vindt dat het tot de verantwoordelijk-heden van de ontwerper behoort om zich af en toe eens in te zetten voor sociale doelen. ‘Ik las laatst een artikel in een landelijk dagblad (‘Huur een echte creatief voor je goede doel’, De Volkskrant, 1 maart 2010, DvG) over een netwerk van creatieven uit Apeldoorn die zich voor tien procent van hun tarief voor een afgesproken aantal uren inspannen voor goede doelen. Ik vind dat een geweldig goed initiatief.’

Hierboven is het werk van Bos voor de Hulp voor Onbehuisden (HVO) al ter sprake gekomen, een organisatie die hij van 1957 tot 1991 hielp met haar grafische uitingen. Aanvankelijk om niet en in tijden van economische tegenslag bij Total Design tegen kostprijs. ‘Crouwel had “de onbehuisden” aan mij overgedragen. Het paste niet zo goed in zijn pakket. Voor mij was het een uitdaging om zo’n instelling beter voor het voetlicht te brengen. En ik was ook zeer onder de indruk van de persoon van directeur Oncko Heldring. Drie jaar geleden is hij overleden. Op zijn verzoek heb ik de rouwkaart, de rouwadvertenties en zijn grafsteen gemaakt. Om uit te drukken hoe hoog ik hem had zitten, heb ik zijn naam helemaal bovenaan de steen geplaatst. Als ontwerper ben ik er trots op dat ik vorm en inhoud zo heb kunnen laten samenvallen, maar belangrijker is dat ik het uit betrokkenheid bij de man en zijn sociale aspiraties heb gedaan. Dat zijn belangrijke dingen. Ontwerpen heeft zijn “sexy” kanten, maar je bent het aan je talenten verplicht ze soms ook voor een breder doel in te schakelen, vind ik. Ik zou een pleidooi willen houden voor meer betrokkenheid, meer sociale verantwoordelijkheid bij ontwerpers. En bij de Nederlandse beroepsorganisatie BNO en bij de internationale club AGI tref ik dat nog te weinig aan.’

‘Wat ik van Ben heb geleerd is dat een ontwerp een “grote slagkracht” kan hebben en dat je daarvoor een “drive” moet hebben, een grote liefde voor het vak en een grote betrokkenheid en ook emotie.’ Joost Klinkenberg

Verantwoordelijkheid
Van een Amerikaanse AGI-collega kreeg Bos, samen met vele andere ontwerpers, het verzoek een poster te maken naar aanleiding van de ramp in New Orleans in 2005. De posters zouden op internet te koop aangeboden worden en de opbrengst zou gaan naar slachtofferhulp. Kort na de ramp was er een AGI-congres in Berlijn. ‘Ik had mijn poster bij me en hing ’m op. Niemand had er aandacht voor, behalve de collega die mij het verzoek gedaan had. Uiteindelijk bleek dat alleen wat studenten en een handjevol professionele ontwerpers er iets mee gedaan hadden. De opbrengst viel
dus erg tegen. Toen dacht ik bij mezelf: “God, jongens, had je daar niet even een uurtje of wat voor kunnen vrijmaken?” Hetzelfde was het geval met de aardbeving in China, ook daar wilden te weinig AGI-collega’s zich voor inspannen.’

Katrina ramp New Orleans, affiche 2005

Bos heeft de laatste jaren een intensief contact opgebouwd met de Iraanse ontwerpersgemeenschap. Hij kende Morteza Momayez (1935-2005), een ontwerper van internationaal aanzien die onder het oude regime een leerstoel aan de universiteit van Teheran had en het grafisch ontwerp in zijn land succesvol op de kaart zette. Bos exposeerde in Teheran samen met zielsverwant Fransman Alain Lequernec tijdens de herdenking van Momayez op diens nooit bereikte zeventigste verjaardag. Hij publiceert ook regelmatig in het fraaie Iraanse vakblad Neshan.

China Red Cross, affiche 2002 / Morteza Momayez, affiche 2005

    ‘Toen de ramp met de Iraanse verkiezingen zich afspeelde, heb ik drie “groene” posters gestuurd naar de mensen die we daar hadden leren kennen: aanhangers van de veranderingsgezinde Groene Beweging van oppositieleider Mousavi. De posters zijn veelvuldig gepubliceerd op de websites van groene kringen in de tijd dat het verzet er nog actief was. De mensen lieten weten zich er erg door gesteund te voelden. Het stelde me teleur dat BNO’s Vormberichten deze posters niet heeft opgenomen in de maandelijkse parade van nieuw werk. Kennelijk vindt men nieuwe dropverpakkingen relevanter… Vandaar dat ik zo blij was met dat krantenbericht over het creatieve netwerk in de provinciestad Apeldoorn. Ik hoop dat de ontwerpers elders in ons land daar een voorbeeld aan willen nemen. De verantwoordelijkheid van de ontwerper en de impact van zijn werk hebben een veel grotere reikwijdte dan we geneigd zijn te denken, als we er maar oog voor hebben.’

Auteur: Dirk van Ginkel, september 2010
Eindredactie: Sybrand Zijlstra
Portret foto: Aatjan Renders