Harry Sierman

Jaren ’40

Leven; Harry Nico Sierman, geboren op 17 mei 1927, was de oudste van de vijf kinderen uit het tweede huwelijk van zijn vader, groothandelaar in bonnetterie. Hij groeide op in een degelijk, veilig, redelijk welvarend gezin aan Keizersgracht 68 in het katholieke Amsterdam.

Op een middag zat hij met zijn broertjes weg te dromen bij nieuwsflitsen in de Cineac – toen een bioscoop, nu het bezit van dj Tiësto – toen op een zijscherm een alarmerende mededeling oplichtte: ‘De jongeheren Sierman dienen ogenblikkelijk naar huis te gaan.’ Brand? Een dodelijk ongeluk? Met het hart in de keel renden de broertjes als gekken door de stad naar huis, waar een roomse ontknoping volgde: ze hadden hun misdienaars-oefeningen gemist. Hoogtijdagen in de kerk: kruisbeelden achter paarse draperieën, priesters die met vochtige kwasten zegenende gebaren maken. En misdienaars in kanten superplie, zwaaiend met glinsterende wierookvaten aan lange, ratelende kettingen, de gelovigen met dikke wolken wierook aan het oog onttrekkend. Sporen van een katholieke jeugd in Harry’s werk? Vast en zeker. Zijn geloof in het boek, zijn zucht naar ceremonie, zijn liefde voor sier- en zilverwerk. 

Na de oorlog kreeg Harry, mede dank zij de overredingskracht van directeur Mart Stam, toestemming van zijn vader om zich aan te melden bij het IVKNO (Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, de latere Gerrit Rietveld Academie) in de Gabriël Metsustraat. Hij bezocht er de afdeling voor reclame en grafiek van Wim Jaarsveld, sloot vriendschap met medestudenten Hans van Os en Herman Focke en werd een spil van het experimentele schoolcabaret. 

Afdeling Reclamegrafiek van het IVKNO, circa 1947. Met de klok mee, vanaf boven: Harry (met zwaard), leraar typografie en lay-out Cor Klaasen  (met armgebaar),
Hans van Os (beklemd) en afdelingsleider Wim Jaarsveld (met snor)

Werk; Zomer 1947 slaagde Harry, twintig jaar oud, voor het IVKNO. In het ouderlijk huis zat hij achter zijn spiksplinternieuwe tekentafel en ontwierp zijn eerste advertenties. Cartoonesk en grafisch, met de letter als blikvanger en altijd wel ergens een visueel aantrekkelijk, historisch detail. Gevarieerder werd het opdrachten-pakket na zijn ontmoeting met Frits van Alphen, directeur van het kleine reclamebureau Associated Advertising Artists, in de wandel-gangen ‘de kleine Van Alphen’ ter onderscheiding van een grotere naamgenoot. Voor hem werkte Harry enkele jaren, eerst aan de Prinsengracht, later aan de Keizersgracht, tot hij onder de nieuwe directeur overstapte naar Vorstelman, een reclamebureau aan dezelfde gracht. 

Advertentie, 1948

Parijs straatbeeld, vrije pentekening, 1948

Bij beide bureaus lijkt hij afwisselend alleen te hebben gewerkt of samen met de enkele jaren oudere Gerard Wernars. Zijn productie solo: klein drukwerk en advertenties voor de KLM, UMS Pastoe, uitgeverij Succes; affiches voor Bruynzeel en voor de RAI, onder andere voor de Huishoudbeurs. Samen met Gerard: affiches voor de Jaarbeurs Utrecht en voor UMS Pastoe. Een nevelige periode van hooguit een jaar of vier, doortrokken van het verlangen naar een eigen praktijk. In 1992 blikte Harry terug in een biografische notitie: ‘Na een jaar op twee reclame-studio’s te hebben gewerkt en nauwelijks meer dan anderhalve affiche te hebben gemaakt, besloot hij zich zelfstandig te vestigen’. Inderdaad, hij stapte uit de reclamewereld. En wat zo fijn was, goede klanten gingen met hem mee.

Jaren ’50
Leven; Een nieuw decennium, een nieuw bestaan. In 1952 schoof Harry zijn pion één vakje terug: aan de Keizersgracht verhuisde hij van nummer 68 naar nummer 66, samen met zijn tekentafel. En met Els Timmer, zijn vriendin van het IVKNO. De rest van zijn leven bleef hij hier met haar wonen. Samen zetten ze, met exact gelijke tussenpozen, drie kinderen op de wereld.

Rubrieksvignet voor het zilveren jubileum-nummer van maandblad Succes, 1953

Vloeiblad voor Bruynzeel, 1950

Werk; De ontdekking van het huiselijk leven viel samen met een nieuwe visie op het werk. Wat op de reclamebureaus niet mogelijk was, bleek heel goed te lukken in de privépraktijk: het bedrijven van arbeidsintensieve typografie. Als gediplomeerd reclamegraficus onvoldoende hierop voorbereid zal Harry advies en inspiratie gezocht hebben bij ontwerpers uit de GKf-kring: Gerard Wernars, Mart Kempers, Han de Vries. Mentor – bewust of niet – lijkt vooral Alexander Verberne te zijn geweest, die in deze tijd zijn naam verbond aan Proost Prikkelsen het Philips-periodiek Range(samen met Ton Raateland). Onvoorwaardelijk geloofden Verberne en Sierman in humane tekstverzorging. In de loden letters van Jan van Krimpen, de onbegrensde mogelijkheden van Monotype revivals
en de zetters en drukkers die deze juwelen konden laten flonkeren. Bij beiden dreunden orgel- en draaiorgelklanken door de woning, tot ontzetting van huisgenoten. 

Affiche voor de Huishoudbeurs, gemaakt bij reclamebureau Van Alphen, 1951

Harry hervormde zijn handschrift naar humanistische modellen. In dat zwierige schrift noteerde hij zijn instructies voor drukkers, zetters, lithografen, stempelmakers. Tamelijk nietsontziende aanwijzingen doorgaans, waarvan hij er duizenden moet hebben opgesteld. Het was duidelijk, een serieus ontwerper was opgestaan. En zijn rekeningen, tot dan toe uitbesteed aan zijn echtgenote, tikte hij voortaan zelf: de cijfers esthetisch gerangschikt in zwart en rood, het product van zijn trendy Olivetti Lettera 22 met tweekleurig lint. Zijn opdrachtgevers ontmoette hij in Hotel Polen in de Kalverstraat.

Omslag maandblad Succes, 1954 / Omslag Pastoe-catalogus, 1959

Jaren ’60
Leven; In de jaren zestig kreeg Amsterdam haar hartinfarct. Handels- en personenauto’s blokkeerden stoepen, bruggen en straat en het stadsverkeer kwam ondanks verpletterende claxonconcerten nauwelijks vooruit. Harry parkeerde zijn gezin in goede harmonie in het voorhuis, waar glaswerk spontaan kon versplinteren als gevolg van verkeersdruk en bouwactiviteiten. Zelf vluchtte hij met zijn tekentafel naar de stille zolderverdieping van het achterhuis. Omringd door werk in diverse stadia van wording, fijne drukwerkjes van collega’s, kwinkelerende vogels in de binnentuinen, steeds meer Braun en Olivetti apparaatjes en een batterij eenharige penseeltjes, werkte hij hier zo goed als onafgebroken, maar het werk leek zijn spel. Een kwieke prater, die genoot van ontmoetingen met opdrachtgevers, collega-ontwerpers, vakmensen, studenten. Geen enkele aanbieding – een docentschap, sociale zekerheid! – zou hem echter nog kunnen weglokken uit het heerlijke isolement van zijn eigen praktijk.

Werk; De jaren ’60 lieten Harry’s transformatie tot boekontwerper zien. Een geslaagd boekontwerp was verfijnd en intiem. ‘Typografie is zoiets als vertrouwelijk en goed verstaanbaar met de lezer spreken’, zei hij in een lezing. Eigenlijk ging het om simpele, zuivere dingen. Een goede letter, mooi papier, een heldere typografie. Alles optimaal geproduceerd, dat wel. Daarom ook de klare taal van die instructies. 

Lithoproef voor Pastoe, 1965

Misschien is dit te eenvoudig voorgesteld. Alleen maar een ‘goede’ letter? Nee, de beste letter. Tot in de puntjes gespatieerd en met alle denkbare verfijningen van tabel- en uithangende cijfers, klein- en sierkapitalen, ligaturen, Duitse komma’s, lijnen, fileten. Deze dan scherp gestoken en pittig afgedrukt. Papier bij voorkeur mat en getint, met grootse tactiele eigenschappen en een prettig gewicht. Matte inkt. Verrassend uitpakken met kleuren zowel donkerder als lichter dan het papier. Levendige accenten in de vorm van typografische ornamenten of grafische illustraties van eigen hand.

Harry had het geluk een aantal uitstekende opdrachtgevers te vinden die echt van boeken hielden en als goede feeën aan de wieg van veel producties hebben gestaan. Opdrachtgevers als de fabrikant Frits Ullmann (UMS Pastoe) en de uitgevers Lucas Bunge (Proost & Brandt, Oosthoek, Wetenschappelijke Uitgeverij Bunge) en Reinold Kuipers (Querido). 

Sierman & Co, vignet met huismerk, 1966 / Detail Gemeentekalender Amsterdam, 1966 
Illustratie, deels uit zetmateriaal, van het begrip ‘Confectiecentrum’

Sierman & Co, luciferboekje met schetsje in gouache (onder), 1966

UMS (Utrechtse Machinale Stoelenfabriek, opgericht in 1913) produceerde onder de merknaam ‘Pastoe’ duurzame, zorgvuldig afgewerkte en schakelbare meubelen die de koper zelf met de hulp van een inbussleutel in elkaar moest zetten. In de geest van Goed Wonen maar een prijsklasse hoger, vooruitstrevend in vormgeving en marketing. UMS presenteerde haar Pastoe-meubelen doelgericht als ‘modern’, en catalogi werden bewust ingezet om die boodschap over te brengen. Een team van sterke persoonlijkheden gaf nieuwe inhoud aan het concept fabriekscatalogus: Harry met zijn introverte, bibliofiele ontwerpen, Benno Premsela met zijn soms volkomen surrealistische meubelarrangementen en glamour, Jan Versnel wiens foto’s het begrip ‘modern’ belichaamden en drukkerij Vada die al deze elementen in hoogwaardig koperdiepdruk reproduceerde. 

Bandje uit reeks geïllustreerde uitgaven van A. Oosthoek’s Uitgeversmaatschappij, 1966

Beeldmateriaal werd in deze jaren steeds meer als verleiding ingezet. Voor uitgeverij Oosthoek ontwierp Harry een verfijnde reeks geïllustreerde boekjes (over bloembollen, zeilschepen, de Dam en, ja leuk, prostitutie!). Voor dezelfde opdrachtgever, Lucas Bunge, verzorgde hij ook Mr. J. Spruits kleine muziekgeschiedenis Van vedelaars, trommers en pijpers. Een ontwerp in bruin, bruiner en zwart (respectievelijk het tekstpapier, de schutbladen en de typografie). Tja, ook de lezer moest wel eens toeleggen op typografische verfijning. Dieppaars is de band van dit boek, waar de belettering – als zo vaak in wit – als een kantwerkje overheen valt. 
Startte Harry dit decennium zijn werkrelatie met Querido, van een andere opdrachtgever moest hij juist afscheid nemen. Als een van de weinige broers die niet in de zaak werkte – maar er wel boven woonde – had hij over ieder detail van het familiebedrijf Sierman & Co gewaakt. Vanaf de verpakkingen en huismerken, de beursstands en inrichting van de bedrijfsruimten tot aan de restauratie van het grachtencomplex en de keuze van de directie-auto (Citroën DS).

Kort na het halveëeuwfeest in 1966 ging de zaak over in een groter bedrijf in het Confectiecentrum in Amsterdam-West en verdween tenslotte uit beeld.

Openbare Bibliotheek, 1968

Jaren ’70
Leven; Waren de jaren ’60 een periode van speelseopdrachten geweest, het nieuwe decennium bracht groteopdrachten. Gelukkig hadden Harry en Els in 1972 in het West-Friese Schellinkhout een oud arbeidershuisje gekocht met een klein lapje grazige grond. Ideaal om er tot rust te komen maar Harry had bedacht dat hij er een formeel tuinlandschap van gemillimeterde heggen kon uitzetten. Met steeds meer inspanning en gereedschap moest hij de gewassen vervolgens in het gareel zien te houden.

Werk; Het boek groeide dit decennium, een gevolg van welvaart en de offsetpers. Een voorbeeld. 84 pagina’s telden de jubileum-boekjes die het koppel Wim Alings (tekst) en Harry Sierman (beeld en ontwerp) in 1965 en 1968 verzorgden voor de fabrikanten Meneba (meel) en E.M. Jaarsma (haarden). Het jubileumboek van aardappelmeelfabrikant Avebe (tekst Max Dendermonde) besloeg in 1979 379 pagina’s op een bijna twee keer zo groot formaat. Monsterproducties dus, die onvermijdelijk voor een lichte aardappelmoeheid bij de ontwerper zorgden. Spreken ze nog ‘vertrouwelijk’ met de lezer, dergelijke grote, weerspannige en zware boeken? 

Wordingsgeschiedenis Herengrachtboek in GVN-ledenlijst, 1977 / Omslag voor uitgeverij Querido, 1970

Het Herengrachtboek van Mr. H.F. Wijnman spande de kroon (Vier eeuwen Herengracht, 1976). De uitgave, die het jubileum van Amsterdam (750 jaar in 1975) luister had moeten bijzetten, kostte Harry een kwart decennium van zijn leven terwijl de samenstellers er al een kwart eeuw aan hadden geofferd. De opdracht voor ontwerp en beeldredactie kwam van Adolf Stork, directeur van de Stadsdrukkerij. Harry trok erop uit. Hield zoektochten in het Gemeentearchief en telefonades met fotografen, bracht bezoeken aan Herengrachtbewoners. Werd gesignaleerd terwijl hij, neus in de lucht, gevels afspeurde naar interessante details voor het boek, en zo een kelder infietste. De omvang was overstelpend: 720 pagina’s, 5 miljoen tekens, 1100 illustraties met daarnaast twee historische tekeningen van ieder van de pakweg duizend huizen en een register van 30.000 namen. De druk werd opgevoerd en Harry speelde met zijn gezondheid. Hij fietste voor een inleidende tekst van stadsarchivaris Isabella van Eeghen naar haar huis en toen ze opendeed viel hij flauw in haar vestibule. Eindelijk lag al het drukmateriaal, na een reeks onverbiddellijke correctierondes, bij het lithografiebedrijf L. van Leer N.V. aan de Rustenburgerstraat, klaar voor het drukken. De vormgever kon weer op adem komen en nadenken waar hij met zijn gezin de vakantie zou doorbrengen. Toen kwam, eind juni 1975, het bericht dat het complete pakket litho’s bij een hevige brand bij Van Leer verloren was gegaan en het circus begon van voren af aan. 

Omslagen (voor- en achterzijde) van Kunstrip, jongerenuitgave van het Rijksmuseum, 1970-1971

Omslagen voor Vincent, bulletin van het Rijksmuseum Vincent van Gogh. Links uit de tweede, rechts uit de vierde jaargang

Vier eeuwen Herengracht verscheen in het voorjaar van 1976, met een geboortegewicht van 14 pond. Harry’s aandeel bezorgde hem het jaar erop de gemeentelijke Werkmanprijs. ‘Mijn arbeidsomstandigheden zouden vanuit een vakbondsoogpunt onverant-woord zijn’, meldde de gekraakte ontwerper in dagblad Het Parool. Zijn er nog meer lichtpuntjes te melden? Jawel. Tegenover het schrijnend verlies van de loden letter in dit decennium kan de opkomst van de vrolijke plakletter genoemd worden. Door Harry toegepast in Kunstrip, een uitgave van het Rijksmuseum.

Jaren ’80
Leven; Geen grote schokken. Vol vertrouwen snelde Harry dit decennium door.

Werk; Harry werd bijna exclusief een boekontwerper, ook van Boeken Met Een Budget. De Esso Museumreeks bijvoorbeeld, voorheen ontworpen door Donald Janssen. Met het zittende team van tekstschrijver en fotograaf (Wim Brasem en Onno Meeter) en binnen het bestaande concept stuwde Harry de boekjes op tot bibliofiele hoogten. Linnen bandjes bedrukt in twee, drie kleuren en de belettering vaak – maar niet altijd, Harry zag een reeks toch vooral als een serie individuen – in de Trinité.

Kramers woordenboek: Schetsvoorstel omslag, gouache op Pantone papier, 1985

Drie ontwerpen voor Querido: band met bandstempel voor een uitgave over de geschiedenis van kinderliteratuur (1989), stofomslag met buikbandje (Battus, 1981) en stofomslag (1986)
Drie ontwerpen voor Querido: band met bandstempel voor een uitgave over de geschiedenis van kinderliteratuur (1989), stofomslag met buikbandje (Battus, 1981) en stofomslag (1986)

En dat is dan meteen een andere hoofdzaak in de jaren ’80. Harry werd ambassadeur van de Trinité. Deze letter van Bram de Does was het antwoord op de staat van ontreddering waarin de typografische wereld was terechtgekomen toen de drukkers van Nederland eenmaal waren overgestapt op vlakdruk en fotozetten. De beschikbare letters bleken geen recht te doen aan de derde dimensie die de loden letter wèl bezat, door de indruk in het papier die de letter gewicht en contour verschaft. Fotografisch gereproduceerde letters oogden slap, suf en schraal. Een wildgroei ontstond in nieuwe versies van vertrouwde letters. Harry: ‘Er zijn wel 37 verschillende soorten Times. Maar het beeld van de enige echte, de Monotype Times met kleinkapitalen, mediaevalcijfers en boekdrukkwaliteit, dat is voorgoed verloren.’ Met de Trinité, speciaal ontworpen voor het fotozetten, kon hij weer goede sier maken. ‘Een gedemocratiseerde Romanée’, vond hij. Hij gunde de letter voortaan een glansrol op omslagen en titelpagina’s. Zijn populairste toepassing: de omslagen van Kramers Woordenboeken, een project van de jonge uitgever Gijsbert van Kooten, die tijdens de productie plotseling kwam te overlijden. 

Overigens bracht het fotozetten geweldige voordelen met zich mee, die Harry met Battus’ Opperlandse taal- & letterkunde (1981) uitbuitte voor Querido.

Band en openingspagina’s van een deeltje uit de Esso Museumreeks, 1988. Deze aflevering gaat over scheepvaartmusea in Nederland en België

Jaren ’90
Leven; In dit tijdvak beschouwden de meeste ontwerpers de computer langzamerhand als onontbeerlijk gereedschap. Maar Harry ging daar niet in mee. Als ontwerper piekerde hij er niet over het werk van de zetter naar zich toe te trekken. Vanaf dit moment was hij dus aangewezen op mensen die bereid waren op te treden als zijn persoonlijke zetter: Adriaan de Jonge aan de Prinsengracht in Amsterdam bijvoorbeeld. Wel wilde hij op de hoogte blijven van de nieuwe ontwikkelingen, vandaar zijn deelname aan de bNO-projectgroep Zettechnieken.

In 1992 werd Harry 65 jaar, een leeftijd waarop hij nog in volle vaart aan het werk was. Enkele maanden eerder was hem toevertrouwd dat hij de Charles Nypels Prijs zou ontvangen. Die prijs was twee keer eerder uitgereikt, aan Dieter Roth (1986) en Walter Nikkels (1989). De jury die Harry zou bekronen bestond uit de ontwerpers Anthon Beeke en Wim Crouwel en de uitgever Laurens van Krevelen, enthousiast aangestuurd door voorzitter Cor Rosbeek. In de korte tijd tussen toekenning en uitreiking van de prijs werd Harry verondersteld met een leuke tentoonstelling en publicatie over het eigen werk voor de dag te komen. Onderwijl ging het gewone werk uiteraard door. Even kwam het leven weer in een opwindende en gevaarlijke stroomversnelling. De uitreiking op 12 februari 1992 in Maastricht werd een overdonderende ervaring. Vriend en opdrachtgever Lucas Bunge bespeelde er de cello, terwijl Harry’s halve Rolodex in de zaal zat.

Uitnodigingskaart Koninklijke Nederlandse Uitgeversbond, 1993 / Jubileumbrochure Querido, 1990

Eerstedagenvelop met postzegelserie Nobelprijswinnaars, 1995

Werk; Het tijdvak ’90 was een periode van oogsten. Harry kreeg twee letterproeven te maken (voor de drukkerijen/zetterijen Tulp en Nauta), een serie KPN-postzegels van Nederlandse Nobel-prijswinnaars, een aantal monografieën (over Willem den Ouden en Peter Vos) en het feestdrukwerk van de jubilerende uitgeverij Querido (75 jaar). Zijn ontwerpen, bij tijden nog uitbundig, werden steeds stemmiger en eleganter in grijzige pastelkleuren. De inkten bleven mat, de papieren rul, kapitaaltjes werden alsmaar kleiner, contrasten zachter. 

Omslag De Koran, 1992 / Congresdrukwerk Amsterdam University Press, 1996

Had in het voorafgaande tijdvak het woordenboek Arabisch-Nederlands op Harry’s oude werkblad gelegen, nu nam hij voor uitgeverij Agon de koran onder handen. Een bijzondere, vrijzinnige editie, zowel taalkundig als typografisch, met in plaats van het traditionele blokzetsel vrije verzen in Slimbachs Minion. Een triomf van het fotozetten, deze koran met zijn uitheemse schriften. En dan is er natuurlijk Sierman’s beknopte boekengids, zijn oeuvre-overzicht, Rosbeeks goodwilluitgave nummer 33. Poederachtig paars en zilver van buiten, Pastoe-kleurige oranje schutbladen binnen.

Kalenderblad van Rosbeek Goodwill-uitgave 39, 1996

Jaren ’00
Leven; In 2000 zag Harry Sierman, 73 jaar oud, nog altijd geen reden om te stoppen met werken. Het tempo nam wel wat af en Els en hij gaven de tuin in Schellinkhout op. Maar zolang het werk nog een beetje ging, bleef Harry graag van de partij. Zo ontstond de monografie van Helmut Salden, zijn laatste boek. Maar op een dag ging het niet meer. Harry werd ziek, trok zich terug en gaf ten slotte, enkele dagen na zijn tachtigste verjaardag, de geest.

Omslag Erasmuseditie uitgeverij Athenaeum, 2001 / Omslag monografie Helmut Salden uitgeverij 010, 2003

Werk; Aan waardering heeft het Harry Sierman nooit ontbroken. Waar hij stond regende het prijzen. Maar waar stond hij eigenlijk? Was hij de onversneden traditionalist waar hij steeds meer voor werd aangezien? Het is waar, hij hield hartstochtelijk van de geschiedenis van dingen, en stond misschien dus met één been in het verleden. Ook bleef hij als ontwerper trouw aan zichzelf, wat wellicht gemakkelijk met conservatisme kan worden verward. Hij mocht graag koketteren met de uitspraken van strenge typografen. Maar toch, een dogmatische basis had dit alles nooit. Zo stak hij niet in elkaar. Harry hield te veel van het leven in het algemeen, van het typografische spel in het bijzonder. 

In 1976 ontwierp hij een briefpapiertje voor Lucas Bunge. Deze oordeelde op 2 januari 1977, per kerende post: ‘… een genoegen om naar te kijken, met die bekakte eenvoud die alleen voor de kenner de hoogmoed laat doorschemeren.’ Ofwel: trouwe opdrachtgever in bekoring geraakt door Sierman’s sieraden.

Auteur: Koosje Sierman, september 2007
Eindredactie: Sybrand Zijlstra
Portretfoto: Aatjan Renders