Andrew Fallon

Herengracht 567. TD Associatie voor Total Design N.V. staat er op het bord. Het is half negen ’s morgens op maandag 21 juli 1969. Hier ga ik twee maanden praktijkervaring opdoen. Ik bel aan. Mijn hart slaat over. Wachten. Iets langer aanbellen. Weer niets. Brutaal blijven aanbellen. Helpt ook niet, er is gewoon niemand. Misschien beginnen ze pas om negen uur? Een kopje koffie op het Rembrandtplein en dan weer proberen. Pas om half elf strompelt iemand het bordes op met de woorden: ‘Wat een memorabele televisienacht was dat!’ Maar ik kan er niet over meepraten. Gisteravond ben ik op tijd gaan slapen en heb helemaal niets meegekregen van wat later een zeldzaam waar-was-jij-toen moment bleek. Met dat ene kleine stapje over de drempel van Total Design was ik allang ‘over the moon’.

Andrew en Anne Marie

Total Design 1969
Een jaar eerder had ik Anne Marie in Liverpool ontmoet en wilde daarom vanuit mijn masteropleiding grafisch ontwerpen aan het Londense Royal College of Art (RCA) die zomer in Amsterdam doorbrengen. 

De eerste week werkte ik bij Ben Bos en daarna in het team van Hartmut Kowalke. Bij Total Design heerste een ontspannen, open sfeer en binnen de kortste tijd voelde ik me er helemaal thuis. John Stegmeijer en Dirk Fortuin maakten me wegwijs binnen en buiten het bureau. Op een dag kwam de vraag: Wil je een logo ontwerpen voor olieleverancier Calpam? Hartmut en Benno Wissing hadden een huisstijl klaar, maar het logo, in de Helvetica Bold, was onvoldoende onderscheidend. Mijn inspiratie voor het ontwerp zat hoofdzakelijk in het simpele idee dat olie door leidingen vloeit, maar kwam ook van Lance Wymans letterontwerp voor de Olympische Spelen van 1968 in Mexico.
Op weg naar de opdrachtgever voor de grote presentatie zei Hartmut tegen mij: ‘You designed the logo and the meeting will be in English anyway, so why don’t you present it?’ Zo gezegd zo gedaan. Applaus van de directies van SHV en Chevron voor een 22-jarige. Het was een lastige klus om dit logo te laten werktekenen, zo moeilijk zelfs dat het bij TD jarenlang als proefopdracht diende voor sollicitant-werktekenaars. Achteraf gezien had ik beter continue curves in plaats van tangentiële rondingen kunnen toepassen voor de constructie van het logo – iets wat Apple nu standaard doet met zijn iconen – maar in die tijd was dat mij onbekend en bovendien onrealiseerbaar.

Logo Calpam, Andrew Fallon, Total Design, 1969 / Huisstijl Calpam, Andrew Fallon, Hartmut Kowalke, Benno Wissing, Total Design, vanaf 1969

Na mijn stage kon ik me aansluiten bij Total Design om het grote Calpam-project af te maken. Maar het bureau wilde niet bij het RCA de indruk wekken dat ze mij wegkaapten en daarom moest het uitdrukkelijk mijn eigen initiatief zijn. Voor mij was nog anderhalf jaar wachten in London te lang: ik wilde bij Anne Marie zijn en bij Total Design werken. Bij het RCA was het professor Richard Guyatt en mijn andere docenten al eerder opgevallen dat ik in Nederland in een enorme stroomversnelling was gekomen en ze toonden begrip voor mijn besluit.

TD 1970-73
Op 1 januari 1970 kwam ik in vaste dienst bij Total Design. Het bleek een zwarte dag voor Benno Wissing: ‘Calpam is leuk voor jou jongen, maar het is de doodsteek voor mijn PAM.’ Ik heb die woorden altijd in gedachten gehouden, niet alleen bij het begin van een nieuw project, maar ook wanneer een van mijn ontwerpkindjes het veld moest ruimen. Bij Gasunie en Transavia is die cirkel allang rond. Cito werd tot twee keer toe door mijn eigen opvolgers herontworpen en dit jaar, na 25 jaar trouwe dienst, gaat Nuon naar de logohemel. En het Calpam-logo? Na een half eeuw nog steeds in gebruik.

Benno prees zich gelukkig dat niet alle maatvoeringen in Europa metrisch waren. Typografie in het bijzonder was blijven steken in de pre-Napoleonistische twaalftalligheid. Voor mij als Engelsman een makkie natuurlijk, maar bedenk wel dat Britten in dit soort dingen uit een zekere noodzaak ‘tweetalig’ waren en dus gewend om te schakelen tussen ponden en kilo’s, inches en centimeters, pinten en liters. Het twaalftallige stelsel is intuïtief in gebruik: je kunt soepel met 2, 3 en 4 vermenigvuldigen en delen. In de typografie steekt het metrische stelsel er stukken schraler bij af. Binnen een uur – ook zo’n twaalftallig geval – had ik de cicero’s en augustijnen volledig onder de knie.

De teams van Benno en Hartmut waren een soort twee-eenheid; het was altijd spannend en stimulerend met deze twee leiders. We brachten samen nogal wat tijd door, ook buiten het bureau, vaak schetsend op de rand van een bierviltje in Café Monico. Ben Bos begon vroeg en ging op tijd naar huis. Hij was een harde werker, eigenlijk de belangrijkste omzetmaker van Total Design, zeker in de mindere tijden. John Stegmeijer en ik ontwierpen de reeks wasmiddelenverpakkingen voor zijn De Gruyter-huisstijl. Ben was nooit makkelijk in de omgang maar buitengewoon loyaal en had een hart van goud. Tussen hem en Benno was het in hun TD-tijd water en vuur, pas later raakten die twee met elkaar bevriend. Ben droeg een van zijn docentschappen aan mij over en ook was ik zijn opvolger als voorzitter van NAGO (Nederlands Archief Grafisch Ontwerpers).

Logo NOVI, Andrew Fallon, John Stegmeijer, Total Design, 1970
Zeepverpakkingen De Gruyter, Andrew Fallon, John Stegmeijer, Total Design, 1971 /
Andrew Fallon, portret door C. Barton van Flymen, 1974

Wim Crouwel was afstandelijker en tegelijk meer verbindend. Toen er problemen ontstonden binnen de directie van Total Design en het bureau dreigde uiteen te vallen, liet Wim zien hoe enorm sterk hij was als leider. Toch kon hij niet voorkomen dat Dick Schwarz, Paul Schwarz, Hartmut Kowalke en Benno Wissing kort na elkaar TD de rug toekeerden. Mede door die interne strubbelingen heb ik Wim als ontwerper van dichtbij mee-gemaakt. Eerst bij de opdracht voor de PTT huisstijl (in collegiale competitie met Tel Design) en vervolgens bij het meeschetsen aan het logo voor de Rabobank. Hij vroeg mij om zijn assistent te worden, maar het strenge Crouweliaanse kloosterleven zag ik niet zitten. Hij was een vaderfiguur voor wie ik nog steeds enorm veel respect heb maar van wie ik toen wilde losbreken.

Dit lijkt misschien een vreemd moment om het te hebben over de huisstijl van HBG, ontworpen door concurrent Tel Design, maar het is belangrijk om te weten hoe wij daar tegenaan keken. Kort gezegd, HBG, met zijn voluptueze vormen en rare groen-oranje kleurstelling, was een grote schok binnen TD. Ze konden het daar niet waarderen als uitkomst van sprankelende synergie tussen de ambitieuze opdrachtgever Frank Luyendijk (hoofd Public Relations HBG) en creatieveling Gert Dumbar c.s. Wat had ik graag zelf onderdeel willen zijn van dat proces! Ik kon toen niet bevroeden dat een paar jaar later HBG bij Tel Design een van mijn opdrachtgevers zou zijn. En ook niet dat door de overname door BAM, HBG uiteindelijk bij Total Design terecht zou komen – met behoud overigens van Dumbar’s groen-oranje kleurstelling.

Jonge ontwerpers staan te boek als eerzuchtig en ongeduldig, en zelf was ik daarop geen uitzondering. Na bijna vier jaar Total Design had ik het wel gezien. Ik had al wat eigen opdrachten buiten TD gedaan en besloot voor mezelf te beginnen. Anne Marie had een vaste baan en zo konden wij de gok wagen. Achteraf gezien was dit een waanzinnige en riskante sprong in het duister. Ik ontwierp een mooi briefpapier en stuurde wervende berichten rond, maar er gebeurde helemaal niets. Ik had nauwelijks een eigen netwerk.

Dots Design 1973-76
Toevallig kwam ik in die periode in contact met Hans Versteeg. Hij had voor
Otto Treuman gewerkt en maakte nu opvallende affiches onder de naam Dots Design. Nadat ik een tijdje freelance werk voor Hans had gedaan stelde hij me voor om voortaan samen te werken op gelijke basis. Dat ging goed en de opdrachten stroomden binnen op de Rapenburgerstraat 169-171. We vulden elkaar goed aan en ik heb veel van Hans geleerd, vooral over het gebruik van krachtige illustratieve beelden. Wij hadden mooie opdrachtgevers, waaronder de Nederlandse Operastichting, Levi’s, uitgeverij Allert de Lange, organisatiebureau Van de Bunt en computerbedrijf Arsycom. Ootje Oxenaar gaf ons de opdracht voor het ontwerpen van de Sparen-postzegel 1975. 

Logo Mixys 80 (Arsycom), Andrew Fallon, Hans Versteeg, Dots Design, 1975
Postzegel PTT, Andrew Fallon, Hans Versteeg, Dots Design, 1975

Op een avond in november 1975 belde Gert Dumbar mij. ‘Ik ben op zoek naar een stafontwerper bij Tel Design en jouw Sparen-postzegel viel mij op. Wil je een keer komen praten bij mij thuis?’ Zo begon het. Eigenlijk wilde ik niet, want bij Dots Design ging alles voor de wind met een groeiende klantenkring. Toch miste ik bij het kleine Dots het vanzelfsprekende professionalisme van Total Design en zag dat dit wel aanwezig was bij Tel Design.

Op dat moment wist ik weinig van de paleisrevolutie die zich op het Emmapark had voltrokken met als gevolg het vertrek van een aantal van Dumbar’s top-ontwerpers. En eerlijk gezegd kon het mij weinig schelen. Gert had zo’n enorm charisma dat het voor mij moeilijk was om zijn verzoek af te wijzen: ik had er gewoon heel veel zin in. Het werk van Tel Design – altijd iets met ronde vormen in tegenstelling tot het bijna altijd rechtlijnige TD – sprak mij enorm aan. Het was niet makkelijk om Hans Versteeg in te lichten over mijn besluit, maar hij vatte het buitengewoon sportief op en regelde een knallend afscheidsfeest. We zijn sindsdien altijd goed bevriend gebleven. 

Tel Design 1976-2000
In ‘Ha, daar gaat er een van mij!’ Een kroniek van het grafisch ontwerpen in Den Haag 1945-2000 schrijft Jan Middendorp over Tel Design: ‘Er werd een fusie aangekondigd met Frans de la Haye (industriële vormgeving) en Ton Haak (public relations); het vernieuwde bureau werd een besloten vennootschap met de naam Tel Graphic Design, Industrial Design, Public Relations. Gertjan Leuvelink, die in een eerder stadium op de nominatie had gestaan om als partner tot de maatschap toe te treden, vertrok om 2D3D op te richten. De ontstane leemte diende snel te worden opgevuld met een ontwerper die, net als Leuvelink, kaas gegeten had van systeemtypografie. Dat werd de Brit Andrew Fallon, afkomstig van het RCA, die enkele jaren bij Total Design had gewerkt.’

Ik was nauwelijks begonnen of een conflict tussen Gert Dumbar en Jan Lucassen leidde tot hun beider vertrek. Als directeur grafische vormgeving concentreerde ik me samen met Will de l’Ecluse en anderen op de huisstijlprojecten voor opdrachtgevers als Cito, Delta Lloyd, AGA Gas en ECI. 

Logo Cito, Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling, Andrew Fallon, Will de l’Ecluse met André van der Heuvel, Tel Design, 1980 / Logo ECI, Andrew Fallon, Will de l’Ecluse, Tel Design, 1980
Jaarverslag 1977, Delta Lloyd, Andrew Fallon, Tel Design, 1978

Vlak na de komst van Paul Vermijs trad Ton Haak af, enkele jaren later gevolgd door Frans de la Haye. Ondertussen bleven wij grote, succesvolle opdrachten uitvoeren, onder meer voor Stichting Olympische Spelen Amsterdam 1992 (het bidbook), het Nederlands Meetinstituut en Medisch Spectrum Twente. De grote opbloei kwam met de komst van Ronald van Lit en vervolgens Gert Kootstra aan de vooravond van de hectische jaren negentig.

Tussen 1973 en 1980 verzorgde Ton Haak de public relations voor Tel Design. Zijn briljantste zet was het creëren van het blad Telwerk. Met helder geschreven en goed geïllustreerde verslagen over het werk van het bureau genoot Tel Design veel bekendheid en waardering onder opdrachtgevers en vakgenoten. Met zijn 37 edities is Telwerk heel belangrijk geweest in de geschiedenis van het bureau.

Bidbook Amsterdam Olympische Spelen 1992, Andrew Fallon, Gerard van Leyden, Ronald Meekel, Tel Design, 1986 (foto Frans Lossie)
Telwerk 28, 1983 (foto Jannes Linders)

Hoe kom je aan al dat werk?
In het verleden stond ik nauwelijks stil bij de vraag waar al het werk vandaan kwam. We hebben sterk de neiging alle successen uitsluitend aan onszelf toe te schrijven, maar nu weet ik dat ik veel aangevers met een ruimbemeten gunfactor in mijn omgeving had. In mijn oude agenda’s kom ik de namen Dick Schwarz en Paul Schwarz tegen, niet als werkgevers bij Total Design, maar als nieuwe opdrachtgevers bij Dots Design. En pr-bureau Hill & Knowlton, dat Tel Design belangeloos voorstelde aan hun grote klanten, zoals Stichting Olympische Spelen Amsterdam 1992 en Strukton Bouw. Het bidbook leidde tot een ware explosie aan nieuwe contacten en opdrachtgevers, waaronder architect Jelle de Boer. De directeur van Strukton nam ons zelfs mee naar een andere bouwer: Dura Vermeer. Ben Warner ontmoette ik voor het eerst bij HBG via Tel Design. Later, als hoofd communicatie bij Gasunie, legde hij de nieuwe huisstijlopdracht bij mij neer. Na mijn Tel-tijd stapte Ben over naar wat later GasTerra is geworden en maakte ik de huisstijl voor dat bedrijf. Met bouwkundige en meubelontwerper Frans Elion werk ik al ruim veertig jaar samen. 

Sommige opdrachten kwamen via familie en bekenden, terwijl ik op andere momenten vond dat er ergens iets moest gebeuren en stapte ik er zelf op af. Als het om pro deo werk gaat hanteer ik nog altijd het devies ‘vrijwillig betekent niet vrijblijvend’ en dan gaat het meestal wel goed.

Transavia 1994
Opnieuw Jan Middendorp: ‘Zo’n grootschalig project werd de zeer geslaagde visuele identiteit van Transavia. De luchtvaartmaatschappij, met zijn marktaandeel van vijftig procent op de Europese chartermarkt, had het imago van een betrouwbaar maar ‘grijs en gemiddeld’ bedrijf. Transavia wist precies wat de nieuwe huisstijl moest verbeelden: vitaliteit, enthousiasme, zelfvertrouwen, een persoonlijk accent, maar zonder de degelijke en professionele uitstraling te verliezen. Andrew Fallon en Ronald van Lit kregen bij Transavia een omvangrijke huisstijlwerkgroep tegenover zich, die stapels voorstellen, ideeën en schetsen voorlegde. Het was zaak het initiatief snel naar zich toe te trekken. In hoog tempo ontwikkelde Tel Design alle nodige beeldelementen. Blauw als tweede kleur naast het groen, een gevleugelde hoofdletter T als vignet, een vriendelijk ogend lettertype met een markant a’tje als huisstijlletter.’

Logo en huisstijltoepassing Transavia, Andrew Fallon, Ronald van Lit, Tel Design, 1994

Digitalisering en Gasunie 1989
Halverwege de jaren tachtig kwam de Apple Macintosh op de markt. In het begin kon die niet tippen aan de kwaliteit van de werktekeningen die wij bij fotozetterijen lieten uitdraaien. Total Design had al enkele Aesthedes computers in huis. Wij konden ons zulke investeringen en exploitatierisico’s niet permitteren en lieten simpelweg onze werk-tekeningen bij grafische servicebureaus uitdraaien die ook een Aesthedes hadden staan. Intussen was de Mac veel professioneler geworden en Niels Poppe werd aangetrokken als dtp’er voor onze eerste Mac.

De eerste Mac bij Tel Design: Peter Dees, Niels Poppe en Andrew Fallon, 1990 (foto Joop van Reeken)

Rond die tijd meldde Ben Warner zich weer, nu vanuit Groningen, met de mededeling: ‘Andrew, de hele aardgaswereld gaat drastisch veranderen. Ik wil onze ambitieuze rol voor de komende jaren duidelijk in beeld brengen. Alleen, mijn directie wil niets aan het bestaande logo (van Otto Treuman) veranderen. Kijk jij er eens naar en verzuim niet om je eventuele eureka’s met mij te delen’. Ben kreeg een paar schetsvoorstellen toegestuurd en de directie van Gasunie was gauw om. Knap van hem. Het ontwerp van het Gasunie-logo met de G-vlam is bijzonder omdat ik het deels op conventionele wijze met een reprocamera heb gerealiseerd en voor de rest helemaal op de Mac. Binnen een jaar hadden wij drie dtp’ers met Apple Macintoshes en na verloop van tijd wilden de ontwerpers zelf ook aan de knoppen zitten. Wij kochten vijf draagbare Macs en lieten hen er thuis experimenteren. Enkele weken later nam Stephan van Rijt zijn leen-Mac weer mee naar het Emmapark. Hij had een typometer nagemaakt en wel zo goed dat hij veel accurater was dan het origineel. De kogel was door de kerk: snel stond er bij iedere Tel-ontwerper een eigen Mac. De dtp’ers doken dieper in de nieuwe technologische uitdagingen en binnen korte tijd genoot Tel Design een zeer vooruitstrevende reputatie op het snijvlak van ontwerp en dtp.

Logo Gasunie, Andrew Fallon, Tel Design, 1990 / Huisstijltoepassingen Gasunie, Andrew Fallon, Constance Kokkeel, Ronald van Lit, Peter Post, Tel Design, vanaf 1990
Gasunie-intranet team: Andrew Fallon, Peter Post, Renate Frotscher, Willem Plaisier, Petra Buitelaar, 1998 (foto John Stoel)

Na de digitalisering van de grafische vormgeving was het de beurt aan de interactieve media. Peter Post, die eigenlijk bij Tel Design kwam om mee te ontwerpen aan de uitwerking van de huisstijl van Transavia, bleek de juiste persoon om de nieuwe-media activiteiten door te ontwikkelen.

Nuon 1993
Nuon is voortgekomen uit een fusie tussen de Friese (PEB) en de Gelderse (PGEM) provinciale energiebedrijven. Geen onbekend terrein voor Tel Design: we hadden de huisstijl gemaakt voor PGEM-dochter EPON, Elektriciteits-Produktiebedrijf Oost en Noord Nederland. Vrijwel onbekend is dat de laatste twee letters in de naam Nuon afgeleid zijn van Oost en Noord, want aanvankelijk had het fusiebedrijf slechts regionale aspiraties. De twee contrasterende delen van het logo symboliseren energie: licht/donker, warm/koud, aan/uit, enzovoort.

Ik heb het Nuon-logo – op basis van de Swift van Gerard Unger – en de markante geel-paarse kleurstelling eigenhandig ontworpen. De huisstijltoepassingen heb ik met Sjoerd de Vries van Nuon en Ronald van Lit, Gert Kootstra en andere Tel-ontwerpers tot in de details doorgevoerd.

Logo en kleurstelling Nuon, Andrew Fallon, Tel Design, 1993 / Collage huisstijltoepassingen Nuon, Andrew Fallon, Anika Klevering, Constance Kokkeel, Gert Kootstra, Tel Design, vanaf 1993

Nuon was zó succesvol dat het bijna het recht verloor om zijn eigen naam te blijven gebruiken. Peter Knoers, hoofd Communicatie bij Nuon, legde het probleem uit: aangepaste wetgeving noodzaakte het opsplitsen van het concern in drie delen: een productie-, een netwerk- en een leveringsbedrijf. Het zat juridisch complex in elkaar maar kwam erop neer dat gedurende een aantal jaren Nuon een extra naam nodig had. En of ik die kon bedenken. Dat werd Continuon. Vanaf het begin werkte Nuon keihard aan het vergroten van de eigen naamsbekendheid. Deze inspanningen betaalden zich terug tijdens de fusieonderhandelingen tussen Nuon, Gamog en ENW. In dergelijke situaties houden directies zich angstvallig vast aan hun bestaande bedrijfsidentiteit, maar er was maar één doorslaggevende factor: Nuon genoot verreweg de grootste naamsbekendheid. Maar faam is niet in steen gebeiteld en na ruim een kwart eeuw marktleiderschap verdwijnt ook het geel-paarse Nuon-logo.

NAGO 1998-2005
Als bestuursvoorzitter van het NAGO ging ik samen met Hans Bockting, Johan van Oostveen en Ida van Zijl, ondersteund door Karin van der Heiden op het bureau, volop aan de slag. Hoewel overheidssubsidies systematisch afgebouwd werden, verruimden wij onze koers door niet langer alleen het werk van individuele ontwerpers te verwerven en ontsluiten maar ook dat van de belangrijke ontwerpbureaus. Het begon met Hard Werken, maar ik had vooral mijn zinnen gezet op Total Design, het vlaggenschip van de Nederlandse bureaus. Anderen volgden, waaronder Tel Design en Studio Dumbar. Mijn voorzitterschap van acht jaar vormde een prettige overbrugging tussen mijn Tel-tijd en mijn nieuwe bestaan als zelfstandig ontwerper. Het NAGO is inmiddels onderdeel van het Wim Crouwel Instituut.

Het millennium
Ik heb 24 jaar bij Tel Design gewerkt. Het was een zeer creatieve tijd, met heel goede medewerkers en opdrachtgevers die mede gezorgd hebben voor een stroom top-prestaties op ontwerpgebied. Maar soms stond ik helemaal alleen voor onmogelijke dilemma’s, vooral in de zware beginjaren toen ik de taak op mij had genomen om Tel Design opnieuw op te bouwen. Mensen die mij kennen, weten dat ik spontaan uit de hoek kan komen maar ook een doorzetter met een langetermijnvisie kan zijn waar je niet omheen kunt, soms bijna ten koste van mijn eigen belangen. Ik heb altijd de luchtige, menselijke kant van het bureau gekoesterd en daarvoor gestreden. Tegen de eeuwwisseling ontstonden er binnen de driekoppige directie van Tel Design meningsverschillen over onze koers. Gert Kootstra voelde zich sterk aangetrokken tot een strenge, dogmatische aanpak, terwijl ik het creatieve hart van Tel Design als fundamenteel beschouwde. Ik besloot mijn eigen positie op het spel te zetten. Exit Gert. Ik wilde teamleider Ronald van Lit in de directie hebben, maar hij durfde deze stap niet aan. Rond die tijd vroeg ik aan Alan Fletcher: Wanneer moet je ophouden als directeur van een ontwerpbureau? ‘Als je vijftig-plus bent stoppen met managen en uitsluitend nog creatief zijn’ luidde zijn verlossende antwoord en mijn besluit was eigenlijk al genomen. Ik heb mijn helft van Tel Design aan Paul Vermijs overgedragen en ben mijn eigen weg gegaan.

De verschillen tussen het voor mijzelf beginnen in de jaren zeventig en in het nieuwe millennium waren enorm. Nu had ik ervaring, een goed gevulde portfolio, een springlevend netwerk en … niets te verliezen. Ik kon het mij nu permitteren om werk dat mij niet aanstond links te laten liggen. Mijn contacten met collega-ontwerpers via NAGO, BNO en de Premsela Stichting waren opener omdat ik niet langer als concurrent werd beschouwd. Als design consultant heb ik diverse grote organisaties geadviseerd, bureauselecties geregeld en aanstormend talent ondersteund. Oude connecties werden weer aangehaald en ik had alle gelegenheid om dingen te doen die mij echt interesseerden. Zo ben ik collega-ontwerpers gaan filmen en kleine opdrachten gaan doen waar ik vroeger nooit tijd voor had. En ik hanteerde de stelregel dat ik een opdracht pas mocht aannemen als ik ervan overtuigd was dat ik het qua tijd, geld en resultaat goed aankon. 

ASML 2001-2019
Marjolein te Kolsté, interim-communicatiemanager bij ASML, vroeg of ik haar designmanager wilde adviseren op grafisch ontwerpgebied. Dit was het startsein voor een werkelijk krankzinnige periode die resulteerde in een hechte samenwerking met designmanager Jeannot Driedonkx. Samen werkten wij aan de fundamenten van de bedrijfsstijl van ASML. Het concern bleef aanvankelijk naar binnen gericht (‘De buitenwereld begrijpt toch niet wat wij doen’), maar met de komst van communicatiedirecteur Lucas van Grinsven moest het meer een duidelijk gezicht naar buiten tonen om actiever te zijn in het aantrekken van nieuw talent. Wij werkten met een aantal door mij aangebrachte creatieven, waaronder Fabrique, Reinier Gerritsen, Studio Kluif, Bureau Mijksenaar, Monkeytree, Tinker Imagineers, Total Identity, Titus Yocarini en Carel Zaal.

Logo ASML, Andrew Fallon, 2012 / Huisstijltoepassing ASML, Andrew Fallon met Jeannot Driedonkx, 2016 (foto Jerry Lampen)

Jeannot zegt dat ik van wezenlijke invloed op hem ben geweest, maar ik draai liever de rollen om: ik ben in de loop van de tijd door deze zeer gedreven, doortastende en eigenzinnige persoon écht wijzer geworden. Jeannot is als opdrachtgever buitengewoon lastig, hij schuwt de confrontatie niet, hij kan middelmatigheid niet uitstaan, hij is een taaie doorzetter – en hij snapt precies waar ASML voor staat als technologie-reus. Als Leonardo da Vinci-biograaf Walter Isaacson hem niet vóór was geweest had Jeannot Driedonkx het zelf kunnen bedenken als lijfspreuk: ‘Visie zonder executie is hallucinatie.’ Kan het zijn dat ons ASML-logo suggereert dat ook hallucinatie, dankzij visie en executie, wel degelijk bestaat?

Dit ging toch over roots?
In 1987 bracht het Ierse Design Factory een bezoek aan Tel Design. Het klikte vooral tussen Conor Clarke en mij. Sindsdien zijn wij allebei heen en weer gereisd voor talloze lezingen, jureringen en gezamenlijke projecten. Toevallig gaan de vluchten van Amsterdam-Dublin v.v. precies over Liverpool, waar ik geboren en getogen ben. Mijn ouders komen oorspronkelijk uit Ierland en als het vliegtuig daar landde, had ik altijd een vreemd soort gevoel van verbondenheid. Toen Conor mij verzocht om een hoofdstuk te schrijven voor zijn boek Oranje & Green, over de Iers-Nederlandse designconnectie, kwam alles ineens los met mijn driedubbele roots van Ierse ouders, een Britse opvoeding en een Nederlandse carrière.

Nothing to declare, familiegeschiedenis, Andrew Fallon, 2018
(omslagillustratie Bernard Fallon, Liz Butler, 1976)

De voorliggende publicatie is te vluchtig om mijn volledige roots naar voren te brengen, maar voor wie per se meer wil weten kan ik de Fallon familiegeschiedenis Nothing to declare aanraden. Dit zijn de belangrijkste feiten. Ik ben geboren en getogen in Crosby, een buitenwijk van Liverpool, als vijfde van acht kinderen in een Iers immigrantengezin. We werden streng katholiek opgevoed met vrijheid en verantwoordelijkheid hoog in het vaandel. Mijn ouders gaven hun kinderen alle kansen om te studeren zonder ooit maar iets terug te verlangen. Omdat ik goed kon tekenen en schilderen kwam ik op het Liverpool College of Art and Design terecht aan de afdeling grafisch ontwerpen. Docent Ray Fields onderwees ons in de leer van de Zwitserse school en bracht ons naar Crosby Fletcher Forbes (later Pentagram), de BBC en de Hochschule für Gestaltung Ulm. Aan mijn masteropleiding grafisch ontwerpen aan het Royal College of Art in Londen waren mijn docenten onder anderen Margaret Calvert, Alan Fletcher, Bob Gill en Jock Kinneir. Ik wilde tijdens de eerste zomervakantie praktijkervaring opdoen in Nederland en toen zei één van de docenten: ‘Try Total’.

Schilderijen en tekeningen, Andrew Fallon, 1962-66

Auteur: Andrew Fallon, juni 2019
Eindredactie: Sybrand Zijlstra
Portretfoto: Aatjan Renders