Titus Yocarini

Titus Yocarini wordt op 14 oktober 1947 geboren in Amsterdam. Zoals zijn achternaam doet vermoeden zit er enig niet-Nederlands bloed in zijn familie. Zijn grootvader van vaderszijde was tabakshandelaar, woonachtig op het eiland Samos in Griekenland. Hij bezocht de tabaksbeurzen in Europa en leerde in Den Haag de grootmoeder van Titus kennen. Na hun huwelijk vertrokken ze naar Samos, maar oma kreeg heimwee en daarom keerden zij terug naar Nederland.

1976. GVN-bureau, Keizergracht 238, Amsterdam. Foto Pieter Boersma


De vader van Titus is eigenaar van boekhandel Kloosterman in Nijmegen. Zo krijgt hij van huis uit de liefde voor boeken, uitgeven en vormgeving mee. Na de lagere school gaat hij naar het gymnasium op het Canisius College in Nijmegen. Hij geeft een gestencilde schoolkrant uit, De Mesthoop, die kritiek levert op het onderwijs en hem heel wat strafwerk oplevert.

Na zijn eindexamen wil Titus grafisch ontwerper worden en doet toelating bij twee academies: de Academie voor Beeldende Kunsten Arnhem en Academie Sint Joost in Breda. Hij wordt bij beide toegelaten, maar omdat Arnhem met de brommer vanuit Nijmegen te bereiken is, besluit hij om puur pragmatische redenen daar te gaan studeren. De academie in Arnhem heeft in die tijd nogal een schoolse aanpak. “Te laat komen werd direct gestraft en toen ik een keer spelend op de trompet van een medestudent door de academie ging, viel dat niet in goede aarde.” De lessen typografie van Jan Vermeulen en de kleurstudies van Peter Struycken zijn weliswaar inspirerend, maar Titus kan er niet goed aarden. Uiteindelijk besluit hij de academie te verlaten.

Hij wil weten hoe boeken worden gemaakt en is blij als hij een half jaar stage kan lopen bij Drukkerij Thieme in Nijmegen. Daar leert hij – in stofjas en met een halfje melk op de bok – de kneepjes van het handzetten en drukken met loden letters en clichés. Als de eerste offsetpers bij Thieme komt, mag hij in de donkere kamer uitzoeken met welke belichting je de beste resultaten krijgt. Vervolgens wil hij de uitgeversopleiding van de Vereniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels volgen. Tijdens deze opleiding kan hij op voorspraak van zijn vader ervaring opdoen bij uitgeverij De Arbeiderspers aan het Kattegat in Amsterdam. Het zijn de nadagen van de AP boekwinkel en de drukkerij van Het Vrije Volk, waar ook de VARA-gids en Vrij Nederland worden gedrukt. Daar leert hij o.a. Guus Ros kennen, op dat moment boekontwerper bij De Arbeiderspers. 

Yocarini wordt het land ingestuurd om boekhandelaren over te halen impuls-aankopen te doen vlak voor Sinterklaas. “Dat lukte prima. Aan de uitgaven van Annie M.G. Schmidt, de Kronkels van Carmiggelt en de boekjes van H. Hoving (‘Juf, daar zit een weduwe in de boom’) werd door de uitgeverij goed verdiend.” Al gauw krijgt hij in de gaten dat je geen prachtige dichtbundels kunt uitgeven als je niet een paar heel goed verkopende auteurs en bestsellers in je fonds hebt. 

Wegens een reorganisatie moet hij bij De Arbeiderspers afscheid nemen. Hij ontvangt een door W.F. Hermans zelf gesigneerd exemplaar van diens beruchte boek Mandarijnen op zwavelzuur. Vervolgens treedt hij in dienst bij uitgever L.J. Veen op de Leidsegracht in Amsterdam, waar hij medewerker publiciteit en verkoop wordt. L.J. Veen was toen vooral bekend door de uitgaves van de boeken van Louis Couperus. “Op een zeker moment wist ik onderhands de vertaling van de verhalenbundel Schijnheilige praktijken van Pietro Aretino toe te spelen aan illustrator Fiel van der Veen, die ik nog van de academie kende. Fiel maakte er erotische tekeningen bij, die ik voorlegde aan de heer L.J. Veen. Deze vond ze een schot in de roos en nam ze op in de Nederlandse uitgave.” 

Als L.J. Veen wordt opgekocht door uitgeversconcern Kluwer wil Yocarini niet dat het archief van Louis Couperus daar terechtkomt. Door zijn bemiddeling gaat het archief naar het Letterkundig Museum in Den Haag. Het eerste maar zeker niet het laatste archief dat door zijn inzet werd veiliggesteld!

1970. Proostprikkel De bestverzorgde negenenveertig van 1470-1970. Catalogusontwerp Bert Zijlstra

1973. Omslag eerste geïllustreerde ledenlijst GVN. Ontwerp Leendert van Pelt

In 1970 gaat hij werken bij papierleverancier Proost en Brandt als medewerker van de reclameafdeling, die onder leiding staat van Cor Jonges. Befaamd waren de Proostprikkels van Proost en Brand. Titus staat aan de wieg van diverse Proostprikkels. Zo komt hij met het idee voor De bestverzorgde negenenveertig van 1470-1970, met een selectie boeken uit Museum Meermanno Westreenianum en teksten die geleend zijn uit de juryrapporten van Dick Dooijes voor de Bestverzorgde Boeken. Een persiflage die is ingegeven door het feit dat de jaarlijkse uitreiking van de Bestverzorgde Boeken is gestopt vanwege kritiek op de jurering en organisatie.
“Een ander idee was een Proostprikkel met een waterdicht kartonnen doosje voor het kweken van wietplantjes. Helaas zag deze nooit het licht, want de directeur, de heer Proost zelf, vond het helemaal geen goed idee!” Titus spreekt over zijn tijd bij Proost met heel veel plezier. Daar zullen de jaarlijkse bezoekjes aan het befaamde en beruchte Boekenbal zeker toe hebben bijgedragen.

In 1972 solliciteert Yocarini naar de functie van directeur bij de beroepsvereniging Grafisch Vormgevers Nederland (GVN) en wordt aangenomen. Jantien Peeters is zijn rechterhand en het GVN bureau huist nog in het atelier bij de woning van zijn voorganger, René de Jong, in Amsterdam-Noord. Een jaar later verhuist het bureau naar de Keizersgracht. Daar is op de begane grond een vergader- annex expositie-ruimte waar hij tentoonstellingen inricht, o.a. met affiches van Roman Cieslewicz, Finse posters en foto’s van Willem Diepraam en Toon Michiels. In de goodwill-reeks van drukkerij Rosbeek verschijnt de door hem samengestelde uitgave Om een lang verhaal kort te maken met illustraties van GVN-leden die een doorlopend verhaal moeten vormen.

1973. Ledenvergadering GVN in kasteel Groeneveld, Baarn. Agendapunt afschaffing ballotage met vlnr Annemarie van Gerven, Gerard Unger en Titus Yocarini achter de bestuurtafel.


Yocarini’s eerste grote wapenfeit bij de GVN is de geïllustreerde ledenlijst, die in 1973 voor het eerst uitkomt. Alle leden (zo’n 250 in die tijd) krijgen een dubbele pagina, die ze elk bij een bevriende drukker laten maken. Steendrukkerij de Jong in Hilversum biedt aan de bladen te binden. Bijzonder is ook dat de andere kant van het boek leden van de fotografenvereniging GKf presenteert. Yocarini wordt al snel gevraagd naast directeur van de GVN ook de directie van de GKf te gaan voeren. Vanuit die functie en belangstelling wordt hij gevraagd in 1976 voorzitter te worden van het bestuur van de stichting Fotoarchief Maria Austria/Particam, die na het plotselinge overlijden van Maria Austria was opgericht. De stichting breidt zich steeds verder uit met andere archieven, waaruit ook afdrukken geleverd worden met behulp van fotografen Jaap Pieper en Bob van Dantzig. De stichting groeit uiteindelijk uit tot het Maria Austria Instituut, met meer dan 50 fotoarchieven van Amsterdamse fotografen. Een door Titus geïnitieerd onderzoek naar de toekomst van fotoarchieven leidt tot de oprichting van het Nederlands Fotoarchief in Rotterdam.

Na het afstuderen van de partner van Titus, willen zij samen een reis naar India maken met gebruikmaking van openbaar vervoer. Dat gaat 5 maanden duren, wat natuurlijk lastig te combineren is met zijn twee directeurschappen. Het bestuur stelt voor een ad interim vervanger te zoeken, zodat Titus na de reis weer terug kan komen. Ton Haak van ontwerpbureau Tel Design is bereid deze taak op zich te nemen en houdt er een erelidmaatschap van de GVN aan over. 

1974. Paul Mijksenaar en Titus Yocarini op de vergadering van Icograda tijdens het congres in Düsseldorf.


Een terugkerend discussiepunt in elke beroepsvereniging zijn de toelatingseisen voor nieuwe leden. De GVN kende in navolging van de fusiepartners waaruit de vereniging was ontstaan een strenge ballotage. Er werd niet alleen naar de kwaliteit van het werk gekeken, maar ook iemands professionele houding werd op een goud-schaaltje gewogen. Maar in de roerige jaren 70 was ballotage, zo vonden velen, niet meer van die tijd. Samen met de bestuursleden en vooral met de steun van Kees Nieuwenhuizen zet Yocarini zich in om de ballotage af te schaffen. “Tijdens de GVN-ledenvergadering in Kasteel Groeneveld te Baarn werd als hoogtepunt het voorstel tot afschaffing van ballotage in stemming gebracht en na een verhitte discussie aangenomen. ‘Geen hok maar vak’ stond op een spandoek van een van de leden.”
De gewijzigde methodiek tot toelating geldt in grote lijnen tot op de dag van vandaag voor nieuwe leden van de BNO (namelijk een voltooide HBO beroepsopleiding en het zich conformeren aan de gedragscode, die toen nog erecode heette).

1976. GVN-bureau, Keizersgracht 238, Amsterdam. Titus Yocarini en Annemarie van Gerven. Foto Pieter Boersma


“Ik kon bij de GVN eigenlijk heel veel doen en de leden legden me weinig in de weg. Overigens kende ik bijna iedereen persoonlijk, met name door de kringbijeenkomsten in het land. Mijn adagium was dat ik altijd de leden op de hoogte hield van wat de plannen waren en van wat er in het bestuur besproken en besloten werd. Dat werkte altijd heel goed! Zo begon ik ook aan de opzet van de eerste richtlijnen voor ontwerpers in loondienst, organiseerde mede de tentoonstellingenreeks Start van studenten in de Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum, gaf gastlessen over het opzetten van een ontwerppraktijk, nodigde mensen uit als ontwerper Viktor Papanek (auteur van Design for the real world) en psychologe Joycelin Chaplin om een lezing te geven en zorgde voor de publicatie van het GVN Bulletin.”

Begin 1975 wordt De Vorm opgericht, een tijdschrift van Stichting Industriële Vormgeving. Alle vormgevingsdisciplines en hun organisaties doen eraan mee. Na vijf nummers komt de Stichting Industriële Vormgeving echter zonder subsidie te zitten. Yocarini neemt vanuit de GVN nog het initiatief om samen met de Staatsuitgeverij het blad voort te zetten, maar het mag niet baten. In dezelfde tijd speelt ook het legendarische debat tussen Wim Crouwel en Jan van Toorn in Museum Fodor in Amsterdam, waarvan Yocarini bandopnamen maakt (een transcriptie hiervan wordt in 2009 uitgegeven door [Z]OO producties).

1975. Omslag De vorm augustus/september 1975. Ontwerp TEL Design

Omslag catalogus Start ’74

Opening van de tentoonstelling Start’74 in de Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum Amsterdam door minister H.W. van Doorn. Staand vlnr Ralph Prins, Jan Vermeulen, Loek v.d. Sande, Tom de Heus, Gertjan Leuvelink. Zittend mevrouw Bertie Stips-van Weel, mevrouw C.van Doorn-Jager.


Er zijn in deze periode nog meer spraakmakende activiteiten. De tentoonstelling Linksaf, rechtsaf, alsmaar rechtdoor over bewegwijzering in Nederland, vormgegeven door Donald Janssen, start in 1976 in het Bouwcentrum in Rotterdam en reist daarna door Nederland. Ook de bijbehorende catalogus wordt al snel een klassieker. Vele GVN-leden zijn bij de uitwerking van dit project betrokken. De samenstelling en redactie liggen in de handen van Arthur O. Eger en Paul Mijksenaar. In datzelfde jaar vraagt Wim Crouwel aan Yocarini een uitgave te verzorgen in de reeks Lecturis-documentaires waar Crouwel hoofdredacteur van is. Dit wordt Vak in beweging. Grafisch ontwerpers en hun organisaties, een pakkende beschrijving van de ontwikkeling van het vak grafisch ontwerpen in Nederland met daaraan gekoppeld de geschiedenis van de diverse beroepsverenigingen op dit terrein. Het is één van de eerste publicaties die een koppeling maakt tussen kunsthistorische ontwikkelingen en een meer sociologische benadering. Walter Nikkels verzorgt de vormgeving.
(In 1992 verschijnt op veler verzoek een geactualiseerde uitgave: Vak in Beweging 1 + 2. Kroniek van de ontstaansgeschiedenis van VANK, GKf, VRI, GVN en bNO en van het vak grafisch ontwerpen. Deze editie is vormgegeven door Meevis en Van Deursen. Hun vormgeving had fans maar er waren ook nogal wat ontwerpers die de vormgeving veel te ver vonden gaan en van mening waren dat de hele uitgave onleesbaar was.)

1976. Titus Yocarini bij een wegwijzer met daarop het affiche van de reizende tentoonstelling Linksaf, rechtsaf, alsmaar rechtdoor in Bouwcentrum Rotterdam.

Titus Yocarini en Frans Spruijt bij Drukkerij Mart. Spruijt voor de proeven van het affiche Linksaf, rechtsaf, alsmaar rechtdoor.

1976. Omslag Lecturis-documentaire Vak in beweging. Ontwerp Walter Nikkels

Bijzonder is ook de uitgave 10 jaar designkritiek, die Yocarini in 1979 samen met Dingenus van de Vrie en ontwerpbureau 2D3D maakt naar aanleiding van de discussie over de Nieuwe Lelijkheid. Hij bestaat uit knipsels uit dag- en weekbladen met een kritische noot over het vak grafische vormgeving. In zijn inleiding schrijft Jurriaan Schrofer: “Deze uitgave bevat 10 jaar designkritiek. Opnieuw weinig analyse, geen theorievorming, geen distantie. Of zullen we zeggen: het vak is nog zo jong, dat komt wel met de jaren?” Tot 1995 zal Yocarini overigens nog steeds alle interessante stukjes blijven uitknippen die over het vakgebied grafisch ontwerpen worden geschreven.

1979. 10 jaar designkritiek, redactie Dingenus van de Vrie en Titus Yocarini. Ontwerp Ontwerperskollektief 2D3D, Jos van der Woude


Bij zijn afscheid van de GVN in 1979 wordt Yocarini benoemd tot erelid. Overigens blijft hij daarna nog steeds zeer betrokken bij de beroepsvereniging. Zo dreigt hij in 1981 zijn erelidmaatschap in te leveren als het bestuur van de GVN aan de leden voorstelt de lidmaatschappen van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen en het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars op te zeggen om meer financiën voor de vereniging zelf te creëren. In een ingezonden brief aan de ledenvergadering schrijft hij: “Ik wil overigens geen erelidmaatschap continueren van een vereniging die zich door beperking van zijn financiële middelen oogkleppen laat aanmeten.”

Pieter Brattinga had Yocarini gevraagd of hij naast Nico Knecht mededirecteur wilde worden van Steendrukkerij de Jong. Titus twijfelde, want hij had het prima naar zijn zin bij de GVN. Uiteindelijk besloot hij het aanbod te accepteren omdat Brattinga had ingestemd met zijn voorstel om ook een uitgeverij aan de drukkerij te verbinden. Zijn oude liefde voor het uitgeven van boeken stak weer de kop op. Helaas zou het oprichten van de uitgeverij niet doorgaan omdat Yocarini de financiering op de middellange termijn te risicovol vond.

In 1980 verhuist Steendrukkerij de Jong uit het centrum van Hilversum naar de Gijsbrecht van Aemstelstraat. Daar wordt een gloednieuwe drukkerij gebouwd onder architectuur van Cees Dam. De oude lithostenen in de vloer van de fietsenstalling van de oude drukkerij brengt Yocarini onder de aandacht van academiestudenten, die ze graag willen hebben. Ondertussen blijken hij en Nico Knecht niet echt een goeie match. Na de verhuizing gaat hij dan ook op zoek naar iets anders. “Mijn tijd bij De Jong was een niet geslaagd intermezzo maar wel een met heel mooie boeken, affiches en kalenders, en intensieve samenwerking met ontwerpers.” 

Na zijn twee jaar in Hilversum wordt hij adjunct-directeur van Uitgeverij/drukkerij Gottmer in Bloemendaal, vooral bekend van de Dominicus-reisgidsen en een prachtig kinderboekenfonds. Met de komst van een nieuwe directeur-aandeelhouder in 1982 wordt het hem echter duidelijk dat er bij Gottmer voor hem weinig perspectief meer is. Hij solliciteert bij Stichting Kunst en Bedrijf, waar hij wordt aangenomen als adjunct-directeur onder directeur Aat van Yperen. Na vele jaren in de (grafische) vormgeving gewerkt te hebben, gaat hij zich nu volledig richten op autonome kunst. Een opmerkelijke stap, maar zoals hij zelf zegt: “Kunst kan volledig zichzelf zijn en je inspireren en je aan het denken zetten.”

Kunst en Bedrijf was in 1950 opgericht en concentreerde zich als kunstadviesbureau op kunstopdrachten in de brede context van ruimtelijke ordening, stedenbouw, architectuur en de openbare ruimte. Een jaar later was de 1%-regeling voor overheids-gebouwen ingesteld: voortaan werd 1% van de bouwsom gereserveerd voor de decoratieve aankleding van belangrijke, representatieve gebouwen. Advisering van ministeries in verband hiermee was een belangrijke bron van inkomsten voor Kunst en Bedrijf. 

1986. Opening tentoonstelling Aart Klein in De Beijerd, Breda met vlnr Jan Bons, Pauline Terreehorst, Aart Klein, Cor Rosbeek, Titus Yocarini, André Swertz.

1989. Titus Yocarini met Wil Bertheux, hoofd toegepaste kunsten Stedelijk Museum Amsterdam en Gerard van de Groenekan, de meubelmaker van Gerrit Rietveld, in het Kröller Müller Museum.


Eind jaren 80 krijgt Kunst en Bedrijf een negatief advies van de Raad voor de Kunst en zal op termijn zijn subsidie moeten missen. Het bestuur besluit samen met Titus, die intussen Aat van Yperen is opgevolgd als directeur, om zelfstandig verder te gaan. Kunst en Bedrijf wordt een besloten vennootschap, waarvan de aandelen in de stichting worden ondergebracht. De uitgebreide documentatie van Kunst en Bedrijf is een belangrijke basis om opdrachten te werven. In het voorjaar van 1990 verhuist Kunst en Bedrijf naar een voormalig pakhuis in de Van Diemenstraat in Amsterdam, ingericht door Ben van Berkel. Een jaar later volgt de viering van het 40-jarig bestaan met een internationaal programma over bedrijfscollecties in het Concertgebouw. 

1990 Publicatie Europa ter gelegenheid van 40 jaar Kunst en Bedrijf. Ontwerp Armand Mevis en Linda van Deursen. Titus Yocarini bij het affiche Europa nabij het Concertgebouw in Amsterdam.


In 1995, na 13 jaar bij Kunst en Bedrijf, wil Yocarini aan een grotere organisatie in de kunst leiding gaan geven. “De periode bij Kunst en Bedrijf was een fantastische tijd waarin ik een grote liefde voor en kennis van de moderne kunst heb opgedaan. Door de vele atelierbezoeken die ik aflegde, heb ik met veel kunstenaars een intensieve en vriendschappelijke relatie opgebouwd. Bijzonder was ook de relatie met Marjan Unger, met wie ik een apart aanbod van uniek vormgegeven relatiegeschenken voor bedrijven ontwikkelde.”

Na een prachtige afscheidstentoonstelling bij Art Affairs in maart 1995 begint Yocarini als directeur van Kunst en Cultuur Noord-Holland. Deze stichting moet worden omgevormd tot een projectorganisatie, een kolfje naar zijn hand. De voorganger van de stichting, de Culturele Raad Noord-Holland, was vooral een adviesorganisatie voor de provincie. De bestaande activiteiten – zoals het theaterfestival Karavaan, de educatieve tentoonstellingen, het museumconsulentschap, de Uitwaaier zomerkrant –
moeten worden uitgebouwd en ook worden nieuwe projecten opgezet, zoals beeldende kunst in Van IJ tot Zee, Kaap Helder, Fort Lux, theatervoorstellingen op het IJsselmeer en in De Zonnestraal, het Floriadepaviljoen met architect Kas Oosterhuis, en het monumentale sculptuur van Richard Deacon bij Hoofddorp. “We kregen veel medewerking van de provincie en ik kon gestaag bouwen aan een enorm netwerk voor Kunst en Cultuur Noord-Holland. Door mijn bemoeienissen met het provinciale museumconsulentschap kreeg ik een grote waardering voor de rol van kleinere musea in dorpen en steden.”

1998. Land in Dicht, fietsen en wandelen langs poëzie Kunst en Cultuur Noord-Holland, Frits Gramberg, Jos van Hugten. Ontwerp Opera ontwerpers

2001. Kunstroute Van IJ tot Zee ter gelegenheid van 125 jaar Noordzeekanaal door Kunst en Cultuur Noord-Holland. Ontwerp Stone Twins

2002. Theaterfestival Karavaan, Kunst en Cultuur Noord-Holland, 10 jaar Karavaan. Ontwerp De Designpolitie

2002. Theaterfestival Karavaan, Kunst en Cultuur Noord-Holland, boek 10 jaar Karavaan. Ontwerp De Designpolitie


De naam van het PTT Museum in Den Haag was in 1998 na de verzelfstandiging veranderd in Museum voor Communicatie. ‘Een museum zoekt een directeur’ stond in de advertentie van het Museum voor Communicatie in 2004 en dat werd dus Titus Yocarini, die door de voorzitter van het bestuur, Wim Dik, werd aangenomen.

Yocarini maakt er samen met de mensen van het museum prachtige en spraak-makende tentoonstellingen: Het rijk van heen en weer voor kinderen, Politieke affiches, de door Gilian Schrofer ingerichte tentoonstelling over de rol van telefoon en film, Briefgeheimen op basis van het boek van Wim Brands, De verleiding, tentoonstellingen met werk van Pierre Bernard, N.P. de Koo en Ootje Oxenaar, en het project Privacy met KesselsKramer. Door dit soort activiteiten neemt het bezoekersaantal toe tot zo’n 40.000 per jaar. Belangrijk wapenfeit is ook de site Postzegelontwerpen.nl, waar alle informatie over de rijke geschiedenis van de Nederlandse postzegels te vinden is. De mooie museumwinkel, met spannende zaken voor jong en oud, is een initiatief van Yocarini.

2010. Tentoonstelling De kiezer verleid? Politieke affiches in het Museum voor Communicatie, Den Haag. Ontwerp Ontwerpwerk, Ed Annink

2010. Tentoonstelling De kiezer verleid? Politieke affiches in het Museum voor Communicatie, Den Haag.

2011. Tentoonstelling Ootje Oxenaar in het Museum voor Communicatie, Den Haag.

2011. Tentoonstelling Ootje Oxenaar in het Museum voor Communicatie, Den Haag. Ontwerp Jan van Toorn


In 2005 wordt Yocarini door Andrew Fallon gevraagd hem op te volgen als voorzitter van de Stichting Nederlands Archief Grafisch Ontwerpers (NAGO). NAGO was in 1992 opgericht met als doel om de archieven van belangrijke Nederlandse of in Nederland wonende grafisch ontwerpers te verwerven, te behouden en te ontsluiten. “Ik stemde met het verzoek in en dat heb ik geweten! Het waren moeilijke tijden. Het behoud van ontwerpersarchieven was geen prioriteit meer in het cultuurbeleid van de overheid en ook instituten als Premsela in Amsterdam en het Graphic Design Museum (later MOTI) in Breda hadden er maar weinig interesse in.” Met een eenmalige financiële ondersteuning van de Mondriaan Stichting kan nog een aantal archieven worden gered. Het gebrek aan financiële middelen leidt in 2014 tot opheffing van NAGO. Met Steph Scholten, directeur van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam neemt Yocarini het initiatief voor de oprichting van het Wim Crouwel Instituut. Dit gaat zich inzetten voor het beheer, de ontsluiting en het digitaliseren van collecties grafische vormgeving en typografie door erfgoedinstellingen in Nederland. De archieven in beheer van NAGO worden overgedragen aan de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

2008. Presentatie van de publicatie Het Debat in Felix Meritis, Amsterdam. Foto Truus van Gog/Hollandse Hoogte

2015. Dutch Design Daily Live in Pakhuis de Zwijger Amsterdam.


En nog heel veel meer…
Toen Marc Terstroet voor zijn abstracte strips uit De Volkskrant geen uitgever kon vinden en Jan Bons zijn opdracht voor het ontwerpen van de herdenkingszegels 1945-1985 teruggaf aan de PTT richtte Yocarini de Ypsilon Press op. Hij bundelde de strips en maakte een publicatie over het ontwerpproces en de postzegels. Hij zit in het bestuur van Stichting Carel Blazer, de Oorlogsgravenstichting en Stichting Lucebert, waarvoor hij onverminderd zijn ervaring en contacten inzet. Hij is bestuurslid van Dutch Design Daily, een online platform waarop iedere dag een nieuw actueel onderwerp getoond wordt. Hij is degene die continu hamert op een realistisch verdien-model, want zonder bestsellers geen dichtbundels! 

1986. Stripboek Ik zal het nog een keer uitleggen door Marc Terstroet. Uitgave Ypsilon Press

1985. Omslag en binnenpagina’s De Vrijheid van de ontwerper door William Rothuizen. Vormgeving Jan Bons. Uitgave Ypsilon Press

Auteur: Rob Huisman, december 2016
Eindredactie: Sybrand Zijlstra
Portretfoto: Aatjan renders