‘Geen idee’, antwoordt Piet Gerards op de vraag naar de omvang van zijn oeuvre. Momenteel bevindt zijn werk zich in het depot van Huis van het boek en wordt het gearchiveerd. Begin 2025 stond de teller wat de boeken betreft op ruim 900 ‘met nog drie strekkende meter te gaan’. Affiches, uitnodigingen, brochures, postzegels, munten, kalenders, huisstijlen, jaarverslagen en gelegenheidsdruksels staan nog op de lijst om aangepakt te worden.

Piet Gerards te paard, zijn ouders, oudere broer en de hond Teddie. Zijn twee zussen waren nog niet geboren (1951).

Welp bij scouting (1961)

Aan het begin van zijn carriere (1973)
Piet Gerards wordt op 29 november 1950 geboren in Heerlen. Hij groeit op in een onderwijzersgezin in Schinnen, een dorp in de groene rand van de Mijnstreek. De familie behoort tot de burgerij in een gemeenschap met een rijk sociaal leven. Hij doorloopt er de lagere school en denkt missionaris te worden. In zijn middelbare schooltijd overweegt hij een opleiding tot leraar handenarbeid, maar het wordt de kunstacademie in Maastricht waar hij drie jaar op de afdeling ‘vrije schilderkunst’ doorbrengt. Gerards: ‘Ik ervoer het klimaat als verstikkend, de tijd leek er te hebben stilgestaan. Vroegtijdig vertrekken was het beste besluit dat ik toen kon nemen. Natuurlijk heb ik er wat opgestoken: gevoel voor compositie, kleur, proportie. Maar het positiefst ben ik achteraf over de wekelijkse facultatieve muziekles, gegeven door een docent met een open blik. Alle groten van Claudio Monteverdi tot Luciano Berio en de toenmalige Nederlandse avant-garde kwamen voorbij. En ook de actuele jazz werd niet geschuwd. Tot op de dag van vandaag heb ik er plezier van.’
Gaandeweg ontpopt hij zich tot politiek activist en wordt lid van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP). Via het onderwijs (een jaar onbevoegd leraar tekenen op een huishoudschool) komt hij terecht in het vormingswerk voor jong volwassenen, aanvankelijk in Geleen, later in Brunssum waar hij zich met de publiciteit, maatschappelijke vorming en de tweewekelijkse filmvoorstellingen bezighoudt. Ook organiseert hij er politieke avonden en culturele groepsreizen naar verschillende Europese hoofdsteden. De gedachte aan een opleiding tot grafisch ontwerper komt niet bij hem op, wel trekt hij in werk en actie alle vormgevingsklussen naar zich toe.
1977 is een belangrijk jaar. Ergernis over de communistische dominantie in de culturele sector leidt tot de oprichting van Sirkus Ana en de Coöperatieve Vereniging Anarcho Artistieke Producties (AAP), en Gerards zegt het lidmaatschap van de PSP op. Sirkus Ana brengt een vijftiental anarchistisch georiënteerde twintigers bij elkaar. AAP, opgericht samen met fotograaf Gustaaf Begas en architect Jan Teeken, pretendeert een idealistische werkmaatschap te zijn waarin ontwerpen en uitgeven hoofddoel zijn. In 1978 organiseren Sirkus Ana en AAP de manifestatie ‘De Rechtstaat in het geding’, naar aanleiding van politieke ontwikkelingen in West-Duitsland, en de culturele manifestatie ‘Banaal’.
Piet Gerards: ‘Tot begin jaren tachtig beschikte ik noch over de vakkennis, noch over de middelen om mij als professioneel grafisch ontwerper te kunnen manifesteren. Ik gebruikte de materialen die ik wèl in huis had: afwrijfletters, een typmachine, stempels in alle soorten en maten. En ik had een eenvoudige zeefdruktafel gebouwd. Het affiche dat ik voor “Banaal” ontwierp en drukte was geheel gestempeld, bewust slordig, nonchalant; ook het programmablad met als ondertitel Tegen de olifantenhuidenmentaliteit was met dezelfde eenvoudige middelen gemaakt. Het paste waarschijnlijk in de tijdgeest want het miste zijn uitwerking niet: het festival werd een groot succes.’

Affiche voor de culturele manifestaties ‘Banaal’ (1978)

Affiche voor ‘Anarchisme sieklus’ (1979)

In Kladdaradatsch wordt het interview met de anarcho-syndicalist Arthur Lehning gepubliceerd. Op de foto: van links naar rechts Arthur Lehning, Johny Lenaerts en Piet Gerards (Amsterdam, 1979). Foto: Joep Schreurs. Kladdaradatsch verschijnt negen keer. Het afgebeelde nummer komt uit 1980.

AAP produceert affiches over kopstukken van het anarchisme – Michael Bakoenin, Peter Kropotkin, Buenaventura Durruti, Emma Goldman en Pierre-Joseph Proudhon – en participeert in het Vlaams anarchistische blad Kladdaradatsch, wat leidt tot de eerste contacten met Arthur Lehning, éminence grise van het anarcho-syndicalisme. Piet Gerards en zijn vrienden ontwikkelen zich tot activistische anarchisten: ze poneren rigide stellingen, nemen radicale standpunten in en spelen een rol in de anti-militaristische beweging van eind jaren zeventig.
In 1980 huurt hij een atelier in een buitenwijk van Heerlen en vestigt zich als ‘Piet Gerards/AAP, Zeefdruk & Lay-outing’. Hij schaft een eenvoudige koppenzetter aan, een Olivetti-typmachine met verwisselbare letterschijfjes en geheugen voor één regel, een letterbok met enkele favoriete loodletters, een proefpers en een snijmachine. De zelfgebouwde zeefdruktafel wordt vervangen door een professionele tafel met eenmansrakel. Eerste klanten komen uit het welzijnswerk, het onderwijs, de milieubeweging en de culturele sector. Het vak maakt hij zich eigen door zelf te doen, te experimenteren, vakliteratuur aan te schaffen – wat zou leiden tot een grote verzameling boeken over grafisch ontwerp en typografie, zijn ogen de kost te geven, ook bij collega’s, en door de juiste mensen om zich heen te kiezen. In zijn activistenjaren leert hij de kunst die te onderscheiden, aan zich te binden en te stimuleren het beste uit zichzelf te halen.



1980–1984. Studio/zeefdrukkerij Navolaan te Heerlen
1984–2007. Studio Akerstraat te Heerlen
2007–2017. Studio Weteringschans te Amsterdam
Foto’s: Gustaaf Begas

Het affiche gewijd aan Emma Goldman (1978) is het eerste in een serie van vijf

Affiche voor de presentatie van Europa (1982)
De eerste (gezeefdrukte) boekuitgave, Europa, nog onder het impressum AAP, volgt in 1982 en leidt tot het contact met Stefan en Franciszka Themerson. Europa is het lange gedicht van de Poolse futurist Anatol Stern dat in 1929 verscheen in de vormgeving van Mieczysław Szczuka. Gerards volgt voor zijn uitgave dit briljante voorbeeld. In 1983 verschijnt Europese nacht, het eerste deel in de Visumreeks, een keuze uit de poëzie van drie Russische emigrantendichters van wie Vladislav Chodasevitsj de bekendste is. Het is het eerste boek onder eigen naam: Gerards, uitgever te Maastricht. Een jaar later betrekt hij het voormalige kantoorpand van het Geologisch Museum aan de Akerstraat in het centrum van Heerlen, waar hij het oorspronkelijke AAP-concept – ontwerpen, drukken (zeef- en boekdruk), uitgeven en exposeren – verwezenlijkt.
In die context ontstaat Nuuks. Gerards: ‘Zeven redacteuren, zeven abonnees, dat was het concept van Nuuks, een tweemaandelijks blad dat tussen 1982 en 1987 eenentwintig keer verscheen. De deelnemers stuurden hun bijdrage in zevenvoud naar de samensteller van dienst die de artikelen, brieven, foto’s en drukken bundelde, van een omslag voorzag en rondstuurde. Veel flauwiteiten, soms ernstige, soms provocerende teksten, altijd lol. Ik was vier keer eindredacteur.’



Twee omslagen die Gerards ontwerpt voor het tijdschrift Nuuks, nummers 4 en 11 (1980, 1984). De afgebeelde spread is deel van de openingssequentie van nummer 11.

Collage, gezeefdrukt vouwblad; voor Nuuks 10 (1984)
In 1985 ontstaat in het pand aan de Akerstraat Galerie Signe – van 1987 tot 2003 in het buurpand voortgezet door Gustaaf Begas. In datzelfde jaar versterkt Joep Schreurs de uitgeverij, die vanaf dan Gerards&Schreurs heet. Samen zetten ze de Fragmenten- en Visumreeks op: boeken van en over Osip Mandelstam, Octavio Paz, Fernando Pessoa, Antonin Artaud, Louis-Paul Boon, J.C. Bloem, Daniil Charms en Pierre Kemp. Het tweetalige De meisjes van Zanzibar is in 1988 het vierde deel in de Visum-reeks. Het is Karel van het Reves keuze uit de Russische poëzie. Gerards benaderde enige tijd daarvoor Van het Reve voor de vertaling van het oorspronkelijk in het cyrillisch uitgegeven boekje van uitgeverij De Lantaarn. Wanneer deze aangeeft daar voorlopig geen tijd voor te hebben, stelt hij voor om de gedichten in zijn Leidse vertaalwerkgroep te vertalen, wat tot deze bundel in de Visum-reeks leidt. Het plan voor een reeks over vormgeving in de breedste zin strandt na twee uitgaven: Van 2 kwadraten van El Lissitzky (1984) en Opstellen over typografie van Jan Tschichold (1988). Een publicatie over Poolse avant-garde komt niet van de grond.

De meisjes van Zanzibar verschijnt in 1988

In 2000 brengt Uitgeverij Plantage een uitgebreide editie van De meisjes van Zanzibar uit als jubileumuitgave. Afgebeeld is het affiche dat de boekhandels werd toegestuurd.

Drie van de tien deeltjes uit de Fragmentenreeks van Gerards&Schreurs; de eerste twee verschijnen in 1986, het derde in 1987.


Huis Clos begint in 1986 als de bibliofiele tak van de uitgeverij. Het tweetalige 20 jaar Huis Clos. Korte rondleiding door een virtuele expositie (2006) van oud-medewerker Ralf de Jong beschrijft de kwaliteiten van de eerste vierentwintig uitgaven.
De combinatie van deze activiteiten levert nieuwe contacten en opdrachtgevers op: de drukkerijen Rosbeek en Groenevelt, gemeente Maastricht, Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, Rijksuniversiteit Limburg (Studium Generale), Raad voor de Kunst, Uitgeverij Herik. Osip Mandelstams Laatste brieven 1936-1938 wordt in 1987 zijn eerste Best verzorgde boek, het eerste in een serie van zesendertig.
Gerards ontpopt zich al vroeg als duizendpoot: grafisch vormgever en tentoonstellingenmaker, organisator van kunstmanifestaties, boeken- en tijdschriftenbedenker en -maker en uitgever. Denken en doen zijn bij hem één waardoor hij snel en effectief werkt. Een gedrevene maar met de gave van bewondering, wat hem ertoe brengt het werk van de ‘meesters’ die hij hoogacht, steeds opnieuw te bekijken, te lezen en te beluisteren. Dit meten met de ultieme maat veronderstelt groot vertrouwen in eigen kunnen. Dat dit ook betekent dat hij de hoogste eisen aan zijn medewerkers en andere participanten stelt, verklaart zijn imago van ‘kritisch’, ‘moeilijk’, ‘veeleisend’.
Vanaf 1989 omringt hij zich met assistenten, vooral om het toenemende werk technisch aan te kunnen. Door de introductie van de Apple Macintoshcomputer wordt de ontwerper immers tevens zetter, opmaker en lithograaf. Een jaar later neemt de Leidse uitgeverij Plantage van Yolanda Bloemen het fonds van Gerards&Schreurs over en Gerards geeft vanaf dan de uitgaven van Plantage vorm. Uit die tijd dateert ook de samenwerking met de Rotterdamse uitgeverij 010, waarvoor hij circa 145 boeken zal vormgeven. Vanaf 1992 draagt Gerards de artistieke eindverantwoordelijkheid in een maatschap met Marc Vleugels. Deze samenwerking duurt anderhalf jaar. Om het groeiende bureau te huisvesten is inmiddels het souterrain in Heerlen tot studio verbouwd.






Zes van de 45 boeken die Gerards tussen 1990 en 2021 ontwerpt voor de Leidse uitgeverij Plantage
Ton van de Ven (werkzaam van 1993 tot 2005, momenteel grafisch ontwerper bij Studio Denk in Venlo en Expert Printing & Publishing aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht): ‘De jaren bij Piet waren een eyeopener. Werken bij zijn bureau betekende niet alleen grafisch werk, het was een wereld. Beeldende kunst, architectuur, literatuur, muziek, maar ook zijn betrokkenheid bij de maatschappij. Hij stond voor wat hij dacht en wilde dat ook delen met anderen.
Aan acquisitie werd niet veel gedaan. Het werk, veelal boeken voor interessante projecten, kwam vanzelf aanwaaien door de goede naam en zijn grote betrokkenheid. Dat was een luxepositie, maar ook het gevolg van Piets houding. Als werk hem niet aanstond dan deed hij het niet. Een regel die ik zelf vandaag de dag nog steeds hanteer. Omdat ons werk in die tijd voornamelijk typografisch van aard was en wij goed met omvangrijke teksten uit de voeten konden, bestonden veel opdrachten uit tekstboeken. Een mooi voorbeeld daarvan is Dat is architectuur (2001) voor Uitgeverij 010. Achthonderdvierennegentig pagina’s zonder één enkele afbeelding en met een typografische cover. Nog steeds een ijzersterk ontwerp.


Dat is architectuur (2001), Uitgeverij 010, Rotterdam
De lat lag altijd hoog. Er werden nooit concessies gedaan aan de kwaliteit. Dat gold zeker ook voor de typografie. Er waren in die tijd veel minder digitale fonts voorhanden dan tegenwoordig en vaak waren de letters onderling ook niet goed gespatiëerd. Wij pasten in Quark Xpress en Fontographer de kerning aan, net zolang tot we tevreden waren over het eindresultaat. Dat was vele uren werk, maar het prachtige zetwerk gaf een enorme voldoening. De ontwerpen van Piet zijn altijd heel herkenbaar, omdat hij trouw is gebleven aan zichzelf en aan zijn eigen smaak en stijl. Wars van stromingen en modegrillen ogen zijn boeken nu nog steeds fris en modern, ook al zijn sommige al 35 jaar oud.’ [op pietgerards.nl staan alle medewerkers en stagiaires vermeld.]
Voor ontwerper Piet Gerards die als lezer het vak leert kennen, is de letter zijn belangrijkste gereedschap. Het is van belang om over goede fonts te beschikken. Door een inruilactie van Agfa Gevaert – Gerards bezit een nauwelijks gebruikte reprocamera en ontwikkelapparatuur – krijgt hij al rond 1990 tal van klassieke boekletters in zijn bezit, onder andere Bembo, Baskerville, Garamond, Caslon, Sabon, Spectrum en ook verschillende schreeflozen. Maar zijn letterhonger is daarmee niet gestild. Een publicatie over Scala, een font van Martin Majoor, zet hem op het spoor van nieuwe lettertypes, ontworpen naar de eisen van de digitale tijd. Hij schaft een groot aantal letterontwerpen van eigen bodem aan, behalve Scala ook Quadraat (Fred Smeijers), Documenta (Frank Blokland), Swift (Gerard Unger). Albertina (Chris Brand) en Trinité (Bram de Does). In de jaren daarna volgen nog tientallen andere fonts.
Voor de vormgeving van Faces Maastricht Europe (1991), een opdracht van de gemeente Maastricht en de Provicie Limburg ter gelegenheid van de Eurotop, krijgt hij in 1993 de Gouden Medaille van de Schönste Bücher aus aller Welt (Stiftung Buchkunst Leipzig). De eerste bureaupresentatie Boeken maken ’82-’92, wordt in 1997 gevolgd door Herdruk Neuauflage Reprint en tussen 2002 en 2011 verschijnt jaarlijks een nieuwsbrief. In Vouwblad Huis Clos (bijlage bij het tijdschrift De Boekenwereld, Vantilt 2015) schetst Gerards aan de hand van zestien Huis Clos-omslagen het wedervaren van de kleine uitgeverij.

Faces Maastricht Europe wordt door de Stiftung Buchkunst Leipzig in 1993 onderscheiden met de Gouden Medaille. Het boek is het resultaat van een voorbeeldige samenwerking tussen de ontwerper, initiatief-nemer en tekstschrijver Pieter Beek en fotograaf Kim Zwarts.

Wat begint als een eenvoudig programmaboekje groeit uit tot een standaardwerk over de betekenis van het tijdschrift i10 (ABP, 1994).

Programmaboekje en busreclame voor de i10-manifestatie
Begin 1995 vindt in de Beurs van Berlage in Amsterdam de presentatie plaats van de compact-disc waarop de concerten die tijdens de manifestatie plaatsvinden zijn vastgelegd.

In de manifestatie ‘i10 sporen van de avant-garde’ (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, Heerlen 1994) kan Gerards voor het eerst sinds ‘Banaal’ op grote schaal en op professionele wijze zijn ideeën over multidisciplinaire presentatie waarmaken. Centraal staat een expositie met bruiklenen van verschillende musea, waarvoor in de centrale hal een museale ruimte wordt gebouwd. Het programma bevat politiek-culturele discussies, architectuurrondritten, concerten, een filmnacht en theater. Bij dit project verschijnt een gelijknamig boek, onder redactie van Toke van Helmond, waarin experts uit binnen- en buitenland ingaan op de verschillende thema’s die in het tijdschrift i10 (1927-1929) aan bod kwamen. Ingekorte pagina’s uit i10-artikelen fungeren als illustratie bij de desbetreffende hoofdstukken.

Het affiche voor het project rond de russische cineast Andrei Tarkovski toont de maquete van de installatie die beeldend kunstenaar Ine Schröder in 1997 in Kunstencentrum Signe bouwt.

In het vermaarde Glaspaleis van architect Frits Peutz in Heerlen vindt in het najaar van 2001 de slotmanifestatie van het project ‘John Hejduk. Fabriceren in je hoofd’ plaats.

In 1998 vindt, eveneens in Signe, een pogramma plaats gewijd aan het Pools-Engelse kunstenaarspaar Stefan en Franciscka Themerson.

Piet Gerards, Jasia Reichardt en Gustaaf Begas (die de foto maakt) bereiden in Londen de expositie voor (1998).
In het kielzog van deze manifestatie vinden, in wat inmiddels kunstencentrum Signe heet, projecten plaats rond Andrei Tarkovski, Stefan en Franciszka Themerson, S.I. Witkiewicz en John Hejduk, steeds begeleid door een Huis Clos-publicatie. Er wordt telkens een beroep gedaan op de kwaliteiten van bevriende kunstenaars, musici, fotografen, literatoren en architecten, zoals de dichter Leo Herberghs en beeldend kunstenaar Joseph Kerff.
Piet Gerards is zich inmiddels gaan toeleggen op complexe uitgaven op het gebied van architectuur, beeldende kunst en literatuur. Hij ontwerpt boeken over en vaak in nauwe samenwerking met architecten als Jo Coenen, Herman Hertzberger, Charles Vandenhove, Wiel Arets, Arie Graafland, Van Berkel & Bos, John Hejduk, Manuel de Solà-Morales, Frits van Dongen, Hubert-Jan Henket, Cees Dam en Frits Palmboom en over beeldend kunstenaars als Lei Molin, Pierre van Soest, Piet Killaars, Ger Lataster, Bram van Velde, Constant, Christiane Baumgartner, Iris Kensmil, Ine Schröder, Peter Struycken, Toon Teeken en Bas Jan Ader.


Voor één van de openings-tentoonstellingen van het Nederlands Architectuur-instituut in Rotterdam (1993) ontwerpt Gerards John Hejduk. Berlin night, een van zijn meest bekroonde werkstukken.


‘New Babylon’, het utopische project van beeldend kunstenaar en denker Constant, is onderwerp van dit monumentale boek waarin objecten en teksten op voorstel van auteur Marc Wigley gelijkwaardig en ook chronologisch zijn behandeld. Het boek wordt uitgegeven door Witte de With Center for Contemporary Art en 010 Publishers (1988).
Eind jaren negentig wordt de binding met de regio minder. In 1999 verhuist Gerards naar Amsterdam, het hart van de Randstad waar het merendeel van de opdrachtgevers gevestigd is. Enkele nieuwe opdrachtgevers zijn NAi-uitgevers, Mondriaan Stichting, PTT/TPG Post, Nederlandse Munt, Vesteda, Museum Meermanno, Huis Marseille en de uitgeverijen Plataan, Bas Lubberhuizen, De Buitenkant, Ernst & Sohn en Birkhäuser. Vanaf 1999 ontwerpt hij vijf postzegelvellen: ‘Zeventiende-eeuwse kunst’ (1999), ‘Nederlandse kwekerijtuinen en hun planten’ (2001), ‘Industrieel erfgoed’ (2002), ‘Bond Heemschut 100 jaar’ (2011) en ‘Unesco Werelderfgoed’ (2014). In 2013 ontwerpt hij een zegel ter gelegenheid van de troonswisseling.
Een omvangrijke monografie Werktitel: Piet Gerards, grafisch ontwerper, geschreven door Ben van Melick, verschijnt eind 2003 bij Uitgeverij 010. Het boek krijgt internationale erkenning (Ehrendiplom Schönste Bücher aus aller Welt en Premier Award ISTD), maar wordt in Nederland ronduit vijandig ontvangen met als dieptepunt een kwetsend juryrapport bij de uitverkiezing tot Best Verzorgd Boek.

‘Unesco Werelderfgoed in Nederland’ is het thema voor een postzegelvel dat in 2014 verschijnt.

Werktitel: Piet Gerards, grafisch ontwerper (Uitgeverij 010, Rotterdam, 2003). Voor- en achterkant zijn letterlijk ‘omgedraaid’: de blurb is op de voorzijde geplaatst.
In 2006 valt het besluit om de Heerlense studio op te heffen en een nieuwe start te maken aan de Amsterdamse Weteringschans. Nieuwe opdrachtgevers weten de studio te vinden: de uitgeverijen Vantilt, SUN-architectuur, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Lecturis en Architectura & Natura, Stichting De Roos, de Grafische Cultuurstichting, Gemeente Amsterdam, Stichting De Gouden Ganzenveer, Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, Open Universiteit en het Themerson Archive.
In Leipzig leert Gerards in 2004 zijn Roemeense collega Dinu Dumbrăvician kennen, beiden zijn er jurylid voor de Schönste Bücher aus aller Welt. Hun vriendschap leidt tot een inzameling in Nederland van vooral Engelstalige vakliteratuur, bedoeld voor de bibliotheek van de Universitatea Națională de Arte București, waar Dumbrăvician doceert. Als Gerards de stad in 2007 voor het eerst bezoekt ontstaat het plan voor het uitwisselingsproject Atelier Tipografic. Twaalf Nederlandse studenten afkomstig van zes academies werken eind van hetzelfde jaar gedurende een week samen met evenveel studenten van de Roemeense academie. Aan het project werken velen belangeloos mee onder wie boekhandelaar Warren Lee, letterontwerper David Quay en uitgever Hans Oldewarris. Studiomedewerker Maud van Rossum en stagiaire Hanna Donker spelen een belangrijke rol. Het project wordt in 2010 herhaald, nu ook met deelname van enkele Oostenrijkse academies. Participanten zijn kunsthistoricus Marjan Groot, collega Hans Bockting, de Beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers (BNO) en de Typografische Gesellschaft Austria (TGA).
Huis Clos, dat tot dan 27 boeken heeft uitgebracht, maakt met een nieuw team in 2008 een herstart. Tot de opheffing in 2017 verschijnen nog ruim veertig titels. Ben van Melick voert de redactie, Willem van de Wetering is verantwoordelijk voor publiciteit en distributie, samen met Jo Linssen. Lily Balmaekers doet de financiën en Huup Offermans bouwt en onderhoudt de website. Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam organiseert in 2015 ter gelegenheid van de vijftigste uitgave van Huis Clos een tentoonstelling met nadruk op de boeken die nationaal en internationaal om hun vormgeving in de prijzen vielen. Die vijftigste uitgave, Boeken van nu. Terug naar de toekomst, is geschreven door Ralf de Jong (werkzaam bij Piet Gerards van 1999 tot 2001, nu docent typografie aan de Folkwang Hochschule Essen). Daarna verschijnen nog zo’n twintig titels, waaronder Theater Levano, samengesteld door Camiel Hamans en Ben van Melick, en Ik ben een gemankeerde saxofonist. Lucebert & Jazz, samengesteld door Ben IJpma en Ben van Melick. Beide boeken verschijnen in 2013 en worden verkozen tot Best Verzorgd Boek. Het eerste ontvangt bovendien een Premier Award van de International Society of Typographic Designers, het tweede een Ehrendiplom van de Schönste Bücher aus aller Welt. Ter promotie van Theater Levano, gewijd aan het werk van theaterman en musicus Chaïm Levano, wordt tijdens de Beurs van Kleine Uitgevers (Paradiso, Amsterdam) in de ontwerpstudio met 140 kartonnen dozen een theatertje gebouwd waarin Levano vijf korte voorstellingen geeft met teksten van Kurt Schwitters, Velimir Chlebnikov en Ernst Jandl.

In Jo Coenen. Van stadsontwerp tot architectonisch detail, wordt diens oeuvre thematisch beschreven door Hilde de Haan.NAi Uitgevers brengt de nederlandstalige editie in 2004 uit, het Zwitserse Birkhäuser Verlag in hetzelfde jaar de engelstalige editie.

Eén van de tientallen kunstenaarsmonografieën die Gerards ontwerpt is Toon Teeken. More is More. De tekst is van Lukas Hüsgen. Het boek is een uitgave van de Nijmeegse uitgeverij SUN (2006).




Bijna 70 boeken zal Uitgeverij Huis Clos tussen 1986 en 2017 uitgeven. De vier afgebeelde boeken tonen de fascinatie van Gerards en uitgeverscompanen voor theater, jazz en poëzie. Ze dateren respectievelijk van 2008, 2012, 2013 en 2013.
Vijf jaar eerder, in 2008, was een boekje verschenen over de hoesontwerpen van ICP-slagwerker Han Bennink: Han Bennink: Cover art for ICP and other labels, in respectievelijk 2012 en 2015 gevolgd door Enkele regels in de dierentuin en Worp en wederworp van en over de leider van het Instant Composer Pool Orchestra Misha Mengelberg, beide samengesteld door Erik van den Berg. In de publicatie over het werk van Bennink past Gerards een idee toe dat hij door tijdsdruk niet kon realiseren bij i10 sporen van de avant-garde. Toen wilde hij drukvellen van het binnenwerk inzetten als bandpapier. Nu lukt dat echter wel. Door een uitgekiend snijproces slaagt hij erin om alle 750 exemparen van de eerste druk een uniek omslag te geven. In de eveneens bekroonde tweetalige uitgave uit 2017 gewijd aan de Gaberbocchus Press van Stefan en Franciszka Themerson (Biografie van een uitgeverij, geschreven door Walter van der Star met bijdragen van Jasia Reichardt en Nick Wadley) past hij een al eerder gebruikt idee toe: hetzelfde boek verschijnt met verschillende omslagen. [zie ook: uitgeverijhuisclos.nl]

Impressie van ‘Theater Levano’ dat in december 2012 in de studio van Piet Gerards plaatsvindt.
Tussen 2009 en 2011 organiseert Gerards in zijn studio zestien aan het boek gewijde avonden onder de titel ‘25 stoelen’. Gesprekken tussen boekenliefhebbers lopen vaak via de boekenkast, dus nodigt hij mensen uit in zijn boekenstudio van wie hij vermoedt dat zij hun liefde voor het boek met anderen wilden delen en vraagt hun om tien boeken uit hun privé-verzameling te kiezen die belangrijk voor hen zijn. Aan de hand van deze tien boeken, fysiek en ook via projectie gepresenteerd, vertellen zij het aanwezige publiek, bestaande uit vijfentwintig personen, wat deze boeken voor hen betekenen. Deelnemers zijn onder anderen literatuurwetenschapper Marita Mathijsen, musicus Bart Schneemann, conservatoren Saskia Asser en Jan van Adrichem, fotograaf Bart Sorgedrager, galerist Johan Deumens, uitgever Henk Hoeks en architect Herman Hertzberger.
In 2010 publiceert Huis Clos Complot rond een vierkant, een boek met een tekst van Frederike Huygen over de Goodwill-reeks die Drukkerij Rosbeek tussen 1969 en 2006 als relatiegeschenk uitgaf. De titel verwijst naar het vierkante formaat van de uitgaven. Om de presentatie luister bij te zetten ontwerpt Gerards een expositie in het Provinciehuis in Maastricht. Net als voor de i10-expositie, tien jaar eerder, bouwt hij voor een grote ontvangstzaal een intieme tentoonstellingsruimte waarin de exponaten die de verschillende thema’s uit de Goodwill-reeks vertegenwoordigen worden getoond: beeldende kunst, architectuur, muziek, vormgeving, literatuur en fotografie. Gerards is twee keer gevraagd een deeltje in de reeks te ontwerpen: Twee tot de derde, een poëtische correspondentie tussen de dichters Wiel Kusters en Oskar Pastior (1987) en De twaalf tonen van Matty Niël. Muziek wordt gedacht door Fred van Leeuwen (1999). Typokalender 1996, waarvoor hij en elf collegae elk een maandkalendarium ontwerpen, kwam op eigen initiatief tot stand.

In de Huis Clos-uitgave Complot rond een vierkant (2010), ingeleid door Frederike Huygen, beschrijven betrokken grafisch ontwerpers hun aandeel in de befaamde Rosbeek Goodwill-reeks.


Impressie van de expositie die ter gelegenheid van het verschijnen van Complot rond een vierkant plaats vindt in het Provinciehuis in Maastricht (2010).

In het studiejaar 2010-2011 is Gerards als docent betrokken bij het Plantijn Instituut voor Typografie in Antwerpen. Samen met collega Antoon de Vylder zet hij er de cursus boektypografie op. Hij betrekt auteurs Paul Claes en Walter van der Star bij het programma en weet het instituut zover te krijgen dat het eindwerk van de cursisten in het Plantijnmuseum wordt geëxposeerd. Tien jaar lang, van 2007 tot 2017, ontwerpt hij de publicaties voor Stichting De Gouden Ganzenveer. Enkele maanden na de feestelijke uitreiking van de Veer, waarmee een veelzijdig schrijverschap wordt geëerd, verschijnt een boek waarin naast een essay over de kwaliteiten van de laureaat ook verslag wordt gedaan, in tekst en beeld, van de vaak bijzondere uitreiking. De vormgeving van de tien boekjes doet op subtiele wijze recht aan het unieke van de desbetreffende auteur.
Voor het Maastrichtse Bonnefantenmuseum ontwerpt hij in 2019 een monumentaal boek over het werk van beeldend kunstenaar Ine Schröder: Uncorrected proof. Met Schröder werkt hij al eerder nauw samen binnen projecten van Kunstencentrum Signe en in 2009 exposeert zij in de Amsterdamse studio ter gelegenheid van het verschijnen van een kleine aan haar werk gewijde Huis Clos-uitgave.

Uncorrected proof Ine Schröder (Bonnefantemuseum, Maastricht 2019) is feitelijk het werkarchief van de kunstenaar die bij leven haar werk hergebruikte of vernietigde. Dankzij de foto’s die zij consequent maakte bleek het mogelijk dit boek te maken.

In opdracht van het Themerson Archive ontstaan in 2019 en 2023 grote monografieën van Franciszka en Stefan Themerson.


Ubu To You van dezelfde uitgever en samengesteld door Jasia Reichardt verschijnt in 2024. Afgebeeld is de uitgevouwen cassette waarin het tweedelige boekwerk vervat is.
In 2018 stopt hij met zijn bedrijf. Maud van Rossum, werkzaam in het bureau sinds 2000, zet de activiteiten onder haar eigen naam voort. Piet Gerards verruilt de hoofdstad voor Arnhem. Vanaf dan werkt hij incidenteel onder eigen naam, meestal in samenwerking met collega Stephan de Smet. Zo ontwerpt hij voor het in Londen gevestigde Themerson Archive, gerund door Jasia Reichardt, monografieën over Franciszka en Stefan Themerson (respectievelijk 2019 en 2023) en het monumentale tweedelige boekwerk Ubu To You (2024), over Franciszka’s fascinatie voor Ubu, het hoofdpersonage uit Alfred Jarry’s toneelstuk Ubu Roi.
Zijn omvangrijke vakbibliotheek verkast naar de Universitatea Națională de Arte in Boekarest. Huis van het Boek (voorheen Museum Meermanno) in Den Haag ontfermt zich over Gerards’ hele oeuvre.


In 2017 worden alle door Piet Gerards ontworpen boeken op jaar geordend voor overdracht aan Huis van het Boek.
Zijn complete (typo)grafische vakbibliotheek staat klaar voor transport naar de kunstacademie in Boekarest (2018).
Piet Gerards
geboren op 29 november 1950, Heerlen
Auteur: Ben van Melick, november 2025
Eindredactie: Martin Majoor en Piet Gerards
Portret foto: Aatjan Renders