‘Eigenlijk schilder ik nog altijd, maar dan met beeld en typografie’
Ton Homburg (Breda, 1952) werkt al bijna vijftig jaar als grafisch ontwerper, maar voelt zich nog altijd een beetje schilder.
Hoe dat zit?
Sinds zijn studie aan Academie Sint Joost in Breda werkt Ton aan een breed scala van grafische opdrachten. Een opdracht begint bij hem met interesse in mensen die hem benaderen, die hem iets vragen: wat drijft hen, wat kan hij van hen leren? Iets tot stand brengen is samen iets nieuws ontdekken. Ton is prikkelend, kritisch en een tikje ondeugend, nooit uitsluitend dienend. Hij zoekt naar duurzame betekenisvolle samenwerkingen die verder gaan dan een eindproduct: loyaliteit tussen ontwerpers, opdrachtgevers en de grafische industrie. Het gaat hem om meerwaarde creëren.
Terugkijken doet hij niet veel. Ton werkt in het nu, voor morgen, op naar het volgende project. In de schijnwerpers staan hoeft voor hem niet, colleges of redevoeringen evenmin. Hij laat liever zijn ontwerpen voor zich spreken. Met opdrachtgevers, vrienden en collega’s deelt hij graag gedachten over zijn werk en dat van anderen, bij voorkeur bij een mooi gerecht en een goed glas. Want Ton hecht aan sfeer en kwaliteit. Joie de vivre ten volle, werken en leven zijn één.
Zo bouwt hij in bijna vijftig jaar een omvangrijk en veelzijdig oeuvre op. Tijd voor een ROOTS-uitgave. Maar laten we teruggaan naar waar het begint, in 1971.


VERKEERDE KRANT, 1978
Verkeerde Krant is het afstudeerproject van Ton opgezet met Ko Sliggers.
Sint Joost
Na zijn middelbare school en het Protestants Christelijk Internaat in Culemborg meldt Ton zich in 1971 aan bij Academie Sint Joost in Breda. Zijn talent voor tekenen en schilderen valt de directeur direct op. Ondanks de veel te late inschrijving wordt hij toegelaten in een eerstejaars modegroep, de enige plek die nog beschikbaar is.
‘Ik vond dat beslist geen onaantrekkelijke voorwaarde voor het eerste jaar. Want aan het einde van dat jaar zou ik gewoon kunnen instromen bij Schilderen’, glimlacht Ton als hij daaraan terugdenkt. Het plezier in tekenen en schilderen is gevoed door zijn vader die, terug uit Nederlands-Indië, tijdens een sanatoriumverblijf het tekenen en schilderen ontdekte.
Sint Joost is ook waar Ton en ik, René Pijnenburg, elkaar voor het eerst ontmoeten. Het moet rond 1976 zijn geweest. We studeerden aan verschillende richtingen maar muziek, design, architectuur en de ‘soos’ brachten ons samen. Voor Verkeerde Krant, Tons rebelse afstudeerproject, schreef ik als Correspondant à Paris. Na talloze samenwerkingen, gesprekken en een lange vriendschap voelt een schrijfverzoek voor ROOTS als niet meer dan logisch.

Artsencongres, 1976
Projecten buiten de academie spelen een belangrijke rol in het onderwijs aan Sint Joost. In 1976 werkt de hele jaargroep van Ton aan de identiteit en communicatie voor een internationaal artsencongres in Breda. Het project toont hoe ontwerponderwijs en professionele praktijk in elkaar grijpen. V.l.n.r.: docent Henk Cornelissen, Marie Claire van der Steen, Ton Homburg, Pleun Vos, Cook Kouwenhoven, Leontien Hooij, Jan Vervest, Jan Carlier, Jos Brombeek en huisarts dr. Enneking
Van schilder naar ontwerper
Ton weet het vanaf het begin: hij wil schilder worden. Picasso, Man Ray en Kurt Schwitters zijn voor hem inspirerende voorbeelden door hun werk én doordat ze zich nooit tot één medium beperken. De studie van Ton aan Sint Joost zal zeven jaar duren en dat heeft een goede reden.
In zijn vierde academiejaar Schilderen wil hij gaan experimenteren met typografie in een serie zeefdrukken. Zijn schilderdocenten zijn matig enthousiast over deze stap. Letterontwerper / typograaf Chris Brand, docent aan de opleiding Grafisch Ontwerpen, is dat juist wél. Brand raakt overtuigd van Tons ideeën en introduceert hem in het werk van Jan Tschichold, Piet Zwart en Paul van Ostaijen. De boeken Die Neue Typographie en Pioneers of modern typography worden voor Ton een openbaring: zo kan het dus ook, vrijheid nemen, regels doorbreken, schilderen met typografie.
Aangemoedigd door Brands lessen én door levendige gesprekken met medestudent Gerard Schilder stapt Ton in 1975 over van Schilderen naar het derde jaar Grafisch Ontwerpen. Hij gelooft dat hij daar, zelfs binnen de opdrachtvorm, meer vrijheid en autonomiezal vinden. Brand en ontwerpdocenten Jan Begeer, Wim Smits en Henk Cornelissen leren hem snel de nodige vaktechnische zaken, maar vooral het stellen van de juiste vragen: wat wil je waarom uitdrukken? Voor wie? In welke context? En welke vormen en media passen daarbij? Het draait niet zozeer om een stijl, maar om het doorleven van een opdracht. Wat roepen inhoud, beperkingen, contexten bij een ontwerper op? Hoe kun je mede inhoud creëren? Welke uitingen zijn daarvan een logisch vervolg?
Wanneer een afgesproken stage onverwacht niet doorgaat, krijgt hij aangeboden om deze ervaring op te doen in de pas opgerichte studio van docent Henk Cornelissen en Karel Kruijsen. Voor zijn afstudeerproject (1978) maakt Ton drie volledige afleveringen van Verkeerde Krant. Ko Sliggers, die een jaar later zou afstuderen, is dan zijn wapenbroeder.
‘Het waren prachtige jaren. Misschien studeerde ik wel tijdens één van de mooiste periodes van Academie Sint Joost. Door docenten en studenten werd er samengewerkt, ook dwars door afdelingen heen. Er werd met ongelofelijk veel plezier en hard gewerkt.’

Cornelissen & Kruijsen, 1977
Groepsfoto uit 1977 met Henk Cornelissen, Karel Kruijsen, Frans Bevers en Ton Homburg. Het bureau speelt een belangrijke rol in Tons vorming als ontwerper.


PTT-opdrachten, 1980–1982
De Dienst Esthetische Vormgeving van PTT is in de jaren tachtig een belangrijke opdrachtgever voor ontwerpers. Cornelissen & Kruijsen krijgt twee jaar op rij de opdracht voor het ontwerp van de prestigieuze PTT-kantooragenda. Ton maakt voor de agenda van 1982 alle beeldpagina’s, met een licht ironische, illustratieve benadering.

Bloomfield & Travis, 1978
Ton komt vanuit zijn passie voor muziek door Karel Kruijsen in contact met de Londense ontwerpstudio Bloomfield & Travis, bekend van hun werk voor Island Records. Hij ontwerpt onder meer deze Fruit Tree-box van Nick Drake en hoezen voor diverse artiesten. Een albumhoes voor Cat Stevens verrijkt hij met een gouden rand, die ondanks bezwaren vanwege de langere droogtijd toch verschijnt zoals door hem bedacht.

Na zijn studie vertrekt Ton naar Londen, naar de studio Bloomfield & Travis. Hij ontwerpt voor Island Records, maakt onder andere de Fruit Tree-verzamel box van Nick Drake en hoezen voor Bob Marley en Cat Stevens. Daarna vraagt Studio Dumbar in Den Haag hem om daar als ontwerper aan de slag te gaan. Hij werkt er samen met Michel de Boer en studievriend Ko Sliggers. Het is een bevlogen tijd, de beginjaren van deze studio met internationale opdrachtgevers én grensverleggende projecten. Ton ontwerpt mee aan de PTT-huisstijl en het handboek en maakt samen met Gert Dumbar het affiche Dutch Design for the Public Sector. In 1979 keert hij terug naar Cornelissen & Kruijsen, waar hij nog vier jaar werkt aan opdrachten voor PTT, affiches, drukwerk, boeken en verschillende huisstijlen.
Tijd voor een eigen studio
In de loop der jaren is Tons liefde voor culturele opdrachten gegroeid: werken met kunstenaars, theatermakers en musici. Kleine budgetten, grote kansen. Hij ontwerpt affiches voor performances van Moniek Toebosch en Michel Waisvisz en de huisstijl en catalogi voor galerie The Living Room in Amsterdam. Hij wil zijn eigen koers gaan bepalen en start als zelfstandig ontwerper.




Affiches Moniek Toebosch & Michel Waisvisz, 1977–1982
Ton ontmoet Moniek Toebosch op Sint Joost, waar zij mode-illustratie studeert en zich dan al ontwikkelt tot performer. Tijdens zijn stage bij Cornelissen & Kruijsen ontwerpt hij in 1977 het eerste affiche voor een optreden voor twee personen, de recensent en de fotograaf. Er zullen er nog meerdere volgen voor Toebosch en haar performance collega, musicus Michel Waisvisz. Het affiche voor Aanvallen van Uitersten Holland Festival, 1983) verbeeldt het ontregelende karakter van een serie van vier live televisieprogramma’s vanuit theater Carré.
OPERA
In 1981, nog tijdens zijn tijd bij Cornelissen & Kruijsen, richt hij samen met de schrijver van deze Roots uitgave en Frans Bevers OPERA op. Aanvankelijk om onder die naam prijsvraagontwerpen en eigen design-initiatieven naar buiten te kunnen brengen. Opgepikt door Studio Alchimia uit Milaan ontstaat snel zodanige bekendheid dat besloten wordt voortaan de naam te gebruiken voor twee samenwerkende ontwerpstudios: OPERA ruimtelijk ontwerpers en OPERA grafisch ontwerpers, gehuisvest onder één dak aan de Baronielaan in Breda. Na enkele jaren komt Marty Schoutsen, na een stageperiode bij OPERA en nadat ze haar studie Grafisch Ontwerpen aan de academie in Den Bosch heeft afgerond, in 1989 de studio van Ton versterken. Al snel worden ze partners in werk en leven
Voor de twee studio’s zijn de jaren tachtig vormende jaren waarin zij zichzelf als ontwerpers ontwikkelen. Ze profileren zich in het werkveld als experts in het eigen domein maar ook als ontwerpers die andere werkterreinen durven te betreden. De studio’s werken zelfstandig aan opdrachten maar trekken samen op wanneer het werk daar om vraagt. Grafische ogen kijken mee naar de ruimte en omgekeerd; discipline overstijgend werken zit in hun DNA.
Zo ontstaan spraakmakende tentoonstellingen zoals de architectuurtentoonstelling De Collectie in de voormalige vertrekhal van de Holland-Amerikalijn en werken beide studio’s aan de herbouw van Café De Unie in Rotterdam (1986). Het oorspronkelijke Café de Unie, in 1925 ontworpen door architect J.J.P. Oud, was in 1940 volledig verwoest. De ruimtelijk ontwerpers wordt gevraagd de interieurs voor het nieuwe restaurant, het theater en de kantoren vorm te geven die achter de gevel worden gehuisvest. Ton en zijn team ontwerpen alle grafische uitingen en de reconstructie van de iconische geveltypografie. In 1998 verhuist de ruimtelijke tak van OPERA naar Amsterdam. OPERA grafisch ontwerpers blijft in Breda, vanaf 1999 nog altijd in dezelfde inspirerende studioruimte in de Leistraat, een beetje weg van de drukte. De beide OPERA’s werken nog jaren samen. Zo realiseren ze tentoonstellingen en publicaties voor bijvoorbeeld het Victoria & Albert Museum in Londen en zetten ze hun schouders onder de volledige vernieuwing van Museum Volkenkunde in Leiden. Voor die laatste worden onder meer de bewegwijzering, logo en identiteit, de website en talloze catalogi ontworpen.



La Casa della Falsità, 1982
De tentoonstelling La Casa della Falsità ontstaat uit een conflict over een verbouwing van Focus Gallery in München. Jonge internationale architecten zoals Andrea Branzi, Haus Rucker, Zaha Hadid, Peter Wilson, Stefan Wewerka, Bruno Minardi, en Allessandro Mendini worden door Alchimia Milaan uitgenodigd plannen te maken voor de galerie rond het thema bedrog. Na een ontmoeting met Alchimia in Breda worden Ton Homburg, Frans Bevers en René Pijnenburg gevraagd voor het affiche.Zij ontwerpen een ruimtelijk-grafisch beeld waarin de gevel van de galerie out of focus wordt ‘vervalst’ met stijlkenmerken van alle deelnemers. Dit idee wordt doorgezet in het object waarmee ze ook bijdragen aan de tentoonstelling en in het ontwerp van de catalogus. De reizende tentoonstelling en het werk van Opera krijgt veel internationale belangstelling.

De Collectie, Rotterdam 88
Deze tentoonstelling toont de volledige collectie (1960–1988) van het Deutsches Architekturmuseum Frankfurt. Al een tijd reizen delen van deze collectie over de wereld om in Rotterdam voor het eerst bijeen te komen. Maquettes, tekeningen en archieven schetsen de ontwikkeling van het naoorlogse architectuurdenken. OPERA ruimtelijk ontwerpers geeft de tentoonstelling vorm, Ton en zijn studio tekenen voor alle grafische elementen, begeleidend drukwerk en de catalogus. De lange gang visualiseert het concept van museum. De open kooiconstructies, waarbinnen het werk wordt gepresenteerd, benadrukken het reizende karakter van de collectie.

Ton en zijn studio blijven sterk verbonden met de culturele sector, maar beseffen dat opdrachten uit bedrijfsleven en overheid nodig zijn om daarvoor ruimte te creëren. Ze ontwerpen huisstijlen, boeken en catalogi voor onder meer Lensvelt, Gemeente Rotterdam, Museum van Bommel van Dam, Museum voor Hedendaagse Kunst Den Bosch, Rijksacademie Amsterdam en Witte de With Rotterdam en ze ontwikkelen de volledige branding voor het nieuwe meubelmerk HIDDEN.

Architectuur in Lego / Public Villa, 1984
Op uitnodiging van de Rotterdamse Kunststichting ontwerpen Bevers, Pijnenburg en Homburg een Public Villa. Het Lego-object is zowel architectonisch schaalmodel als speelobject voor kinderen. Het concept maakt het tijdelijk genot van kwaliteiten van een privé villa mogelijk, zoals een zwembad of bibliotheek, hoog boven de stad. Naast het model wordt een serie architectuurtekeningen gepresenteerd en wordt het affiche voor de tentoonstelling ontworpen. Er verschijnt een map met zeefdrukken van alle deelnemende architecten en een catalogus. De tentoonstelling reist door Europa en wordt veelvuldig gepubliceerd. De Public Villa zal in 1993 ook nog te zien zijn in de tentoonstelling High Low and Inbetween, 10 jaar OPERA.



Hidden Unveiled, 2005
Voor het Nederlandse meubelmerk HIDDEN ontwikkelt de studio een opvallende visuele identiteit, waarmee het zich presenteert op grote internationale meubelbeurzen. Een zwarte cirkel met het logo contrasteert met kleurrijke patronen in catalogus, stand en drukwerk. Slimme details, zoals handvatten in catalogi en transparante tassen, zorgen voor brede verspreiding van het opvallende beeld op de beursvloer. Bezoekers worden zo onbewuste dragers van het merk.
Tegelijkertijd ontstaan affiches voor het Zuidelijk Toneel (met Erwin Olaf), uitgaven voor de Rotterdamse Kunststichting en de visuele identiteit voor Muziekgebouw aan ’t IJ. De steeds weer verschillende ontwerpen voor Het Apollohuis zorgen voor een eigen identiteit. Concepten voor tijdschriften als ITEMS, FRAME en De Architect worden zo ontworpen dat de herkenbaarheid van het blad groot is zonder dat de inhoud wordt overstemd. Voor musea in Nederland en daarbuiten ontwerpt OPERA beeldmerken, affiches, catalogi, bewegwijzeringen, tentoonstellingen en presentaties.



Het Zuidelijk Toneel & Erwin Olaf, 1991–1995
Ton werkt begin jaren negentig samen met fotograaf Erwin Olaf aan de communicatie van Het Zuidelijk Toneel. Een serie affiches trekt ver buiten de schouwburg aandacht en zorgt voor opschudding én zichtbaarheid. Olaf’s theatrale tableaus worden door Ton geplaatst in een strak typografisch raster. Zo ontstaat een performatieve vorm van toneelcommunicatie.

High, Low and Inbetween – 10 jaar Opera, 1993
De Witte Zaal-Sint Lucas, Gent / Parsons Gallery, New York 1993/1994. Op uitnodiging van de Witte Zaal wordt in deze tentoonstelling 10 jaar werk van Opera getoond. Naast in een voor die tijd vernieuwende interactieve presentatie, is het werk ook analoog en in vele diaviewers te zien. Minstens zo zichtbaar aanwezig zijn inspirerende bijdragen van kunstenaars en ontwerpers waarmee in de achterliggende jaren is samengewerkt. Een deel van de tentoonstelling is later nog te zien in de Parsons Gallery in NewYork. De titel is een hommage aan singer-songwriter Townes van Zandt. Van links naar rechts: Ton Homburg, Frans Bevers, René Pijnenburg, Kees Wagenaars, Marty Schoutsen en Lies Willers




ITEMS, 1997 – 2003
Het tijdschrift ITEMS start in 1982 en bericht aanvankelijk vooral over industrieel ontwerp en architectuur. Langzaam verschuift de aandacht, voor een groeiend professioneel lezerspubliek, naar design in de breedste zin. Het blad wisselt in de beginjaren regelmatig van vormgeving. Vanaf 1997 wordt Ton verantwoordelijk voor het ontwerp van ITEMS. Er wordt een speelse identiteit geïntroduceerd met veel kleur, gedurfde typografie en een grote diversiteit aan afbeeldingen om aan te sluiten bij het brede scala aan onderwerpen. Begin 2000 verandert hij de signatuur radicaal in een subtieler, soberder redactioneel ontwerp. Deze restyling heeft invloed op elk aspect van de visuele identiteit van het tijdschrift: van het logo tot de keuze van de lettertypes en het formaat. Typografische experimenten en structuren, zoals al te zien in de Apollohuis-posters, vormen de hoeksteen van de covers in de jaren dat Ton de vormgeving verzorgt. Voor veel covers worden nieuwe lettertypes en (typo)grafische structuren ontworpen. Ton draagt in 2003 het stokje over aan een nieuwe generatie ontwerpers. ITEMS zal nog tot 2012 periodiek verschijnen.

FRAME, 1997–2001
Vanaf het allereerste begin is Ton betrokken bij het ontstaan van FRAME het Nederlandse internationale interieur- en architectuurtijdschrift dat in 1997 voor het eerst verschijnt. Vanuit zijn bijdrage aan het ontwikkelen van de redactionele formule zijn de vormgeving van het tijdschrift en het beeldmerk een logische stap. De covers worden gekenmerkt door krachtige detailbeelden en door een sterk gestructureerde typografie. Ton blijft tot 2001 als ontwerper verbonden aan het blad, dat nog altijd wereldwijd wordt uitgegeven.

Nationaal Museum Volkenkunde, Leiden1997–2001
De grootste museale opdracht is zonder twijfel de vernieuwing van Museum Volkenkunde. Gedurende drie jaar werken beide studio’s intensief samen met de museumstaf en de architecten die verantwoordelijk zijn voor de verbouwing. Met behulp van een bijzondere designmethode wordt stap voor stap een museaal concept ontwikkeld rond verhalen van verweven culturen. Het ruimtelijke en typografische ontwerp vloeit daar logisch uit voort en resulteert in één samenhangende museale reis. Ton en zijn team zijn verantwoordelijk voor de volledige tentoonstellingstypografie, interactieve toepassingen, de nieuwe visuele identiteit, het begeleidende drukwerk en een geheel nieuwe website. Deze biedt niet alleen informatie over het museum en zijn activiteiten, maar geeft ook toegang tot de collectie-database met meer dan 193.000 objecten, waaronder de duizenden voorwerpen in de vaste opstelling. OPERA blijft ook na de opening nog jarenlang bij het museum betrokken. Het bekroonde project wordt breed gepubliceerd en vormt de opstap naar internationale museum- en tentoonstellingsopdrachten.


Dutch Design Café, MoMA, 1995
MoMA’s Garden Café wordt om de drie of vier jaar aangepast aan een grote tijdelijke tentoonstelling. Ter gelegenheid van de Piet Mondriaan tentoonstelling (sept 95 – jan 96) wil het museum een Nederlands café. OPERA wordt gevraagd om het interieur en de entree te ontwerpen en zij betrekt er andere Nederlandse ontwerpers bij. Het Dutch Designcafé toont als een gesamtwerk van hedendaags Nederlands interieur-, industrieel en grafisch ontwerp. Design wordt zo ook onderdeel van een museumervaring.

Dutch Design, NewYork, 2002
Op initiatief van het Nederlands Consulaat vinden van mei tot en met september in 2002 op verschillende locaties in New York evenementen en presentaties plaats in het teken van Dutch Design. Zo is in de Totem Soho Gallery de tentoonstelling Double Dutch2:D/3:D te zien waarin onder andere werk van Opera wordt getoond. Bij deze gelegenheid verschijnt ook de uitgave OPERA WORKS.


De Steen Vliegt, 1997
Aan een Spinoza-tentoonstelling in Arti et Amicitiae draagt Ton bij met een portret van deze Nederlandse filosoof (1632-1677). Opgebouwd als grafisch patroon verwijst het naar Spinoza’s andere beroep, die van vermaard lenzenslijper. Het beeld wordt gebruikt als tentoonstellingsaankondigingen als cover van het bijbehorende boek.

Het Brokaten Paradijs, 1997
Dit boek verschijnt ter gelegenheid van de restauratie van de Japanse Kamer in Paleis Huis ten Bosch. Het beschrijft de geschiedenis en betekenis van de achttiende-eeuwse brokaten wandbespanning. Jaren later blijkt het boek een inspiratiebron van modeontwerper Jan Taminiau voor zijn couture japonnen van koningin Máxima. Eén ervan draagt zij op Prinsjesdag 2015. En daarmee reizen we van interieur en boek naar mode en van historie naar vandaag.












Het Apollohuis, 1980–2002
Kunstenaar Paul Panhuysen en Remko Scha richten in 1980 in Eindhoven een centrum op waar internationale avant-garde kunstenaars hun werk presenteren. De nadruk ligt op de fusie tussen beeldende kunst en geluid. Het Apollohuis blijft tot 2002 zeer actief tentoonstellingen, performances, concerten en installaties programmeren. Ze verwerven als platform internationale bekendheid, mede door de talloze publicaties die verschijnen gedurende de 22 jaar van hun bestaan. Ton is als ontwerper vanaf het begin tot aan het einde verantwoordelijk voor de vormgeving ervan. In nauwe samenwerking met Hélène Panhuysen verschijnen boeken, brochures, catalogi en cd-producties. Vooral de betoverende serie puur typografische affiches, zijn gevoelsmatige en inhoudelijke vertaling in beeld van het werk van de geluidskunstenaars, dragen sterk bij aan de identiteit en bekendheid van Het Apollohuis. Om het tijdelijke karakter van de voorstellingen te benadrukken zijn de affiches bovendien gedrukt op vergelend papier. Zijn werk voor het Apollohuis wordt opgemerkt in binnen- en buitenland. Het MoMA in New York verwerft een grote serie Apollohuis-posters voor hun collectie.

NowHere, 1995
NowHere is een uitwisselingsproject tussen Het Apollohuis en ICAEE/Gallery Surge in Tokio. Ton ontwerpt de catalogus, het drukwerk en het beeldmerk. Paul Panhuysen ziet op een Frans kerkhof een verkeersbord: voor honden verboden. Verwerkt door Ton tot logo krijgt het beeld zo een nieuwe betekenis in een andere context. Het is tot op de dag van vandaag zijn favoriete beeldmerk.
Boeken, inhoud die spreekt
Boekontwerp wordt geleidelijk Tons grote liefde. Zijn bibliotheken thuis en op de studio puilen uit. Hij wil boeken om zich heen hebben, ze kunnen zien, ruiken, voelen, ontdekken en begrijpen. Boeken zijn een bron van inspiratie. En natuurlijk wil hij ze zelf ontwerpen, met steeds meer expertise. Er ontstaan grote producties zoals LivingApart Together (1997) i.s.m. fotograaf Reinout van den Bergh en Bas Vereecken, Het Brokaten Paradijs, en talloze uitgaven voor uitgeverij de Hef, NAi 010 uitgevers en uitgeverij Toth. Voor verzamelaar Joop van Caldenborgh (Caldic Collection), voor musea en voor kunstenaars als Paul Panhuysen, Eelco Brand en Studio Job ontwerpt hij dierbare kunstboeken.
Na de uitgave Jan de Bie Verf en inkt, doen en laten (2003) realiseert Ton met Jan de Bie en Harry van Boxtel in 2006 het wonderlijke boek De Papieren en Notulen van De Asgrauwe. Het zijn intensieve samenwerkingen waarin elkaar verstaan, zoeken naar bijzondere perspectieven en aandacht voor details centraal staan. Wat kun je als ontwerper toevoegen, wanneer moet je juist terughoudender blijven, zijn vragen die hij steeds zorgvuldiger leert afwegen.
‘In een boekomslag wil ik de inhoud vaak in één beeld vangen. Dat beeld ontstaat eigenlijk vanzelf als resultaat van de reis die ik samen met de auteurs afleg. Voor het binnenwerk probeer ik tekst en beeld zo te ordenen dat de inhoud zich geleidelijk kan ontvouwen aan de lezer. Ritme en hiërarchie spelen daarbij een belangrijke rol.’
Inhoud laten spreken daar draait het voor Ton om. Maar bovenal gaat het om plezier hebben met elkaar, erg veel plezier. Dat is essentieel.

Papieren en Notulen van De Asgrauwe, 2006
Dit boek is het resultaat van een samenwerking tussen Harry van Boxtel en Jan de Bie. Het verbeeldt het leven binnen een Brabantse duivensportvereniging als metafoor voor de kunstwereld. Een tragikomisch portret van mens en gemeenschap. Ton ontwerpt een boek waarin taal en beeld zorgvuldig in balans zijn. In het boek voegt Ton aan het volledige werk van De Bie ook de integrale tekst en een bijzondere typografische notatie van een toneelstuk toe.

MONKEY BUSINESS – Studio Job, 2016
Monkey Business, uitgegeven door Rizzoli New York, toont het uiterst expressieve oeuvre van Studio Job. De publicatie omvat meubels, sculpturen, tentoonstellingen en interieurs, inclusief het woonhuis van de ontwerpers. Opera verzorgt het ontwerp in nauwe samenwerking met Studio Job. Hun weelderige, ironische en ambachtelijke signatuur vormt de basis voor het grafisch concept.

COBRA 1948–1951, 2017
Deze geactualiseerde editie van het standaardwerk over COBRA is ontworpen in nauwe samenwerking tussen Ton, auteur Willemijn Stokvis en Barbara van Kooij van NAi010 Publishers. Voor het ontwerp onderzoekt Ton op velerlei manieren ritme en hiërarchie om de grote hoeveelheid beeld en tekst toegankelijk te maken voor de lezer. De cover ontstaat pas aan het einde van dit intensieve proces.

Artists’ Books – The Caldic Collection, 2007
Dit boek toont kunstenaarsboeken uit de collectie van Joop van Caldenborgh, The Caldic Collection. Ton zoekt in het ontwerp naar een balans tussen bescheidenheid en structuur. Zo ontstaat samenhang zonder de eigenheid van de werken te overschaduwen. Het boek, dat in een oplage van 1500 ex verschijnt, weerspiegelt de intimiteit van het kunstenaarsboek. Op de cover staan alle kunstenaars in blinddruk vermeld.

Muziekgebouw aan ’t IJ, 2004
Voor het nieuwe Muziekgebouw aan ’t IJ ontwerpt Ton met zijn studio de huisstijl. Dit omvat onder meer het logo, gevelbelettering, bewegwijzering en publiciteitsdrukwerk. Eerder werkte de studio al voor voorganger De IJsbreker. De identiteit sluit aan bij de veelzijdigheid van deprogrammering en de locatie. Zo verwijst het logo naar geluidsrimpeling in het water.

Gio Ponti, 2002
Voor de retrospectieve tentoonstelling over Gio Ponti in het NAi Rotterdam ontwerpt Ton het logo, alle grafische uitingen en de tentoonstellingstypografie. Het logo is opgebouwd als een typografische structuur. Het weerspiegelt de veelzijdigheid en kenmerken van Ponti’s oeuvre.
OPERA concept & design
De cultuurbezuinigingen onder staatssecretaris Halbe Zijlstra (rond2010) veranderen het speelveld ingrijpend. Minder culturele opdrachten, kleinere budgetten. Het dwingt Ton en Marty OPERA opnieuw uit te vinden. Brandstrateeg en vriend Hans Arnold speelt een belangrijke rol in de herpositionering naar OPERA Concept & Design, met een sterkere focus op bedrijfsleven en overheid. Hun empathische, onderzoekende werkwijze blijkt ook daar verrassend effectief.
Er volgen langdurige samenwerkingen met Tempo-Team, Lensvelt en het Deense concern ISS. Voor die laatste ontwerpt OPERA bedrijfsruimtes en volledige horecaconcepten. Voor Grafisch Papier Hier ontwikkelt en produceert OPERA vier jaar lang event- concepten. In 2016 verschijnt Monkey Business (Studio Job) bij Rizzoli, in 2021 Raining Stories, het boek over de Nederlandse bijdrage aan de World Expo in Dubai.
Voor Masterly – The Dutch in Milan, een initiatief van Nicole Uniquole, wordt de nieuwe visuele identiteit ontwikkeld en sinds 2022 verzorgt OPERA alle presentaties en publicaties in Palazzo dei Giureconsulti tijdens de Salone del Mobile. Er worden verschillende jubileumboeken voor het bedrijfsleven ontworpen zoals 125 jaar Siemens Nederland in 2004 en recentelijk 100 jaar Van Leeuwen Buizen gerealiseerd in 2024.
Daarnaast blijft er altijd ruimte voor kunst. Ton ontwerpt in 2010 de cd-hoes Hold on Tight van Solomon Burke & De Dijk. In 2015 maakt hij het fotoboek Amsterdam van hun toetsenist, fotograaf en vriend Pim Kops. De beeldredactie die Ton en Pim voor dit boek doen is een bijzondere reis die begint met duizenden foto’s. In datzelfde jaar komen de overzichtstentoonstelling en catalogus tot stand over het werk van kunstenaar Jan de Bie in het Bredaas Museum. En in 2017 ontwerpt hij het standaardwerk COBRA 1948-1951 met Willemijn Stokvis en Barbara van Kooij van NAi010 Publishers. Het is maar een greep uit de grote hoeveelheid projecten, er is zoveel meer.

Zoet & Zout, 2012
Het boek Zoet & Zout van de auteurs Tracy Metz en Maartje van de Heuvel verschijnt bij de gelijknamige tentoonstelling in de Kunsthal Rotterdam. Het boek verhaalt in tekst en beeld over de veranderende houding ten opzichte van het water in Nederland. Het toont de grote opgaven waarvoor we staan en de metamorfose die het landschap op dit moment ondergaat. Het boek, uitgegeven door NAi010 Publishers, verschijnt ook in het Engels en wordt in 2013 verkozen tot het beste informatieve boek van dat jaar.

Hold on Tight – De Dijk & Solomon Burke, 2010
Het album Hold on Tight is het resultaat van een bijzondere samenwerking van de Nederlandse band De Dijk en de Amerikaanse soullegende Solomon Burke. Triest genoeg overlijdt Burke bij aankomst op Schiphol, nog in het vliegtuig, vlak voor de geplande presentatie in Paradiso. Als eerbetoon gaat het concert door. Ton ontwerpt de hoes voor deze CD samen met Pim Kops, toetsenist van De Dijk en fotograaf.

GrafischPapierHier, 2007–2010
Voor het jaarlijkse evenement Papier Hier ontwikkelt Opera een nieuw concept ende naam GrafischPapierHier. Vier jaar lang treedt Opera op als curator en ontwerper, met een jaarlijks wisselend thema. Het evenement transformeert van informatieve naar een zintuigelijke ervaring rond papier als drager van ideeën. In 2010, met het thema Papier Plus, werd een bijbehorende give away uitgave bekroond met een Silver European Design Award.

Masterly – The Dutch in Milano, 2022 – heden
Masterly presenteert al ruim 10 jaren Nederlandse ontwerpers en bedrijven op de Salone del Mobile in Milaan, een initiatief van Nicole Uniquole, tevens curator. Het Palazzo dei Giureconsulti vormt het decor voor een breed en vernieuwend designveld met zo’n honderd deelnemende ontwerpers, kunstenaars en bedrijven. Sinds 2022 ontwikkelt Opera de volledige visuele identiteit van het evenement. Grafische patronen, signing en publicaties zorgen voor een krachtig en herkenbaar totaalbeeld.

Een eeuw Van Leeuwen – A Century Van Leeuwen, 2024
Ontwerper, schilder of kok
Opdrachtgever, onderwerp en context vormen altijd het begin van Tons interesse in een opgave. Niet-weten is voor hem geen hindernis, daar start zijn nieuwsgierigheid. Ontwerpen betekent tijd nemen: inademen, luisteren, opnemen, doorvragen, klooien, herschikken, afstand nemen, opnieuw kijken. Ontwerpen is een proces van condities scheppen waardoor inzicht en vorm gaan samenvallen en oplossingen zichzelf kunnen aandienen. Soms gaat dat snel, vaak langzaam. Twijfel is een even belangrijke metgezel als de beslissing.
Compositie, kleur, witruimte, balans, gevoel, geur, glans, stramien, lettertypen, interlinies maken een product tastbaar, maar Ton blijft zich steeds de vraag stellen: wat doet het met me? hoe werkt de opeenvolging van beelden en teksten? wat is het ritme, herhaling, het gevoel? waar zit het contrapunt, de stilte, de leegte….? Redactioneel ontwerpen in optima forma. Over een eerste structurele laag komen zo steeds nieuwe lagen van nuancering, subtiele toevoegingen of een knipoog. Er moet immers iets te ontdekken blijven voor de kijker ook na een eerste blik. De schilder is nooit ver weg, een vleugje blues evenmin. ‘Ontwerpen is eigenlijk als koken. Je moet er de tijd voor nemen’, hoor ik hem ook zeggen.
(Typo)grafische structuren
Door de jaren heen ontwerpt Ton grafische en typografische structuren. Een opdracht waar hij aan werkt is daarvoor vaak de concrete aanleiding. Zo maakt hij een portret van Spinoza (1997) voor de cover van het boek De Steen Vliegt, volledig opgebouwd als grafisch patroon. Veel van de structuren ontstaan oorspronkelijk binnen projecten maar worden daarna nog lang doorontwikkeld om nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Zo ontstaat Graphic Patterns als een zelfstandige activiteit binnen de studio. Patronen worden toegepast op wanden en vloeren in utilitaire omgevingen zoals scholen, kantoren, zorginstellingen en restaurants. Of we zien ze terug als dessins in textiele toepassingen. De Graphic Patterns vormen inmiddels een uitgebreide en inspirerende collectie. Op dit moment is een aparte publicatie hierover in de maak.
Inspirator en stimulator
Ton deelt graag zijn kennis en ervaring. Hij heeft een enkele keer gedoceerd en is extern deskundige geweest op academies. Binnen de studio wordt genereus ruimte geboden aan stagiaires en jonge ontwerpers. Dat begint eigenlijk altijd met ervoor te zorgen dat ze vooral zichzelf kunnen zijn in de studio. Eerst elkaar leren kennen en ze dan ruimte geven om dingen te doen die bij hen passen.
‘Ik ben eens zover gegaan om een ‘focusdoos’ te maken voor een stagiair die moeite had om zich te concentreren. Niet veel later maakte hij briljante boekillustraties waarover we eindeloos samen ‘pingpongden’ om ze steeds scherper en geestiger te krijgen. We kwamen uit op een punt waar we nog niet eerder geweest waren en met heel veel pret.’
Ton inspireert jonge ontwerpers door mét ze te werken. Hij moedigt hen aan om vragen te stellen, het experiment te zoeken, over onzekerheden heen te stappen en om in zichzelf te geloven. Eigenlijk net zoals hij het zelf in zijn eigen studietijd heeft ervaren.
Pensioen?
‘Ik doe wat ik leuk vind. Niet omdat het moet, maar omdat ik niet anders kan. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ging werken, heb dus eigenlijk nooit gewerkt. Dus hoe kan ik dan met pensioen?’
Met de bekroonde Koppermaandagprent, maakt Ton in 2023 een eerste publicatie over het autonome werk van zijn leermeester Henk Cornelissen. Samen met twee medeauteurs en Henk werkt hij op dat moment al ruim een jaar aan de omvangrijke monografie: Henk Cornelissen -Gestructureerd Toeval. Twee jaar later, in mei 2025, wordt dit vuistdikke boek gepresenteerd in het Chassé Theater in Breda.


Henk Cornelissen – Gestructureerd Toeval, 2018–2025
Vanaf 2018 werken Ton en mede-initiatiefnemers René Pijnenburg en Pieter Vlamings, aan het ontsluiten van het oeuvre van Henk Cornelissen. Hieruit ontstaan een website, films, presentaties en een tweetal publicaties: In de Koppermaandagprent (2023) worden drie werken van Henk op ware grootte getoond. Op de achterzijde hiervan plaatst Ton eigen beeldcomposities samengesteld uit Henks oeuvre. De uitgave is bekroond met de Indigo Design Award 2023.
De omvangrijke monografie Henk Cornelissen – Gestructureerd Toeval (2025) omvat het volledige oeuvre van Henk. Concept, tekst- beeldredactie en vormgeving ontwikkelen zich in nauwe dialoog tussen de makers en Henk. Door de opzet van het boek, waaraan meerdere auteurs bijdragen, maak je niet alleen kennis met het tot dan weinig bekende en zeer omvangrijke oeuvre, het neemt je ook op heel persoonlijke wijze mee in het denk- en maakproces van de kunstenaar. De vuistdikke monografie verschijnt mei 2025 als resultaat van een langdurige, zorgvuldige reis.
De studio draait op volle kracht. De expositie De Smaak van Soestdijk is 19 november 2025 geopend. De voorbereidingen voor een nieuwe Masterly zijn alweer begonnen. Maar wanneer het werk het toelaat reizen Ton en Marty wat vaker om steden en tentoonstellingen te bezoeken, op te laden en nieuwe inspiratie op te doen. De rol van beiden in de studio is wat anders geworden. Marty zet de opdrachten uit, ontwerpt concepten en organiseert, zij is de motor van de studio. Dat stelt Ton in staat te blijven werken aan zijn nieuwe projecten. En voor de anderen in de studio is hij elke dag onmisbaar aanwezig: bijna onzichtbaar zichtbaar, tot in het detail.
Gert Staal schreef in 1994 over het werk: ‘…De boodschap wordt niet door de vorm voor de voeten gelopen. Helderheid is het vertrekpunt, gelaagdheid de verzwegen voorwaarde, relativering de aangeboren mentaliteit. Altijd met een scheutje zelfspot en liefst een verborgen cadeautje voor de goede verstaander. Meer het bewijs van een mentaliteit dan een stijl. Meer een persoon dan een vorm.’
Dat is, na al die jaren, nog altijd de kracht van Tons werk.
Ton Homburg
geboren in1952, Breda
Auteur: René Pijnenburg, januari 2026
Eindredactie: Ad van den Kieboom
Portretfoto: Aatjan Renders